Experiment

Wat contrabassist James Oesi (31) leerde van oud-schaatser Beorn Nijenhuis (36)

James Oesi op zijn zolder in zijn sportkleding met zijn contrabas. Hij sportte een half jaar volgens een strak sportschema om zijn muziek-prestatie te verbeteren.Beeld Maartje Geels

Rust en regelmaat: sporters weten hoe belangrijk dat is. Maar ook musici kunnen meer bereiken door minder hard te werken en meer rust in te bouwen, zo leerde contrabassist James Oesi van oud-schaatser Beorn Nijenhuis.

Hard werken, klassieke musici weten niet beter. Het instuderen van nieuwe muziekstukken kost nu eenmaal veel tijd en de lat ligt tijdens een concert extreem hoog. Daarom gaan vrije momenten meestal op aan extra studie-uren. Maar is dat wel de beste manier? Heeft het zin om altijd hard te werken, altijd hard te studeren, altijd ‘aan’ te staan?

De Zuid-Afrikaanse contrabassist James Oesi (31) zit ook zo in elkaar. Van jongs af aan studeerde hij op de beheersing van zijn moeilijke instrument. Niemand hoefde hem te pushen: Oesi wilde goed worden, dus werkte hij keihard.

Op zijn zestiende koos hij ervoor om Zuid-Afrika te verlaten en zich in Moskou aan het conservatorium te laten ‘drillen’. Na vier jaar verhuisde hij naar Den Haag, waar hij met een 10 afstudeerde aan het Koninklijk Conservatorium. Nu bevindt hij zich in het hart van het Nederlandse muziekleven: als solist, kamermusicus en als oprichter van het Dutch Double Bass Festival. Een druk leven dus.

Je werkt zoveel mogelijk en hoopt maar dat het genoeg is

“Hard werken is de prijs die je betaalt om een goed musicus te worden, dacht ik altijd”, vertelt hij in zijn zonnige bovenwoning, hartje Amsterdam. Op de grond, tussen de eettafel en een met bloemen beschilderde piano, ligt zijn enorme instrument. “Ik studeerde altijd. Ik weet nog dat ik een concert had in Keulen met het AskoSchönberg Ensemble. Na de pauze hoefde ik niet meer mee te spelen. Toen ging ik backstage Bach studeren. We waren die avond laat thuis na de lange terugreis, maar de volgende ochtend ging ik meteen verder.”

Zo werkt het bij veel musici, zegt Oesi. “Je werkt zoveel mogelijk en hoopt maar dat het genoeg is.” Tevreden was hij zelden. Ook dat hoort bij het vak van musicus, waarin wordt gestreefd naar honderd procent perfectie onder stressvolle omstandigheden.

Maar toen ontmoette Oesi op een avond oud-schaatser, inmiddels neuro-wetenschapper, Beorn Nijenhuis (36) in het Utrechtse Muzieklokaal. Daar speelde Oesi een cellosuite van Bach. Nijenhuis zat in het publiek en luisterde aandachtig. Na afloop kwam hij Oesi complimenteren. En hij vroeg: wil je meedoen met een experiment over effectief studeren?

Oesi zei meteen ‘ja’. Het onderwerp ligt hem na aan het hart. Bovendien had hij het plan om deze zomer alle zes de cellosuites van Bach op te nemen – een hele klus, twee volle cd’s. Efficiënt studeren zou hem zeker van pas komen.

Oesi klapt zijn laptop open. Het is half vijf in de middag, tijd om via Zoom contact te zoeken met Nijenhuis, die momenteel in zijn geboortestreek in de Canadese Rocky Mountains verblijft. “Goedemorgen Beorn.” “Ha James, wat leuk je weer te zien!”

Nijenhuis en Oesi kennen elkaar inmiddels goed. Want de afgelopen zes maanden voerden zij het experiment uit. Elke maandag hadden ze contact als het wekelijkse studieschema van Oesi werd geëvalueerd.

Nijenhuis, die na zijn schaatscarrière neurowetenschapper werd, is al vijf jaar specifiek bezig met sporters en professionele musici. Aan het Conservatorium van Amsterdam geeft hij les in de werking van het brein. Voor klassieke musici heeft hij grote bewondering , zegt hij. “Ik ben er altijd verbaasd over hoe lang musici diep gefocust kunnen blijven. Als sprinter was ik al na een minuut klaar. Dan ging de druk er af en kon het brein ontspannen.”

Behoorlijk uitputtend

“Musici moeten het veel langer volhouden op een hoog intellectueel niveau. Dat is behoorlijk uitputtend. Een musicus moet bovendien zoveel aanleren op fysiek en mentaal gebied: ze moeten steeds nieuwe stukken in hun vingers en hun hoofd zien te krijgen en tegelijkertijd artistieke keuzes maken. Neurowetenschappers zijn daarom dol op hen.”

Maar er zijn ook overeenkomsten tussen een schaatser en een musicus. Beiden moeten specifieke bewegingen aanleren en zeer geconcentreerd werken zonder fouten te mogen maken. Nijenhuis: “In de schaatswereld is enorm veel onderzoek gedaan naar hoe je een trainingsdag op moet bouwen om het beste rendement te halen. Daar zouden musici ook iets aan kunnen hebben, denk ik. Het afgelopen halfjaar hebben we onderzocht of het voor James ook werkte.”

Oesi legt een flinke stapel papier op tafel: A3-vellen, onderverdeeld in vakjes, schriftjes, dagboeken. De A3-vellen bevatten zijn dagelijkse trainingsschema voor de cellosuites. In de dagboeken hield hij bij of hij tevreden is over zijn vooruitgang.

 Doorwerken levert niet veel meer op

Nijenhuis: “James’ schema is op hetzelfde principe gebaseerd als dat van schaatsers. Sporters weten hoe belangrijk rust is. Voor mentale arbeid is dat niet anders. Iedereen is na anderhalf, twee uur geconcentreerd werken behoorlijk uitgeput. Logisch, want het brein kan hooguit één uur hoge concentratie opbrengen. Daarna gaat het in de ruststand en levert doorwerken niet veel meer op.”

Rust werd dus een belangrijk onderdeel van Oesi’s blokjesschema: drie kwartier werken, een kwartier rust. En dat op de momenten van de dag waarop de concentratie het hoogst is. Nijenhuis: “Dat is tussen negen en elf in de ochtend en tussen drie en vier in de middag, want dan is het adrenaline­niveau het hoogst en de hoeveelheid melatonine in het systeem het laagst.”

Daar moet je dan wel je slaap- en eetritme op afstemmen. Ga je te laat naar bed of lunch je niet, dan verandert het mechanisme, legt Nijenhuis uit. “Het Canadese shorttrackteam heeft een keer voor een kampioenschap aan de andere kant van de wereld het hele waak-slaapritme veranderd. De sporters droegen brillen om hun brein eerder te laten denken dat het avond was. Alles om op het goede moment te kunnen presteren.” Zo ver hoeft Oesi niet te gaan. Maar als hij ’s avonds een concert heeft, moet hij een paar dagen daarvoor beginnen met laat opstaan om ’s avonds een actiever brein te hebben.

Voor Oesi veranderde er veel. “Ik was gewend om op studiedagen van tien tot twee achter elkaar te werken, met af en toe een korte break. ’s Avonds had ik vaak concerten. Nu moet ik in de ochtend drie keer drie kwartier werken met steeds een kwartier rust. Daarna heb ik een lange pauze tot half vier. In die tijd moet ik lunchen, wat sporten en een half uur een dutje doen. Een dutje, daar had ik eerst behoorlijk weerstand tegen, maar het bleek toch wel fijn. Om half vier studeer ik nog eens drie kwartier. In totaal studeer ik nog maar drie in plaats van mijn gebruikelijke vier uur.”

Oesi leerde ook dat hij minder streng voor zichzelf moet zijn en rekening moet houden met de beperkingen van een brein. Oesi: “Van Beorn moest ik na een concert een dag rustig aan doen. Vroeger ging ik de volgende dag gewoon door. Natuurlijk ging het dan niet zo goed en dan vond ik dat ik nog harder mijn best moest doen. Nu weet ik dat je energie niet oneindig is.”

Sporten en nogeens sporten

Een belangrijk onderdeel in Oesi’s schema is sport. Vier keer per week gaat hij zwemmen, hardlopen of naar pilates. Nijenhuis: “Sporten is goed voor je algehele welbevinden en je stressniveau. Je wordt gezonder, je voelt je beter, je wordt productiever. Dat geldt voor iedereen, dus ook voor musici.”

Gedurende anderhalf jaar werd Oesi’s fitheid en stressniveau gecontroleerd aan de hand van zijn hartslagvariabiliteit. Oesi: ”Eerst een jaar met mijn oude hectische schema, daarna een half jaar met Beorns schema. Mijn energieniveau is tegenwoordig stabieler en hoger. Dat is best fijn.”

Oesi kreeg niet alleen fysieke tips, er zat ook psychologie in het experiment. Oesi moest concrete doelen opstellen voor elk studieblokje. Ging hij zich focussen op de linker- of de rechterhand, op uit het hoofd leren, op details, versieringen of de grote spanningsboog? “In het begin had ik daar helemaal geen zin in. Ik vond het zonde van de tijd om dat allemaal op te schrijven. Ik wilde gewoon de zes suites zo goed mogelijk spelen. Maar toen ik eroverheen stapte, werkte die gestructureerde aanpak ontzettend goed. Nu bedenk ik eerst welke dingen nog niet goed genoeg gaan en besteed daar mijn tijd aan.”

Nijenhuis gaat alle gegevens die het afgelopen halfjaar opleverde de komende maanden verwerken. De bedoeling is dat de ‘case study James Oesi’ informatie oplevert waar andere musici ook iets van kunnen leren. Nijenhuis en Oesi zullen zaterdag de voorlopige uitkomsten presenteren in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ.

Als je hard hebt gestudeerd, moeten je lichaam en hersens dat kunnen verwerken

In de tussentijd kan Oesi zijn voordeel doen met wat hij leerde. Wat was de belangrijkste les? Oesi: “De noodzaak van rust. Als je hard hebt gestudeerd, moeten je lichaam en hersens dat kunnen verwerken. Dat gebeurt tijdens rust, tijdens echte ontspanning. Neem je geen pauze en ga je achter elkaar door, dan is dat zonde van de studietijd. Vroeger wist ik dat niet, maar nu merk ik dat ik zonder rustperiode langzamer leer en dat wat ik heb geleerd niet blijft hangen.

Direct na de lockdown werd hij veel gevraagd voor optredens. Dat was wel even heftig. “Ik was altijd gewend om elk gat in mijn agenda te vullen, maar nu houd ik er rekening mee dat ik ook een herstelperiode moet plannen. Dat is net zo belangrijk als studietijd. Ik heb ook geleerd hoe belangrijk het is om doelgericht te studeren, met een overzichtelijk schema. Vroeger waren er in elke Bachsuite delen die altijd beter gingen en delen die ik consequent slechter speelde. Nu ik bewust tijd besteed aan de stukken die minder goed gaan, is het resultaat dat alles er even goed in zit.”

Ja, het traject heeft hem veel gebracht. Hij is zelfs relaxter geworden. Oesi: “Beorn leerde me om te vertrouwen op mijn voorbereiding. Het zal op een concert heus niet veel beter of slechter gaan dan in de studeerkamer, zegt hij. Want in de studeerkamer doe je het echte werk. Maar je moet ook accepteren dat je niet alles bij een concert onder controle kunt hebben. Om een gouden medaille op de Olympische Spelen te winnen heb je ook mazzel nodig. Soms heb je dat niet. Accepteer dat.”

Heeft hij vertrouwen in de opnames, die op 19 augustus beginnen? Hij knikt. “De grote uitdaging is nu om dit schema met rust vol te houden als het concertleven weer volop begint. Want de muziekwereld is een ongezonde cultuur. Neem dirigent Valeri Gergjev, die een uur voor het concert op het vliegveld landt en na één blik op de partituur het orkest naar zijn hand zet. En door naar het volgende concert. Dat soort mensen wordt beschouwd als de echte helden. Onzin natuurlijk, zo werken is voor niemand goed.”

Op 27 augustus speelt James Oesi de cellosuites van Bach in de Waalse Kerk in Amsterdam.

Lees ook:

Maestro Andris Nelsons studeert tot hij erbij neervalt

Andris Nelsons is leider van twee wereldberoemde orkesten. Met zijn Boston Symphony Orchestra komt hij naar Amsterdam. ‘Ik ben een verlegen en teruggetrokken mens.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden