Review

Warschau, Amsterdam, Warschau

In 1969 besloot H. C. ten Berge zijn bundel 'Canaletto en andere verhalen' met een paar dagboeknotities van zijn vriend J. Stieltjes, onder de titel 'Een koud einde'. Ze hebben betrekking op een verblijf in Warschau, de laatste dagen van 1967, en zijn natuurlijk van niemand anders dan van Ten Berge zelf afkomstig. De hele bundel is trouwens, op één verhaal na, in Polen gesitueerd en dat sluit mooi aan bij het biografische gegeven dat Ten Berge in '67/'68 langdurig in Polen verbleef.

T. van Deel

Wat zijn alter ego Stieltjes in Warschau meemaakt, zien we terugkomen in zijn nieuwste roman, 'Blauwbaards ontwaken', soms in dezelfde formuleringen. 'Een verdraaide geschiedenis' noemt Ten Berge zijn boek en dat kan eigenlijk niets anders betekenen dan dat de verbeelding tot een verdraaiing van de werkelijkheid heeft geleid. Heette een vroege roman nog programmatisch 'Een geval van verbeelding' (1970), sinds het personage Edgar Moortgat zijn intrede deed in 'Het geheim van een opgewekt humeur' (1986) heeft Ten Berge steeds meer de illusie willen geven autobiografische fictie te schrijven. Maar ook de herinnering is een vorm van verbeelding, daarvan is 'De jaren in Zeedorp' (1998) een prachtig voorbeeld.

Helemaal in deze lijn, en als vervolg daarop, verschijnt nu de nieuwe roman, waarin Edgar zevenentwintig jaar is, zijn overspelige Francine heeft verlaten en op zichzelf is gaan wonen. Al na twee weken stapt hij in de auto en reist hij gretig af naar Polen, een volstrekt onbekend land en een open toekomst. Het is zomer 1967. In Warschau raakt hij bevriend met een echtpaar, bij wie hij mag inwonen. En dan, op een avond, ontmoet hij Aleksandra Ambrosaitis, die als bliksem bij hem binnenslaat.

Hun heftige liefdesverhouding is de rode draad van de roman. Aanvankelijk moeten zij hun verlangens bedwingen, want Aleksa is getrouwd en heeft een kind (haar man zit in Amerika en laat niets meer van zich horen) en zij kan zich ten opzichte van haar familie geen openlijke affaire permitteren. Pas later, als beiden een paar dagen in de buurt van Zakopane door de bergen wandelen, komt het tot een lichamelijk treffen. De voorkeur van Aleksa voor opwindende en gevarieerde seks blijkt al meteen als zij hem in het bos afzuigt en hij haar, ook buiten, staande moet neuken, zij de benen om zijn heupen en de rug steunend tegen een houten stal.

Voor Edgar is deze gulzige geliefde een nieuwe ervaring, een ware inwijding in de lust. Hij noemt zichzelf weliswaar enkele malen een erotomaan of een pornograaf, maar tot dan toe was hij nogal schuchter in eroticis. Al helemaal onverzadigbaar blijken hun lichamen, als Aleksa in de herfst naar Amsterdam komt, om studieredenen. Zij wil promoveren op de zeventiende-eeuwse bouwkunst in West-Europa, maar het is haar vanzelfsprekend vooral om Edgar te doen. Op een druk feestje in Zeedorp - verschillende personages uit de vorige roman treden op, onder wie Louise, de grote jeugdliefde van Edgar - doen ze het ongemerkt, Aleksa met haar rok wijd uitgespreid op zijn schoot gezeten, alleen Louise lijkt te begrijpen wat zich daar afspeelt.

De Amsterdamse episode wordt al in het begin van de roman als volgt beschreven: ,,Hun lichamen leken onverzadigbaar. Twee maanden lang waren ze onafscheidelijk geweest. De niet-aflatende passie joeg hem soms angst aan. Hoe lang zou het duren voordat ze opgebrand en uitgeput de laatste adem uitbliezen?' Maar dan komt er een eind aan en het is Aleksa die zegt terug te verlangen naar huis en haar huwelijk niet te willen opbreken. De ware reden is vermoedelijk een andere en die vertelt ze pas wanneer ze Polen binnenrijden: ze is zwanger en wil het kind niet houden. In feite is daarmee het lot van deze heftige, gepassioneerde liefde bezegeld.

De roman is in drie delen opgedeeld: Warschau, Amsterdam, Warschau, of anders gezegd: begin, bezegeling en afloop van de liefde. De grote bewegingen in dit boek zijn voor de beide hoofdrolspelers aan elkaar tegengesteld. Eerst komt Edgar naar War-schau, waar hij Aleksa ontmoet. Dan komt Aleksa naar Amsterdam, om twee maanden bij Edgar te wonen. En ten slotte brengt hij haar terug naar Warschau, naar de beginsituatie. Die slotfase, in feite het hele derde deel, is buitengewoon en bevat nog verschillende nieuwe elementen, zelfs een nieuw personage, Asta, 'een wilde vrouw uit de Baltische bossen', die met toestemming van Aleksa Edgar verleidt.

Ten Berge's beheersing van de stof, zijn vermogen zowel doordringend als ironisch-afstandelijk te schrijven, maakt grote indruk. Daar komt nog bij dat hij, zoals bij hem gebruikelijk, diverse lagen in de tekst weet aan te brengen. De drie delen van de roman eindigen elk met een hoofdstuk waarin een oud verhaal van Ten Berge is opgenomen. Deze verhalen lijken op het eerste gezicht geheel buiten de handeling te staan, maar wie ze leest in het verband van de roman, komt voor verrassingen te staan. Ten Berge heeft zijn eigen literatuur (ook zijn dagboeken trouwens) ten tijde van zijn Poolse connectie gemonteerd in deze 'verdraaide geschiedenis', die in zijn hedendaagse, lossere en meer realistische stijl is geschreven.

Met een magnifieke slotscène, waarin Edgar in een overweldigende sneeuwstorm terug naar huis rijdt, eindigt de roman. Zo'n slot is heel erg Ten Berge. Hij wil een roman opspannen tussen tegendelen. De zomerse hitte in Warschau opent het verhaal en het wordt besloten in de ijzingwekkende kou van de terugtocht. Zulke tegenstellingen en ook herhalingen of variaties zijn er legio aan te treffen. Die tussen het Westen en het Oostblok spreekt voor zichzelf, zeker in 1967, en roept die tussen vrijheid en gebondenheid op. Er komen, gelukkig, heel wat maatschappelijke en politieke overwegingen in het boek voor, ook historische en literaire, waardoor het geheel als de vastlegging van een bepaalde tijd op een bepaalde plaats mag gelden.

In de gesprekken over literatuur die Edgar voert, hij is tenslotte schrijver, krijgt hij Stanislaw Witkiewicz aangeraden, wiens meesterwerk 'Onverzadigbaarheid' heet (recent in het Nederlands vertaald) en waarnaar geregeld wordt verwezen in formuleringen als 'de zwengel der lust' of 'het ravijn van genot'. Andere Poolse schrijvers die een rol spelen in dit boek zijn Bruno Schultz en Adam Mickiewicz. De Nederlandse literatuur is ook vertegenwoordigd, even afgezien van Ten Berge zelf, die dikwijls toespelingen maakt op eigen werk en dat van anderen, en wel door de biochemicus Harald Vandermey, die uiterst hermetische en nauwelijks gewaardeerde gedichten schrijft. Het model is zonder twijfel Hans Faverey. Het lange gesprek met hem behoort tot de meest informatieve gedeelten van het boek, want Edgar geeft daarin desgevraagd een lange opsomming van wie of wat hem interesseert. Daar komt ook Blauwbaard in voor, want die was toen al in Edgar ontwaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden