Review

Wandelingen door het landschap van de volgende eeuw

Harry Harsema (red.): Het landschap in 2010. Landinrichtingsdienst, Utrecht; geill., 149 blz. - f 29,50.

Opmerkelijk is dat van de zes prijswinnaars er vijf afkomstig zijn uit het 'vak' - dat wil zeggen werkzaam zijn als (landschaps-)architect, planoloog of cultuurtechnicus. Slechts een van de stukjes werd dus geleverd door een 'consument', niet een 'maker van het landschap'. Zit er wellicht ook bij de expressie van gedachtengoed iets heel erg waars in Bleuminks opmerking: “Tegenwoordig zijn de functies gescheiden. Degenen die het landschap gebruiken, maken het niet meer en degenen die het maken, gebruiken het niet”? Of sprak de wedstrijd vrijwel uitsluitend technici aan en werd er buiten het vak weinig ruchtbaarheid aan gegeven?

De winnende essays vormen het sluitstuk van deze uitgave. Eerste in de rij der overigen is Jan Wolkers, die zijn schim in het jaar 2010 over het vaderland laat scheren en daarbij hoopt dat ruimtelijke ontwikkelingen die nu zo velen met afkeer vervullen, tegen die tijd zullen zijn opgelost. Hij noemt niet alleen de uitbreiding van steden en dorpen en de aanleg van infrastructurele werken, maar ook 'de meeste zogenaamd luxueuze bungalowparken' en bedoelt hiermee de vakantiekolonies die parasiteren op oorspronkelijke natuurgebieden. Wolkers' bijdrage is kort en geeft - in zijn als vanouds bloemrijke taal - een schijnbaar optimistische visie. Maar pas op, het venijn zit in de staart.

Uit een totaal ander vaatje tapt sociaalgeograaf Van Engelsdorp Gastelaars. Hij presenteert een alternatief voor het op concentratie van de bevolking gebaseerde overheidsbeleid. Het perifere platteland zou in zijn opvatting als een overloopgebied van de steden moeten gaan fungeren om de verdere leegloop en de daling van het voorzieningniveau tegen te gaan. In zijn eigen woorden: “. . . in dit scenario wordt het perifere platteland in Nederland getransformeerd in een landelijk vormgegeven leefmilieu voor boeren en andere thuisgerichte en ruimte behoevende samenlevingsverbanden.”

De filosoof Kockelkoren blijft heel aards en stelt terecht dat er in Nederland geen natuur bestaat die niet mede door de mens tot stand is gebracht. Hij gaat nog verder en verkondigt dat verschillen zich zouden vereffenen als het landschap aan zichzelf overgelaten werd 'met een eentonig elzenbroekbos in het laagland en een eiken-beukenbos op de heuvelruggen als eindresultaat'. Vanouds bestond er naar zijn inzicht een soort binnenbuitenverhouding tussen cultuur en natuur. Toch ziet hij beide niet als geboren vijanden; in de late 20e eeuw werd de mens zelfs partner van de natuur. Natuurontwikkeling werd het adagium en in zijn toekomstvisie is het Limburgse Mergelland naar nieuwe inzichten terugontwikkeld. Maar ook hier zit, net als bij Wolkers, een addertje onder het gras.

De eerste prijs in de essaywedstrijd was voor architect Snijder met het vertwijfelde 'Wandelen in de marge'. Deze marge wordt helaas niet gedefinieerd, maar moet zo iets zijn als de voorbestaande natuur en cultuur. Hij stelt dat onze ruimte wordt gedicteerd door de snelweg en de auto en dat de wandelaar - of meer in het algemeen degene die beweegt in tijd en veel minder in ruimte, de recreant dus - zich noodgedwongen wendt tot oudere wegen en waterwegen en het genegeerde heden en verleden. Snijder pleit voor (her-)integratie van dergelijke secundaire netten en van andere ruimtelijke systemen, die tot de bedoelde marge moeten worden gerekend.

Het essay 'Buitengebeuren en landschapsdroom' van melkveehouder Hiddink werd ex aequo met drie andere de derde prijs toebedacht. Het is een idyllisch genrestukje rondom de informatieoverdracht van een agrarisch ondernemer naar recreerende stadsmensen, waarin de vervreemding van de laatsten centraal staat. Tot de derde-prijswinnaars behoort ook de eerder genoemde Bleumink, tropisch cultuurtechnicus. Wellicht geinspireerd door tropische voorbeelden levert hij een fantasie over een mislukt project participatieve landschapsontwikkeling. De verhoopte participatie kwam pas toen het plan was opgegeven en er een externe factor optrad. Het resultaat kwam diametraal tegenover het vroegere doel te liggen, wat een hoofdrolspeler in het verhaal doet verzuchten: 'Het landschap is uiteindelijk een uitdrukking van de maatschappelijke organisatie van arbeid in ruimte en tijd.'

'Het landschap in 2010' is een zeer bonte verzameling van stukjes geworden. Een aantal verdient het zeker door een groter publiek te worden gelezen, al was het maar om de relativerende standpunten. Hoeveel twijfel er soms ook uit de bijdragen spreekt, de auteurs verzanden niet in nostalgie of monomane kritiek.

Wat wel duidelijk tot uiting had dienen te komen bij de vormgeving van het boek, is dat het hier niet om wetenschappelijk gefundeerde futurologie gaat, maar voornamelijk om in verhaalvorm gegoten fantasieen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden