Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis sinds april 2020.

De kunst van crisismanagement

Wat als je museumdirecteur wordt in coronatijd? Deze vier vrouwen overkwam het. ‘We willen heel graag open’

Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis sinds april 2020.Beeld Inge van Mill

Deze vier vrouwen werden in het coronajaar directeur van een kunstmuseum dat meer gesloten was dan open. Op slag waren ze crisismanager. Ze vertellen over lege zalen, onverwachte geldproblemen, ingewikkelde steunmaatregelen én de enorme creativiteit van hun medewerkers.

Het Mauritshuis is veiliger dan de Ikea

Minstens een dag per week gaat Martine Gosselink (1969) naar het Mauritshuis, vlak naast het Haagse Binnenhof. Buiten ziet ze regelmatig mensen demonstreren tegen de coronamaatregelen. Ze is allesbehalve een corona-ontkenner, maar ze krijgt ook weleens de kriebels om te gaan flyeren. “We willen heel graag open, al is het maar voor een paar mensen. Musea zijn zo’n beetje de veiligste plekken om naartoe te gaan, daar is ze van overtuigd. “Ik zag het laatst weer in een onderzoek van de universiteit van Berlijn. Met looproutes of een vast aantal mensen per zaal, zoals we het afgelopen zomer hebben gedaan – dat is veel veiliger dan de Ikea.”

Natuurlijk, met overheidssteun overleven ze voorlopig nog wel. “Maar het financiële gat dat ontstaat door het wegvallen van de kaartverkoop en andere inkomsten overzien de musea nog niet goed, denk ik. De boekhandelaar eet zijn pensioen op, wij onze reserves.”

Ze vond de situatie onwerkelijk toen ze in april van het Rijksmuseum naar het Mauritshuis kwam. Het museum was doodstil, iedereen werkte zo veel mogelijk thuis. “Er werken hier 85 mensen, in november kwam ik iemand tegen die ik nog nooit in levenden lijve had gezien.” Het gebrek aan terloops contact voelt als een handicap. “Ik heb me een beetje vergaloppeerd met te denken dat iedereen wel snapt dat ik een toegankelijke directeur wil zijn. Dat werkt niet zo via een scherm. Het vertrouwen komt dan veel langzamer.”

Het lastigste is de constant veranderende situatie, waardoor je blijft schuiven met tentoonstellingen, zegt ze. “Je bent steeds bezig je bruiklenen te verlengen, zodat een tentoonstelling langer kan blijven staan. Een team van conservatoren werkt zo’n drie tot vier jaar aan een tentoonstelling, die gun je wel wat eer van hun werk.”

Naast deze ‘malheur’ heeft de coronacrisis het museum ook iets opgeleverd. “Ons online bezoek is flink gegroeid. Met tien procent ten opzichte van 2019, wat ook al een goed jaar was”, zegt Gosselink trots. Er wordt van alles bedacht om ook van een virtueel bezoek iets bijzonders te maken. Bij de huidige tentoonstelling Vervlogen, over geuren in de 17de- eeuwse kunst, is een online rondleiding gemaakt met een box met geursamples die te bestellen is op de website. “Zo kun je thuis de geuren ruiken waarover de conservator vertelt, van schone was tot een stinkende gracht.” Met dit soort activiteiten gaan ze door, ook als corona de wereld uit zou zijn.

Volgend jaar bestaat het Mauritshuis 200 jaar. “Het jubileumjaar gaan we vieren, linksom of rechtsom”, zegt Gosselink beslist.

 Emilie Gordenker, directeur van het Van Gogh Museum sinds  februari 2020. Beeld ANP
Emilie Gordenker, directeur van het Van Gogh Museum sinds februari 2020.Beeld ANP

Het verhaal van Vincent spreekt veel bezoekers juist nu aan

Emilie Gordenker (1965) was een maand directeur van het Van Gogh Museum toen het coronavirus voor het eerst in Nederland opdook. “Ik ben nog naar de opening van de Tefaf in Maastricht geweest. Mensen deden er een beetje lacherig over, maar ik had meteen een heel slecht gevoel.” Ze was net begonnen kennis te maken met de ruim driehonderd personeelsleden toen het museum dicht moest. “Ik heb ze nog een keer bij elkaar geroepen in een heel grote ruimte.” Daarna moest iedereen thuis gaan werken. En al snel kwam de vraag op: “Is er wel genoeg cash voor de komende tijd?”

Dat was wel het laatste wat Gordenker had verwacht toen ze de overstap maakte van het Mauritshuis naar het Van Gogh: financiële zorgen. Het druk bezochte museum verdient maandelijks vier miljoen euro aan de bezoekers. Maar juist dat succes maakt in een crisis als deze extra kwetsbaar. “We draaien maar voor ongeveer tien procent op subsidies, de rest verdienen we zelf. Dat is bijzonder voor een rijksmuseum.” Ze is vol lof over de steun vanuit de overheid, maar pijnlijke beslissingen bleven niet uit. Vacatures werden niet gevuld en tijdelijke contracten niet verlengd.

Gordenker zoekt graag naar lichtpuntjes en die vindt ze in de creativiteit van het team. “Conservatoren en tentoonstellingsmakers hebben het over hun mandje”, lacht ze. Daar zitten altijd wel ideeën in. Een expositie met veel bruiklenen moest worden uitgesteld, maar daarvoor in de plaats is er een tentoonstelling gemaakt met recente aanwinsten. “Die staat helemaal klaar, maar niemand kan hem nu zien. Dat is dan wel weer om te janken.” Ze woont vlak bij het museum, gaat ze er wel­eens stiekem even kijken? “Natuurlijk heb ik die behoefte, maar nee, als ik het van de medewerkers vraag moet ik het zelf ook niet doen.”

Nog een lichtpuntje dan maar: Gordenker voelt dat de cultuur meer gedragen wordt dan tijdens de financiële crisis van 2008. “Dat was een moment waarop mensen vragen stelden over de waarde van culturele instellingen. Die hebben we nu nog niet gehoord – ik klop even af. Culturele instellingen en dus ook de musea maken het leven rijker. Helemaal nu: de mentale gezondheid is ook zeer belangrijk.” Juist het Van Gogh Museum spreekt mensen op dat punt aan, weet ze. “Vincent van Gogh heeft zelf een mentale inzinking gehad. Zijn verhaal biedt heel veel troost, dat horen we vaak van bezoekers.”

Toch is ze er niet gerust op. “De hoop is dat de staat inspringt, maar dat is geen garantie.” Nee, de Van Gogh-collectie zal niet snel in de uitverkoop gegooid worden. “Maar een museum doet meer dan schilderijen ophangen en beveiligen, we hebben ons de laatste jaren ontwikkeld als plaatsen van discussie en bezinning.” En het zijn juist zaken als educatie en onderzoek waarin gesneden moet worden. “De economische gevolgen van deze crisis gaan we nog voelen, we krijgen verkiezingen. Ik zal blijven benadrukken hoe belangrijk de musea zijn voor onze identiteit, als plek om na te denken over deze roerige tijden.”

Anne de Haij, directeur van Stedelijk Museum Schiedam sinds februari 2021. Beeld Marwan Magrou
Anne de Haij, directeur van Stedelijk Museum Schiedam sinds februari 2021.Beeld Marwan Magrou

Moet je een museum in deze onzekere tijd wel uitbreiden?

Het lijkt goed uit te komen dat het Stedelijk Museum Schiedam net nu maandenlang voor een grote renovatie gesloten is. Toch werd Anne de Haij (1983) meteen met een dilemma geconfronteerd toen ze een maand geleden aantrad als directeur. Er is een mogelijkheid om flink uit te breiden. Tegenover het historische Sint Jacobs Gasthuis waarin het museum is ondergebracht, zou de leegstaande Monopole-bioscoop betrokken kunnen worden. “We hebben er een mooi plan voor, de grote zaal is heel geschikt voor kunstinstallaties en we zouden er een programma kunnen doen gericht op de inwoners van Schiedam.” Er moeten nog veel hobbels worden genomen, maar de partij die het pand wil kopen voelt wel voor de verhuur aan het museum, zoveel is duidelijk. Alleen: kun je zo’n grote stap nemen in deze onzekere tijd?

“Voordat het museum sloot voor renovatie, ging het hartstikke goed”, zegt De Haij, die hiervoor werkte bij het Kunstmuseum Den Haag. “Veel bezoek, financieel gezond. Moet je er dan een gebouw bij gaan huren en extra kosten maken? Maar als je het nu niet doet, sluit je een mogelijkheid af voor een heel lange periode.”

Het Stedelijk Museum Schiedam. Beeld ANP
Het Stedelijk Museum Schiedam.Beeld ANP

Voorlopig heeft ze nog geen grote financiële zorgen over het museum en de ruim twintig medewerkers met wie ze buiten wandelend heeft kennisgemaakt. Het leeuwendeel van de subsidie komt van de gemeente, en die is het museum goed gezind sinds een koerswijziging die onder haar voorganger is ingezet. “We zijn meer een museum voor de stad geworden, we proberen de inwoners bij het museum te betrekken. Maar dat wil niet zeggen dat dat zo blijft. We moeten dit jaar een nieuwe aanvraag doen voor meerjarensubsidie. Er zijn nog geen signalen dat we ons zorgen moeten maken, maar het wordt door corona een moeilijke tijd voor de gemeentebegroting.”

De Haij kijkt er naar uit dat de deur weer op een kier mag. Want het museum mag dan in verbouwing zijn, er staan overal in de stad activiteiten op stapel. “Half maart organiseren we in de Havenkerk een open depot. We nemen onze historische collectie onder de loep. Het was de bedoeling dat inwoners van de stad mee konden discussiëren over de vraag welke objecten we moeten houden en wat we eventueel kunnen ontzamelen. Dat zou toch heel goed op afspraak kunnen? In die kerk is er meer dan genoeg ruimte.” Ze hoopt dat er in ieder geval meer mogelijk is als er een tijdelijke tentoonstelling opent in de Sint Janskerk. Florentijn Hofman, bekend van de reusachtige badeenden, zal er tussen de gewelven een groene cocon plaatsen waar bezoekers gratis in kunnen. De Haij verheugt zich er enorm op. “Mensen hebben nu, maar tegen die tijd zeker, echt behoefte aan iets moois of een uitje.”

Annabelle Birnie, directeur van De Hermitage en De Nieuwe Kerk sinds januari 2021. Beeld Anne Timmer
Annabelle Birnie, directeur van De Hermitage en De Nieuwe Kerk sinds januari 2021.Beeld Anne Timmer

De Hermitage moet zijn eigen broek ophouden

In rap tempo somt Annabelle Birnie (1968) de steunmaatregelen op waarvoor de Hermitage en de Nieuwe Kerk in aanmerking hopen te komen. Tot nu toe kwamen de musea, die onder één stichting vallen, er bekaaid vanaf. “De eerste twee tranches van culturele noodsteun van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap waren uitsluitend voor gesubsidieerde instellingen.” Aangezien Hermitage en Nieuwe Kerk financieel hun eigen broek ophouden – Birnie noemt het ‘cultureel ondernemen’ – vielen ze buiten de boot. Er was alleen de NOW-regeling waarop ook de horeca en winkeliers aanspraak kunnen maken. “We moeten het hebben van particuliere ondersteuning en dat is heel spannend”, zegt Birnie.

Maar er gloort hoop. Bij de volgende tranche gaat er 20 miljoen naar het Mondriaan Fonds die het zal verdelen onder instellingen die geen subsidie ontvangen. Ook de gemeente Amsterdam maakt geld vrij. “Hoe de regelingen precies uitvallen is nog niet duidelijk, maar ik ben er zeker van dat we daarvoor in aanmerking komen”, zegt Birnie zelfverzekerd. In haar vorige baan bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst zat ze aan de andere kant van de tafel, dus ze weet precies hoe het werkt.

Het museum wacht niet alleen op steun van de overheid. Sponsoren springen bij en er wordt gewerkt aan een campagne die het publiek rechtstreeks vraagt om hulp onder het motto ‘Houd de Hermitage open’. Dat geeft wel aan hoe serieus de situatie is, geeft Birnie toe. “We zingen het nog uit, maar er moet wel iets gebeuren.”

Dat de Hermitage nog overeind staat, komt omdat haar voorganger hard heeft ingegrepen, zegt Birnie die eind januari het stokje overnam. “We hebben een kwart van het personeel in vaste dienst moeten laten gaan. Een heel heftige en pijnlijke situatie.” Maar er heerst nu zeker geen nare sfeer onder de 35 achterblijvers, benadrukt ze. Birnie ziet het als een voordeel dat ze nieuw binnenkomt. “Mensen vinden het fijn om te vertellen over hun werk, waar ze mee bezig zijn. En zelf denk ik ook: het kan nu eigenlijk alleen maar beter worden.”

Zodra het museum weer open mag staat er een mooie tentoonstelling te wachten: Romanovs in de ban van de ridders. Die kan langer blijven staan. Het moedermuseum in het Russische Sint Petersburg, waar alle kunst vandaan komt, heeft ingestemd met de verlenging. Ook in de Nieuwe Kerk staat nog een expositie: History & Royalty. Maar of die nog door veel mensen gezien zal worden is de vraag. Half april staat de World Press Photo Exhibition 2021 gepland.

Natuurlijk is het van levensbelang dat er snel weer bezoekers naar de musea mogen, maar Birnie heeft er een genuanceerde mening over. “Ik vind dat de musea een veilige omgeving kunnen bieden, maar ik ben me ervan bewust dat gemeenten liever niet te veel verkeer in de stad op gang brengen. En tja, wat is terecht in een pandemie?”

Lees ook:

Bij wijze van experiment trad Guido Weijers eindelijk weer op: ‘Hopelijk zijn we vandaag deel van de oplossing’

Guido Weijers gaf bij wijze van experiment voor vijfhonderd mensen een masterclass geluk in het theater. En gelukkig was zijn publiek. ‘Ik heb me eraan gelaafd!’

De cultuursector belooft: als de zalen weer open mogen, zal de cultuur bloeien als nooit tevoren

Als theaters en concertzalen weer open mogen, zal de cultuur er des te heviger bloeien. Donderdag begint een campagne waarin de zwaar getroffen podiumsector zijn veerkracht toont. De boodschap: ondanks alles herbergen de lege zalen van nu een magnifieke belofte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden