Opinie

Wanhopig schreeuwende vrouw blijft Akram Kahn steeds bij.

De Brits/Bengalese choreograaf trok vorig jaar met zijn voorstelling ’Zero Degrees’ zo de aandacht van Holland Festival-directeur Pierre Audi dat hij opnieuw naar Nederland is gehaald.

’Een voorstelling is als een kostuum: je moet het indragen om je er comfortabel in te voelen.” De Brits/Bengalese choreograaf Akram Khan heeft het persoonlijke dansduet ’Zero Degrees’ gedurende de succesvolle Europese tournee volop kunnen ’indragen’. Inmiddels zit het pak hem gegoten. Vorig jaar was de productie al in Nederland te zien, maar festivaldirecteur Pierre Audi vond het zo belangwekkend dat hij er ruimte voor vrijmaakte in deze editie van het Holland Festival.

Het belang van ’Zero Degrees’ bleek al bij de try-out op 8 juli 2005 in het Londense theater Sadler’s Wells, precies een dag na de terroristische aanslagen en op een steenworp afstand van de plek waar twee bommen ontploften. De voorstelling kreeg een onbedoelde politieke lading door de islamitische achtergrond van de choreografen Akram Khan en Sidi Larbi Cherkaoui en het door hen gekozen thema: de zoektocht naar identiteit, het samenkomen van werelden, het verkennen van grenzen van waaruit een nieuw ’nulpunt’ kan worden gedestilleerd: ’Zero Degrees’. „Maar een politiek pamflet is het zeker niet”, zegt Akram Khan. „Politiek mag in kunst nooit het uitgangspunt zijn. Hierin volg ik Booker Prize-winnaar en essayist Arundhati Roy, die stelt dat kunst de functie heeft dingen open te breken om ruimte te creëren voor discussie.”

Akram Khan (1974), geboren uit Bengalese ouders, groeit op in Londen met breakdance en hiphop. Zijn moeder, zelf kathakdanseres, stuurt hem naar kathakles om zich deze traditionele dans uit Noord-India eigen te maken en om ’feeling’ met zijn herkomst te houden. Gegrepen door de dans studeert Khan cum laude af aan de Northern School of Contemporary Dance in Leeds. En zoals hij zelf geworteld is in twee culturen, zo wordt zijn danskunst dat ook. Khan: „Als ik in Groot-Brittannië ben, voel ik me niet Engels maar als ik in Bangladesh ben, voel ik me meer Brits dan Bengalees. Het is als een tennisbal die tussen twee speelvlakken in het net verstrikt is geraakt.”

Zijn betoverende ’fusion’ (Khan: „Ik noem het zelf liever ’confusion’.”), tussen de delicate kathakdans en westerse choreografie – ’de twee kanten van het net’ – maakt Akram Khan beroemd en zijn Akram Khan Company een veelgevraagde gast bij toonaangevende festivals. Op een choreografieworkshop in Brussel ontmoet hij de van herkomst Marokkaanse danser en choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, telg uit Alain Platels Vlaamse danstheatergezelschap Les Ballets C. de la B. en met zijn mengeling van streetdance en danstheater eveneens een van de opvallendste verschijningen op de Europese podia.

Beiden komen uit islamitische families, hebben hun dubbele nationaliteit gemeen en zijn opgegroeid in Europa met iconen als Michael Jackson en Madonna. Beiden delen ook artistieke uitgangspunten: filosofie en spiritualiteit, gespleten identiteit en de plek die het individu zich daarmee in de wereld moet bevechten. „Maar onze dansstijlen zijn compleet verschillend en we creëren ons werk vanuit totaal verschillende invalshoeken. Cherkaoui werkt vanuit theater en zoekt daar de beweging bij, ik werk vanuit beweging en werk vervolgens naar het theatrale toe. Het leek ons interessant elkaar in alle openheid ergens halverwege te ontmoeten. We zijn maar gewoon ergens begonnen.”

De ontmoeting tussen beide choreografen begon voor ’Zero Degrees’ met de exploratie van de taal en de techniek van de ander. Zo experimenteerde Cherkaoui met de voor zijn werk kenmerkende handbewegingen en houdingen, die veel bleken te lijken op de handbewegingen die de kathak (letterlijk: de kunst van het verhalen vertellen) gebruikt om heldendichten over te dragen.

De fase van experimenteren bracht de dansmakers tot een verhaallijn, die als motief door de voorstelling loopt: een verdrongen herinnering van Akram Khan naar aanleiding van een bezoek aan het geboorteland van zijn ouders, die bij het repeteren weer naar boven kwam.

Op een treinreis was Khan getuige van de dood van een medereiziger. Niemand schoot diens totaal overstuur geraakte echtgenote te hulp. Khan werd tegengehouden door zijn neef, elke inmenging zou immers verdacht zijn en tot arrestatie kunnen leiden. „Ik heb die vrouw in al haar wanhoop laten schreeuwen. Het meest aangrijpende van deze ervaring is dat ik elk gevoel van spijt heb buitengesloten. Ik heb spijt dat ik geen spijt heb gehad. ’Zero Degrees’ is daar een confessie van.”

Op dezelfde reis naar zijn ’roots’ raakte ’vreemdeling’ Khan bijna zijn paspoort, en daarmee zijn identiteit, kwijt aan een corrupte douanier. Dit moment van ’identiteitloos zijn’ is de motor waar ’Zero Degrees’ op draait, de aanzet voor een veelkleurig associatief onderzoek naar het dualisme van de immigrant. Geheel synchroon doen Cherkaoui en Khan in kleermakerszit verslag van deze ervaring met compleet unisono uitgevoerde hand- en armbewegingen, alsof beide identiteiten zijn opgegaan in één.

Wat volgt is een uitwisseling tussen beiden; Cherkaoui neemt Khans ritmische aardse expressie uit de kathak over, Khan op zijn beurt waagt zich aan de elastische streetdance-dynamiek van Cherkaoui. Maar gaandeweg krijgt de identiteitsruil sinistere kantjes; een machtsspel waar domineren naadloos in gedomineerd worden overgaat.

De door de beroemde kunstenaar Antony Gormley gemaakte ’dummies’ in het decor stellen als alter ego’s de dansmakers in staat het dualisme verder uit te diepen: dood versus leven, licht tegenover donker. Khan: „In het midden ligt een nieuw referentiepunt, de bevrijdende open ruimte van waaruit alles kan beginnen en eindigen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden