ColumnMerijn de Boer

Wat een avontuur, midden in de nacht

Merijn de Boer

Het was ‘een ellendige novem­beravond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt’, zoals Elsschot schrijft in Het dwaallicht. Mijn vrouw moest voor haar werk een paar dagen naar het zuiden van Tunesië. Ik was alleen thuis met de kinderen.

De eerste alinea van Het dwaallicht is zo mooi, dat ik die drie keer overlas, voor ik ­begon aan de tweede. Ik gaapte. Dat lag niet aan Elsschot maar aan het tijdstip. Sinds we kinderen hebben, ga ik nog vroeger naar bed dan Maarten ’t Hart. Buiten was het bovendien al aardedonker. Het had net zo goed middernacht kunnen zijn.

In bed las ik nog de derde alinea van Het dwaallicht en knipte toen het bedlampje uit.

Hysterische bel

Ergens in die nacht ging de bel. Meteen daarna nog een keer. We hebben een ietwat hysterische bel. Ook als iemand die heel beschaafd kort indrukt, klinkt hij opdringerig.

Ditmaal moest er echter een maniak aan de deur staan, of iemand die erg in nood was, want de bel bleef maar afgaan. Het was een wonder dat de kinderen niet wakker werden. In paniek schoot ik uit bed. Halverwege de trap was ik ervan overtuigd dat er iemand met een meswond op onze stoep lag. Of ­anders een zwangere vrouw met gebroken vruchtvliezen.

Ik opende de voordeur en riep: “Quoi?” Vanachter de poort klonk paniekerig Frans gegil. Ik was er nu van overtuigd dat er iets héél ergs was gebeurd. Op mijn blote voeten, ­gekleed in alleen een pyjamabroek en met een slaapmasker op mijn voorhoofd, rende ik naar de poort.

Ik had het idee dat de vrouw nog leefde

Schuin op de weg stond een auto. Een vrouw zat achter het stuur. Ik had het idee dat ze nog leefde. Ze lachte althans vrolijk.

Een andere vrouw, degene die had aan­gebeld, vroeg: “Is dat uw auto?” Ze wees naar inderdaad onze auto die een paar meter verder stond geparkeerd.

Ik beaamde het.

“Het portier is open.”

“Ah, wat aardig van u!” riep ik en ik haastte me om het dicht te doen. Ik keek nog even of er niets weg was. Maar gelukkig, de ­Donald Duck Junior, bedolven onder croissantresten, lag er gewoon nog.

De meeste mensen van 39 lagen nog niet in bed

Wat een avontuur, dacht ik, en dat midden in de nacht. Tot ik constateerde dat het ­negen uur was. De meeste mensen van 39 lagen nog niet eens in bed.

Ik vroeg me nog wel af waarom ze als een hysterica de bel had staan indrukken. Toch overheerste het idee dat ze me een gewel­dige dienst had bewezen.

De volgende ochtend, een beetje geradbraakt want ik had nog lang in Elsschot moeten lezen om weer in slaap te komen, daagde ineens een ander besef. Waarom ­had ze niet gewoon zelf het portier dicht­gedaan?

Merijn de Boer is schrijver, huisman en expat. Zijn vrouw is diplomaat. De Boers laatste roman De Saamhorigheidsgroep stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021. Meer van zijn columns vindt u hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden