PoëzieJanita Monna

Wat vormt een mens?

Beeld Trouw

‘Mira akí!’ Waarom begint Alfred Schaffer zijn nieuwste bundel met twee woorden Papiaments? Had daar niet gewoon ‘Kijk hier’ kunnen staan?

‘Wie was ik’ heet die bundel. Niet ‘ben’, maar ‘was’ en zonder vraagteken. Is wat volgt een zoektocht naar afkomst? Een familiegeschiedenis? Dat Papiaments zou daar zeker op kunnen wijzen, Schaffers moeder was Arubaanse. Ze overleed toen hij nog jong was, vertelde hij eerder dit jaar in een interview in deze krant. Herinneringen aan haar had hij nauwelijks nog. “Hoe klonk mijn moeder?” vroeg Schaffer zich af.

In ‘Wie was ik’ geeft hij haar stem. ‘“okay u speelt een mens die zijn dode omgeving leven / in wil blazen. in feite zijn bloedeigen moeder.” Of meer, hij construeert wat ze gezegd, gedacht, gedaan zou kunnen hebben, hoe de wereld waarin ze rondliep eruit zou hebben kunnen zien. Hij schikt ‘mentale / bouwstenen gemaakt van verleden tijd en bijeengeschraapte / verdichtingen’.

Podcast

Zoals Schaffer in ‘Mens Dier Ding’ (2016) de met mythen omgeven geschiedenis van de gewelddadige Afrikaanse krijgerkoning Shaka Zoeloe in uiteenlopende tekstvormen goot, zo zijn er nu een podcast in verschillende afleveringen, e-mails (spam, dreigmails), brieven, monologen.

Daarin mengen flarden herinnering, overgeleverde verhalen, gedocumenteerde geschiedenis en lyriek, zich tot een verhaal waarvan de bouwstenen persoonlijk zijn en intiem.

Het is een verhaal van een jonge vrouw die vanuit Aruba naar Nederland kwam, om hier een opleiding tot verpleegster te doen. “het was een ontroerend // moment toen de vier machtige motoren aansloegen en het / klm-toestel opsteeg.” Ze bleef, vond de liefde, kreeg twee kinderen, van wie eentje tragisch verdronk toen het nog klein was. Daarna bleef de moeder “als een rondreizend circus mijn eerste kind zoeken op foto’s / in slootjes rivieren verhalen uw ogen ik was er niet bij toen / het plaatsvond toch heb ik alles gezien”.

Maar ‘Wie was ik’ is veel meer dan con­struc­tie van de geschiedenis van één vrouw, van één familie, opgetekend in een veelstemmige taal die door zijn scherpte, openheid en lichte spot nooit topzwaar wordt. Het is evengoed het verhaal van alles en iedereen waarmee dat ene leven verbonden was en nog altijd is. Van andere vrouwen bijvoorbeeld, die ook de warme tropen verruilden voor een land waar zelfs de zee kon bevriezen. Of van Nederland in de jaren vijftig, “hopeloos verdwaald, bang in het donker / een gesticht in wederopbouw”. Van de koloniale geschiedenis en hoe dat verleden zijn sporen naliet. Van openlijk en onderhuids racisme: “u / mag mij niet verzorgen uw handen geven af”.

En daarmee is ‘Wie was ik’ een razendknappe bundel, die vragen oproept als: wat vormt een mens? Valt ons verleden te reconstrueren? Schaffer, zo zei hij eerder, móest deze bundel schrijven, vandaar die ‘strafregels’.

In de taal van de zoon is een moeder opgestaan. Zo zou ze geklonken kunnen hebben.

Mira akí!

ik kan niet slapen

ijzig nachtlicht houdt mij wakker.

klim ik uit bed loop in het pikkedonker naar de keuken.

beer onder mijn arm geklemd.

hel schijnsel en twee schaduwen achter het aanrecht.

een witte schaduw en een zwarte.

bezig aan de afwas.

lieve jongen ben je wakker

schrikt de witte.

kom eens hier kun je alweer niet slapen

spreekt de zwarte.

ik droomde dat ik jullie in mijn eentje moest begraven

zeg ik niet terwijl ik in mijn ogen wrijf.

klopt toch ook we zijn morsdood

er is niets aan de hand

ga maar weer lekker slapen.

Alfred Schaffer

Alfred Schaffer
Wie was ik, Strafregels
De Bezige Bij; 110 blz. € 20,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden