Beeld -

PoëzieJanita Monna

Wat de jaarringen vertellen

In de gedichten van Esther Jansma schemert de politieke actualiteit door.

Je kunt behoorlijk van je à propos zijn als langs je favoriete wandelweggetje ineens één boom blijkt te zijn omgehakt. Hoe moet dat dan zijn in de Amazone, waar alleen al in het afgelopen jaar een gebied zo groot als een derde van Nederland van bomen werd ontdaan? Zou al dat bos ook zo rücksichtslos zijn gekapt als men het werk van Esther Jansma gelezen had? Je zou je namelijk na lezing van haar nieuwe bundel, Rennen naar het einde van honger, de vraag kunnen stellen waarin het leven van een boom verschilt van dat van een mens. Zijn mensen niet net als bomen gehecht aan een plek? Zouden zij niet ook liefst ‘het in de grond verankerde lichaam/ zonder uitzicht op verhuizen met de zon meedraaien’? En zijn bomen, behalve voor onze zuurstof, niet minstens zo belangrijk voor het vertellen van onze geschiedenis?

Jansma houdt zich als dendrochronoloog bezig met het dateren van houten archeologische vondsten aan de hand van jaarringen. Die jaarringen vertellen hoe oud een boom is en hoe die gegroeid is, en kunnen zo iets zeggen over de omstandigheden waaronder mensen eeuwen terug leefden. Jansma ontfutselt de zwijgende bomen hun verhaal. Ook in poëzie.

Dat verhaal is er een van beweging, want ‘leven is kunnen bewegen’. Een verhaal van wie, om wat voor reden ook, de plek die thuis was moest verlaten, van ontheemd zijn:

‘De taal van je herinnering wordt nu gesproken door dingen/ die hier niet zijn en je lippen kunnen hun vorm niet vinden.’

In Jansma’s werk schemert de rauwe actualiteit door, soms op het politieke af. Steden in puin, zich misdragende soldaten, vluchtelingen, een Amerikaanse president die ontevreden is over de grootte van zijn kroonluchter. Maar de dichter is ook persoonlijk, als ze schrijft over de wrange band tussen moeder en kind. Over een gezin, waar kinderen in hun bestaan worden ontkend: ‘Iemand zegt: dat een olifant zoals jij uit míj kon komen.’ Zoals het kind geborgenheid zoekt, verlangt wie ontheemd is naar een nieuwe plek om te wortelen. En een thuis begint met gezien worden, met ontvankelijkheid voor het vreemde, voor de ander: ‘Blijf staan zei je, draai je/ om, kijk me aan: een ander is wiens lijden je niet kent terwijl je zijn/ handen vasthoudt’.

Esther Jansma
Rennen naar het einde van honger
Prometheus; 56 blz. € 24,99

Wat dacht je toch?

Bewegen is haren, lege bekers, schilfers achterlaten,
een ongemerkte regen van resten, een staat van permanent
gewichtsverlies. Je maakt jezelf zwaarder met verhalen
en eten, houdt een agenda bij om maar op de grond te blijven.
Erger is het als je reist: dan heb je ook een koffer nodig
want je hoofd, ballon vol niets, trekt je omhoog – dit dacht je toch?
Toen moest je weg. Je hebt niets mee kunnen nemen.
De taal van je herinnering wordt nu gesproken door dingen
die hier niet zijn en je lippen kunnen hun vorm niet vinden.
Je gezicht en haren zijn het gezicht en de haren van niemand.
Je staat buiten en legt je hoofd in je nek, je mond wijd open
om zoals vroeger sneeuwvlokken uit de lucht te vangen.
Esther Jansma

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden