Review

Wat gij niet wilt dat u geschiedt

Karen Armstrong mag graag de roerende overeenkomsten tussen de religies benadrukken. Volgens Stephen Prothero laten de verschillen zich niet verdoezelen.

Drie jaar geleden mocht Karen Armstrong een wens doen om de wereld te verbeteren. De Amerikaanse ideële stichting TED ga haar daartoe honderdduizend dollar. De Britse auteur wist onmiddellijk wat ze wilde: het bevorderen van mededogen.

Dat schrijft ze in ’Compassie’, een handzaam en praktisch boek dat de lezer in twaalf stappen naar een menslievender leven moet leiden. Onbekommerd eclectisch put Armstrong uit allerlei religieuze tradities om haar betoog kracht bij te zetten. Via stappen als ’compassie voor uzelf’, ’empathie’, ’actie’ en ’kennis’ bereik je de hoogste graad van mededogen: ’Heb uw vijanden lief’. Het boek is gemodelleerd naar het twaalfstappenplan van Alcoholics Anonymous. Want, legt de auteur uit, we zijn ’verslaafd aan ons egoïsme’.

In de inleiding vertelt ze waarom ze ’Compassie’ geschreven heeft. „Een van de belangrijkste taken waar we in onze tijd voor staan is de vorming van een wereldwijde gemeenschap waarin alle volken in wederzijds respect naast elkaar kunnen leven. Religie zou hieraan een grote bijdrage moeten leveren, maar wordt juist als een deel van het probleem gezien.”

Ten onrechte, vindt Armstrong, want religies hebben allemaal hun eigen versie geformuleerd van de Gulden Regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Deze regel is de toetssteen van ware religiositeit, aldus Armstrong. Waar religies tot geweld lijken te leiden, ligt de werkelijke oorzaak dan ook in hebzucht, afgunst en ambitie, gehuld in ’religieuze retoriek’. Terroristen misbruiken hun religie, ’ter rechtvaardiging van wreedheden die juist indruisen tegen de heiligste waarden van die religie’.

Opvallend is het gemak waarmee Armstrong hier de aanhangers van een religie uit naam van hun eigen godsdienst de les leest. Ze houdt er een essentialistisch begrip van religie op na: achter de verscheidenheid van uiterlijke verschijningsvormen gaat een ’essentie’ schuil, die je kunt scheiden van de niet-wezenlijke elementen. Armstrong weet wat die kern is. Gelovigen die het anders zien, zijn geen echte gelovigen.

De gedachte dat alle religies in wezen één zijn, is niet nieuw. Wijdverspreid is de aanname dat zij verschillende wegen zijn die naar dezelfde bergtop leiden, welke naam je die top verder ook geeft. Karen Armstrong heeft het over een ’transcendente aanwezigheid die we God, Brahma, nirwana of tao noemen’. Religies verschillen van elkaar als het gaat om bijzaken als organisatie, rituelen en theologie, maar eigenlijk zijn ze gelijk.

Het is een ’geruststellende gedachte, schrijft de Amerikaanse godsdienstwetenschapper Stephen Prothero. „Maar is het wel waar?” De titel van zijn boek is tegelijk het antwoord: ’God is niet één’. Volgens Prothero is Armstrongs zienswijze –die volgens hem is uitgegroeid tot een ’nieuwe orthodoxie’ – zelfs gevaarlijk, omdat ze het zicht ontneemt op de minder fraaie en zelfs destructieve kanten van religies.

Armstrong heeft gelijk, zegt Prothero, dat wereldreligies elkaar soms vinden op ethisch vlak, maar op het gebied van de leer, rituelen, mythologie en ervaring lopen ze sterk uiteen. En wie bepaalt dat die gebieden er niet toe doen? „Voor mystici of godsdienstfilosofen zijn de verschillen wellicht niet van belang, voor gewone gelovigen ligt dat heel anders.”

Ook al zijn religies leden van dezelfde ’familie’, „het zijn eerder verre neven en nichten van elkaar dan eeneiige tweelingen’’. Hun voornaamste overeenkomst, aldus Prothero, betreft niet hun doel, maar hun startpunt. Ze vertrekken allemaal vanuit de observatie dat er iets niet klopt aan de wereld.

Daar beginnen ook al direct de verschillen. Want wat is er precies mis? De antwoorden lopen uiteen. Prothero vergelijkt religies op vier punten met elkaar: hun probleemstelling, de oplossing die ze nastreven, de techniek die ze hanteren om die oplossing te bereiken, en de voorbeelden die ze gebruiken om daarbij te helpen.

Voor christenen is zonde bijvoorbeeld het probleem, redding van zonde het doel, en een combinatie van geloof en/of goede werken de techniek om die redding te bereiken. Heiligen en/of andere geloven geven het goede voorbeeld.

Voor boeddhisten ligt het anders. Voor hen is niet zonde maar lijden het probleem, bevrijding van het lijden (nirwana) de oplossing, het Edele Achtvoudige Pad de weg ernaartoe, en het leven van de Boeddha het lichtend voorbeeld.

Zo’n schema heeft de verdienste helderheid te scheppen, maar het oogt ook wat simplistisch en star. Gelukkig volgt Prothero in zijn afzonderlijke besprekingen van de religies niet slaafs dit stramien. En hoewel hij in zijn inleiding fel van leer trekt tegen de ’nieuwe orthodoxie’, is de rest van zijn boek grotendeels gespeend van polemiek.

De inleidingen op de verschillende godsdiensten zijn eigenlijk vrij traditioneel en basaal, hoewel Prothero ze verlevendigt met persoonlijke anekdotes. Hij heeft een vlotte, Amerikaanse pen.

Overtuigend laat hij zien dat de wereldreligies méér van elkaar verschillen dan je uit Armstrongs boek zou opmaken. Hij betoont zich veel meer de gedistantieerde academicus dan de Britse, die er geen genoegen mee neemt de werkelijkheid vanuit een leunstoel te analyseren. Zij wil de wereld niet alleen begrijpen, maar ook veranderen.

En in haar missionaire ijver overspeelt Armstrong haar hand. Dat is jammer. Haar betoog zou minder zwak zijn geweest, en toch niet aan relevantie hebben ingeboet, als ze had volstaan met erop te wijzen dat mededogen in alle religies prominent figureert. Want dát toont ze afdoende aan. En je vijand liefhebben gaat misschien wat ver, maar de Gulden Regel als een soort morele smeerolie tussen de verschillende godsdiensten is niet zo’n gekke gedachte.

Dat onderkent ook Prothero. In zijn conclusie scheert hij opeens rakelings langs Armstrong. „Misschien is de belangrijkste kwestie die elke religie aan de orde dient te stellen wel de vraag hoe we een mens kunnen worden.” En: „De religie helpt ons niet om de mensheid te ontvluchten. De religie probeert er juist voor te zorgen dat we ons in die mensheid thuisvoelen.” Een verrassende uitspraak, aan het slot van een boek dat geschreven is om aan te tonen dat ’de’ religie niet bestaat.

Daar blijft het niet bij. Prothero blijkt te hopen op een ’interreligieuze dialoog 2.0’. Daaronder verstaat hij een dialoog die niet, zoals volgens Prothero de afgelopen jaren het geval was, wordt beoefend door een elitetroepje van vrijzinnige gelovigen met een overschot aan vrije tijd, maar door de hele goegemeente van ’gewone’ – dat wil zeggen: conservatieve – gelovigen.

Een voorbeeld van zo’n dialoog 2.0 treft Prothero aan in Chicago, waar een islamitische jeugdleider interreligieuze jongerenbijeenkomsten leidt. Deze Eboo Patel, schrijft Prothero goedkeurend, laat zijn jongeren niet oeverloos debatteren over doctrinaire haarkloverijen. Integendeel: „Hij moedigt ze aan om met elkaar in gesprek te gaan over de vraag hoezeer hun zeer uiteenlopende tradities hen kunnen brengen tot een gedeelde toewijding aan dienstbaarheid.”

Het zou op warme bijval van Armstrong kunnen rekenen. Is zo’n dialoog niet ook precies wat haar voor ogen staat? Instemmend citeert Prothero de jeugdleider: „Religie is een kracht in de wereld. Het is aan ons of die kracht ons verdeelt of verenigt.”

Die uitspraak lijkt als twee druppels water op wat Armstrong schrijft: „Wij hebben een natuurlijk vermogen voor zowel compassie als wreedheid. We kunnen de nadruk leggen op die aspecten in onze tradities die spreken van haat óf we kunnen de aspecten ontwikkelen die de nadruk leggen op de onderlinge afhankelijkheid. De keus is aan ons.”

Aan het slot van zijn boek blijken Prothero en Armstrong meer met elkaar te delen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. ’God is niet één’ laat zich het beste lezen als een welkome correctie op de neiging van erudiete apostelen als Karen Armstrong om de werkelijkheid ál te rooskleurig voor te spiegelen.

Want met het verlangen naar een betere wereld is niets mis. Maar een wens leidt al snel tot wensdenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden