Recensie

Wantrouwig en xenofoob: de Sovjetmens is terug

Beeld TR BEELD

Masha Gessen onderzoekt hoe Rusland, na de val van de Sovjet-Unie, terugkeerde naar een regime met totalitaire trekken. 

Masha Gessen
De toekomst is geschiedenis. De terugkeer van het totalitaire Rusland
De Bezige Bij; 576 blz.
€ 34,99

Toen op 19 augustus 1991 tanks verschenen in de straten van Moskou wist de moeder van de toen 7-jarige Masha instinctief meteen dat het goed mis was. “We moeten het land uit”, zei ze zonder aarzelen, herinnert de Amerikaans-Russische journaliste Masha Gessen zich.

Het overhaaste vertrek bleek niet nodig. De conservatieve staatsgreep die de ineenstorting van het communistische regime had moeten voorkomen mislukte jammerlijk, het ideologische masker van de Sovjetstaat viel aan gruzelementen en binnen luttele maanden viel het land uiteen in vijftien onafhankelijke staten. In Rusland gloorde met president Boris Jeltsin aan het roer een democratische dageraad, zo leek het.

Een van de weinigen

Socioloog Joeri Levada was een van de weinigen die het dramatische einde van de Sovjet-Unie hadden zien aankomen. Eind jaren tachtig zocht hij naarstig naar een definitie van de homo sovieticus, de Sovjetmens die zeventig jaar lang de steunpilaar van het regime was. Een wezenskenmerk was volgens hem zelfisolatie. Net als de USSR zich door een IJzeren Gordijn gescheiden wist van de boze buitenwereld, koesterde de Sovjetmens een diep wantrouwen jegens iedereen die anders en daarmee onbetrouwbaar was. Maar Levada constateerde ook dat de homo sovieticus op zijn retour was, een uitstervende soort, zonder welke het Sovjetsysteem gedoemd was te verdwijnen. De roerige gebeurtenissen van 1991 leken hem gelijk te geven.

Gessen zoekt in haar jongste boek ‘De toekomst is geschiedenis’ een verklaring voor de koers die het moderne Rusland is ingeslagen onder president Vladimir Poetin, de man die al zeventien jaar de teugels in handen heeft en bij de presidentsverkiezingen van 18 maart afstevent op een nieuwe ambtstermijn van zes jaar. Ze volgt de lotgevallen van vier Russen die halverwege de jaren tachtig zijn geboren en als kind de nadagen van de Sovjet-Unie nog min of meer bewust hebben beleefd. Parallel daaraan beschrijft ze de zoektocht van drie ouderen - een filosoof, een socioloog en een psychologe - die de roerige gebeurtenissen van de afgelopen decennia proberen te verklaren vanuit hun eigen vakgebied.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Masha Gessen Beeld TR BEELD

Desillusie

De euforie van 1991 sloeg snel om in desillusie. Al na twee jaar leidde politieke strijd tot een bijna-burgeroorlog in de straten van Moskou, de beschieting van het parlement met tanks, en meer dan 140 doden. Hyperinflatie en geldhervorming brachten miljoenen Russen in een klap tot de bedelstaf. En eind 1994 begon in de opstandige deelrepubliek Tsjetsjenië een bloedige oorlog, met de zwaarste bombardementen in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog en tienduizenden dode Russische staatsburgers tot gevolg. “Het nieuws uit Tsjetsjenië spoot als bloed uit een kapotte slagader”, schrijft Gessen.

Ze beschrijft de Sovjetwerkelijkheid door de ogen van mensen als psychoanalytica Marina Aroetjoenjan, die gaandeweg ontdekte dat haar partijgetrouwe grootmoeder in de jaren twintig haar echtgenoot, een bekende germanist, had verlinkt, waardoor die in het kamp belandde en uiteindelijk werd geëxecuteerd. Ze volgt ook de levenswandel van de extreem-rechtse, nationalistische filosoof Aleksandr Doegin, later een invloedrijke stem tijdens en na de Russische annexatie van de Krim in 2014. Doegin vond dat Poetin niet ver genoeg was gegaan en het Russische grondgebied nog verder had moeten uitbreiden.

Taaie theoretische uitweidingen

Met soms taaie theoretische uitweidingen en uitgebreide verwijzingen naar auteurs als Hannah Arendt en George Orwell probeert Gessen tussen die levensverhalen door het Sovjettotalitarisme te definiëren, om vervolgens het postcommunistische Rusland - en vooral het Poetintijdperk - aan die definitie te toetsen. ‘De terugkeer van het totalitaire Rusland’, luidt de suggestieve ondertitel van het boek. Rusland is weliswaar (nog) geen totalitaire staat, betoogt ze. Maar de samenleving, geworteld in zeventig jaar communisme, gedraagt zich meer en meer als onder een totalitair regime, vooral sinds het aandraaien van de duimschroeven na 2012.

Zelf nam Gessen actief deel aan de onverwacht massale uitingen van onvrede in 2011 en 2012, waarbij tienduizenden mensen de straat opgingen. Het verzet bloedde al snel dood, mede doordat het parlement na Poetins terugkeer als president (na vier jaar premierschap) in het voorjaar van 2012 in snel tempo een reeks wetten aannam die het organiseren van demonstraties en het functioneren van bijvoorbeeld ngo’s een stuk lastiger maakten.

Al deze gebeurtenissen vinden hun weerslag in de lotgevallen van de vier jonge hoofdpersonen van het boek. De Moskouse Masja is geboren in 1984, heimelijk gedoopt door haar oma en al op 4-jarige leeftijd in staat valse dollars van echte te onderscheiden, een typerend teken des tijds. Ze ontpopt zich uiteindelijk als prominent activiste tijdens de protesten van 2011-2012.

Gorki

De wieg van leeftijdgenote Zjanna staat in de provinciestad Gorki, in haar jeugdherinnering gewis ‘de vreselijkste stad op aarde’. Als kind beleeft ze hoe haar vader, Boris Nemtsov, zich van berooid maar veelbelovend wetenschapper opwerkt tot populair politicus, en het tot gouverneur en later vicepremier weet te schoppen, om uiteindelijk als oppositieactivist in de marge van het politiek bedrijf te belanden. Begin 2015 wordt hij vlakbij het Kremlin vermoord.

Serjozja, uit 1982, kent als kind alleen maar het onbezorgde wereldje van de communistische nomenklatoera, als kleinzoon van politbureaulid Aleksandr Jakovlev, de ideoloog van Michail Gorbatsjovs hervormingspolitiek die het Sovjetsysteem op zijn kop zet. Voor hem betekent de omwenteling van 1991 een harde landing in een heel andere werkelijkheid.

Aan den lijve

Ljosja (1985) ontdekt in de Oeralstad Solikamsk dat hij homo is en ondervindt aan den lijve wat dat betekent in Rusland.

Masha Gessen emigreerde als kind met haar Joodse ouders naar Amerika, maar keerde in 1991 terug naar Rusland, waar ze als journaliste verslag deed van de roerige jaren negentig en het Poetintijdperk, alvorens opnieuw te vertrekken naar de VS. Eerder schreef ze een kritische Poetinbiografie onder de titel ‘De man zonder gezicht’. Haar jongste boek, dat haar de National Book Award opleverde, biedt een goed inzicht in de onderhuidse processen die de Russische samenleving de afgelopen decennia hebben bepaald, zelfs al wordt het perspectief daarop vooral bepaald door de hoofdpersonen, in hoofdzaak Moskovieten die allemaal vroeg of laat in het kamp van de Poetincritici belanden.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden