InterviewMartine Gosselink

Wat als de boekenkist in het Rijksmuseum niet van Hugo de Groot blijkt te zijn?

Martine Gosselink in het Rijksmuseum in Amsterdam bij de boekenkist van Hugo de Groot, de kist waarin hij zou zijn gevlucht. Beeld Martijn Gijsbertsen

Zijn ze echt of nep, voorwerpen van verering uit onze geschiedenis? Die vraag wordt beantwoord in het nieuwe tv-programma ‘Historisch bewijs’ dat vandaag begint.

Is Hugo de Groot inderdaad gevlucht in die oude houten kist die in het Rijksmuseum staat? En is de zilveren schaal die enkele zalen verder in een vitrine prijkt, werkelijk afkomstig van de zilvervloot van Piet Heyn? Martine Gosselink, hoofd van de geschiedenisafdeling van het Rijksmuseum, onderzocht met een team deze en andere vragen over zes belangrijke objecten van de vaderlandse geschiedenis. Ze werd daarbij gevolgd door tv-camera’s, vertelt ze in haar mooie werkkamer in de villa naast het museum in het centrum van Amsterdam.

In zes afleveringen komen zes historische voorwerpen aan bod, vier uit uw eigen museum, en twee uit andere. Nep of echt is steeds de best spannende vraag. Is die aanpak volgens een in het buitenland bestaande televisieformule?

Gosselink: “Nee, helemaal niet. Wat wij laten zien, is volgens mij uniek. Wij wilden als Rijksmuseum al heel lang onderzoek doen naar de oorsprong van de vaderlandse relieken uit onze collectie. In een gesprek met televisiemakers kwamen we tot deze aanpak. We zijn er maanden mee bezig geweest om alles uit te zoeken en te filmen.”

Wat is een reliek precies?

“Het woord komt voort uit het woord relikwie en betekent eigenlijk zo’n beetje hetzelfde, namelijk een object dat leidt tot de verering van heiligen of van leidsmannen. Je ziet relieken natuurlijk in veel religies, met name bij de katholieken. Het grappige is, vind ik, dat eind zestiende eeuw wij een overwegend protestants landje werden, maar tegelijk een eigen reliekencultus ontwikkelden. Dat gebeurde juist vanwege de opstand tegen die katholieke Spanjaarden. Daar zien we in ons museum voorbeelden van.”

Dat zijn dus, zeg maar, protestantse relieken?

“Ja, rondom helden van de jonge republiek in de zeventiende eeuw, zoals Michiel de Ruyter en Piet Heyn, ontstond behoefte aan verering via voorwerpen. Net als voor mannen als Hugo de Groot, Jan en Cornelis de Witt en de grote staatsman Johan van Oldenbarnevelt. Juist de volgelingen van die protestantse mannen, die zo ontzettend wars waren van de katholieken, blijken op hun eigen manier weer vatbaar voor verering via objecten.

“Hun protestantse geloof stelt dat er niets is tussen henzelf en God en dat bijgeloof en verering van beelden en relieken niet mag. En toch wordt een botje van een vinger, zoals in het geval van een van die broers De Witt, fantastisch gevonden. Als een pars pro toto, een deel van het geheel, van de hele held. Die mannen worden dus niet als religieuze heiligen gezien, maar als aanvoerders in de strijd tegen de Spanjaarden. Of als grondleggers van de jonge republiek. En de vraag in dit programma is nu: die voorwerpen van verering die zijn overgeleverd, zijn die eigenlijk wel echt?”

Beulszwaard en verfzakjes

De relieken die vanaf vanavond in het tv-programma ‘Historisch Bewijs’ worden onderzocht, zijn: het beulszwaard waarmee Johan van Oldenbarnevelt werd onthoofd (Rijkmuseum), de verfzakjes van Rembrandt (Collectie Six), de hoed van Ernst Casimir (Rijksmuseum), de Piet Heyn-schaal (Rijksmuseum), de boekenkist van Hugo de Groot (Rijksmuseum, Slot Loevestein, museum Prinsenhof) en de tong en vinger van de gebroeders De Witt (Haags Historisch Museum). Start woensdag 5 februari om 20.30, AvroTros op NPO2.

Het gaat in ‘Historisch Bewijs’ telkens om een voorwerp dat vereerd werd vanwege de held aan wie het toebehoorde?

“Ja, maar er zijn verschillende smaken. Allereerst onderzoeken we lichaamsresten, in het programma zijn dat het vingerkootje van Jan de Witt en de tong van zijn broer Cornelis. Die liggen in het Haags Historisch Museum. Ten tweede zijn er objecten die werkelijk toebehoren aan een persoon, denk aan de verfzakjes van Rembrandt. En dan zijn er, ten derde, ook voorwerpen die alleen gelinkt zijn aan een gebeurtenis rondom een persoon, bijvoorbeeld het jasje van Hugo de Groot. Hij zou het aan gehad hebben tijdens zijn vlucht in 1621 in de beroemde boekenkist. Het is een jasje van een metselaar, het zat hem krap, volgens de overlevering. Het was een tijdelijke vermomming om in te ontsnappen, niet zijn eigendom.”

Een vinger en een tong, best gruwelijk, zijn die altijd te zien geweest?

“Nee, dat is juist weer zo boeiend. Ze zijn in 1894 uit de vitrine weggehaald. Men vond het toen te verschrikkelijk om te tonen aan het publiek, te pijnlijk. Ze zijn nu wel weer te zien in het Haagse museum.

“Het beroemde schilderij van de twee gevilde lijken van Jan en Cornelis de Witt is ook een tijd niet tentoongesteld om die reden. Dat hangt nu ook weer gewoon bij ons. Grappig en tegelijk tegenstrijdig is ook dat die lichaamsresten in het begin juist werden veracht en per opbod verkocht door tegenstanders van de broers.”

Hoe ging dat in zijn werk?

“Nou, de lichamen van de broers zijn gevild en hun lichaamsdelen werden gewoon te koop aangeboden. Wie wil er een teen, wie wil een haar, wie wil een testikel? Er waren mensen die dit kochten als aandenken aan die moordpartij, zowel voor- als tegenstanders. Voor de voorstanders van de daden en denkbeelden van die broers werden het vervolgens relieken om te vereren.”

Het beulszwaard waarmee Van Oldenbarnevelt is onthoofd ziet u als reliek? Wie vereert er nou een moordwapen?

“Dat object zelf is natuurlijk niet schuldig. Het is belangrijk geweest voor zowel zijn tegenstanders als zijn voorstanders. We gebruiken het om deze geschiedenis mee te vertellen. Net als we in 2010 het pistool hebben verworven waarmee Pim Fortuyn is doodgeschoten. Er speelde toen meteen al een vergelijkbare discussie. Mensen zeiden: als je dat tentoonstelt, wordt het een reliek voor zijn aanhang of juist voor zijn tegenstanders. Wij zien het als een belangrijk historisch voorwerp om te vertellen over een van de politieke moorden die ons land heeft gekend, naast die op Floris de Vijfde, Willem van Oranje, Van Oldenbarnevelt en de De Witts. Het pistool is nog niet voor publiek zichtbaar, het is ook nog geen reliek, niemand vereert het nu al. Maar misschien komt dat nog, dat zal de tijd uitwijzen.”

Dat pistool is een belangrijk object voor de vaderlandse geschiedenis?

“Ja, zeker. En stel: in 2030 leggen wij dat pistool zichtbaar neer. Wat dan kan gebeuren is dat er een groep mensen opstaat die zegt: Fortuyn stond aan het begin van een belangrijke beweging, ik ben een Fortuynist en dit pistool is daarom voor mij belangrijk. Dan wordt het een reliek. Ik fantaseer even, hè. Maar dat kan. Overigens, voor dit tv-programma is het ongeschikt, want we weten nu al zeker dat met dat pistool Fortuyn is vermoord.”

Martine Gosselink poseert bij de boekenkist van Hugo de Groot.Beeld Martijn Gijsbertsen

Maar het Rijksmuseum weet vooralsnog dus niet of die belangrijke, bekende relieken, zoals de schaal van Piet Heyn of de kist van Hugo de Groot, echt zijn?

“Vaak niet, gek genoeg. Herkomstonderzoek bij de relieken is lang niet gedaan, omdat ze ook een bepaalde onaantastbaarheid hadden. Daar kwam je niet aan. Van onze schilderijen en het overgrote deel van onze collectie weten we dat natuurlijk wel. Maar van de circa vijftig relieken die wij hebben niet.”

Zijn er geen bewijzen voor de authenticiteit?

“Er zijn soms authenticiteitsbriefjes waarop staat: hierbij is bewezen dat dit en dit stuk echt toebehoorde aan meneer X of Y. Ik heb me vaak afgevraagd: is dat wel zo? Trouwens, ook mijn voorgangers en collega’s waren ermee bezig. We leven nu ook nog eens in een tijd van een overdaad aan fake news en hebben misschien daarom een grotere behoefte aan waarheidsvinding. Tegenover ons publiek zijn we verplicht om feiten en fictie goed van elkaar te scheiden. Hoog tijd voor onderzoek, dat nu gevat is in een tv-formule.”

Wat te doen als iets ‘fake’ blijkt? Als Hugo de Groot nooit in die kist heeft gezeten die hier te zien is? Weg ermee?

“Allereerst zijn er drie kisten van Hugo de Groot, een bij ons, een in Slot Loevestein, een in Museum Prinsenhof in Delft. Dus twee zijn sowieso nep. De aflevering die daarover gaat, is een soort wie van drie: kan de echte kist opstaan? Maar los daarvan, je stelt een heel belangrijke vraag. Het maakt voor ons historici namelijk helemaal niks uit of ze echt zijn of niet. Als ze nep zijn, blijven ze gewoon in het museum staan en zijn ze als historisch voorwerp nog altijd heel interessant. Ik gebruik liever niet het woord nep, maar spreek over gemaakt. We leren met dit onderzoek de herkomst van onze objecten kennen, hun biografie, daar gaat het om. Stel dat die kist hier inderdaad een gemaakt reliek is: wie heeft dan bedacht om hem aan Hugo de Groot te verbinden? En waarom? Dat kan een interessanter historisch gegeven zijn dan wanneer het de echte kist is. Want iemand heeft de moeite genomen om van een kist een reliek te maken die vervolgens eeuwenlang vereerd is. Om maar dicht bij De Groot te kunnen zijn en blijven. Omdat die man zó belangrijk was.”

U bedoelt: geschiedenis moet gaan over verhalen en deze objecten dienen om die te vertellen, ook als ze onecht zijn?

“Ja, precies. Ook al zijn die relieken dus gemaakt, interessant is dat iemand ze heeft aangewezen als echt. En er een verhaal bij bedacht heeft. Veel van die gemaakte objecten die vereerd werden, stammen uit de negentiende eeuw. Dat was een tijd van nation building, opkomend nationalisme, toen was die verering van oude helden van de republiek uit de zeventiende eeuw blijkbaar nodig. Dat zegt ons iets over die negentiende eeuw. Het toont hoezeer een persoon vereerd werd in die periode, hoe dichtbij zijn aanhangers bij hem wilden komen. Ik zou bijna zeggen: als blijkt dat iets gemaakt is, is er des te meer reden om het tentoon te stellen.”

Martine Gosselink poseert bij de hoed, met kogelgat, van Ernst Casimir.Beeld Martijn Gijsbertsen

Komt het ook door technologische vooruitgang dat u nu pas de herkomst van deze objecten onderzoekt?

“Ja, dat is natuurlijk zo. We kunnen tegenwoordig zoveel meer uitzoeken dan, zeg, twintig jaar geleden. Je zult het terugzien in de serie. Zijn er nog bloedsporen te vinden op het zwaard waarmee Van Oldenbarnevelt is onthoofd? Of is dat door allerlei mensen te vaak al schoongemaakt in de loop der eeuwen? Ergens in deze afleveringen komt het technische en natuurwetenschappelijke onderzoek van het object samen met wat er in de literatuur en andere bronnen gevonden is. Dat is de rol, het levert een spanningsboog op. En de kijkers leren spelenderwijs ook nog iets van de vaderlandse geschiedenis. Dan volgt de conclusie: echt of niet?”

Een soort CSI Rijksmuseum?

“Ja, haha, dat was ook een goede titel van het programma geweest.”

Gosselink stapt over

Martine Gosselink wordt de nieuwe directeur van het Mauritshuis, zo werd dinsdag bekend. Dat Haagse museum speelt geen rol in het programma ‘Historisch Bewijs’. Mocht er een tweede seizoen komen, dan zou zij dat graag vanuit het Mauritshuis voortzetten, vertelt ze in een eerste reactie na bekendmaking van haar overstap. Daarvoor zou zij de formule ‘íets’ aanpassen. Het zou niet meer over relieken gaan, maar over vragen rondom de schilderijencollectie van het Mauritshuis.

Gosselink: “De zeventiende-eeuwse schilderijen van Frans Post met Braziliaanse onderwerpen bijvoorbeeld. Zijn die inderdaad in Brazilië gemaakt, toen hij meereisde in het gevolg van Johan Maurits? Kunnen we dat ontdekken aan de hand van door Post gebruikte materialen: het hout voor het paneel, de verf?

Ook over de totstandkoming van werken zou ze graag meer te weten komen. “Hoe zet je je werk op, als je een immens kerkinterieur op het doek wilt overbrengen? Of, kijk naar de Stier van Paulus Potter, hoe maak je zo’n groot doek, van 235 x 339 cm? Ik verzin dit ter plekke, hoor. Ik denk dat de conservatoren van het Mauritshuis nog met veel beter geschut kunnen komen.” 

Lees ook:

‘Neger’ mag niet meer in het Rijks

Het woord ‘neger’ mag niet meer in het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook omschrijvingen als hottentot, indiaan, moor, kaffer of nikker komen straks niet meer voor in de omschrijving van de collectie. Het Rijksmuseum wil alle ‘kwetsende etnische aanduidingen’ vervangen door neutrale termen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden