Review

Waits: onderkant van Verenigde Staten

,,Zenora Barielle en Coriander Pyle hadden zestien kinderen, zoals het hoort. Ze beheerden een curiosamuseum. Hun grootste wens was een 'showbiz kid'. Dus op 7 december 1949 kregen ze waar ze al die jaren naar hunkerden. Hij groeide op in een aanhangwagen. Op zijn negende stapte hij uit en ging bij het circus.... om waarzegger te worden''. Dit couplet uit 'The eyeball kid' staat op MULE VARIATIONS (Epitath/ Pias-6547-2), de eerste plaat van Tom Waits sinds '93.

Op die bewuste 7-12-'49 werd Waits geboren. Het nummer is een autobiografische terugblik op zijn eigen verleden. Want Waits wordt dit jaar 50 en de daarmee gepaard gaande bezinning zit symbolisch in alle songs verstopt. 'Mule variations' is een meesterwerk geworden. Een optelsom van al zijn bevindingen, die nu bezinken als in een op eikenhout gerijpte whisky.

Vanaf zijn eerste opnames uit '71 ontpopte Waits zich als een ruwe diamant, die schittert zodra je een facet daarvan slijpt. Hij is een duizendpotige vrijbuiter die in de rol van broeierige buitenstaander telkens verrast en imponeert. Soundtracks componeerde hij voor Coppola's 'One from the Heart' ('82), 'Night on earth' van Jarmusch ('91) en Tim Robbins' 'Dead man walking' ('96). Met Robert Wilson werkte Waits samen in de muziektheater-productie 'The black rider' ('93).

Maar (pop)muziek bleef zijn kernactiviteit. Vooral met de trilogie 'Swordfishtrombones', 'Raindogs' en 'Frank's wild years' uit midden jaren tachtig zette Waits zich voorgoed op de kaart. Hij werd de schaduwzijde van de medaille waarop Bruce Springsteen prijkt. Waar Springsteen de rock-romantiek van de grotestadsjeugd uitdroeg, zich op stadionformaat vereenzelvigde met het 'on the road'-adagio van Jack Kerouac, identificeerde Waits zich kleinschalig met de duistere zijde van de Amerikaanse ziel: als een Hopper-schilderij voor het oor.

Hij verklankt de sinister verlichte bars waar solitaire passanten in een halfvol glas staren; de verloren uren voor het ochtendgloren wanneer het Grote Niets opdoemt uit de gezichten van anonieme nachtbrakers. Waits schildert die sfeer met klanken ontlokt aan aftandse piano's, een kale banjo, een stotterende tuba of een zeurend harmonium. Hij geeft stem aan de achter- en onderkant van de Verenigde Staten waar louche 'loners' hun eigen ondergrondse bevolken. Waits' stem is er een uit duizenden, die het midden houdt tussen het geblaf van Captain Beefheart en een hypnotiserend gesproken visioen van William Burroughs.

Op 'Mule variatons' kom je ze allemaal tegen. In het spoken word van 'What's he building?' Of in de talking blues van 'Cold water' dat verhaalt over een katerige ochtend, koud water uit de kraan en de bijbel lezen bij een peertje van 40 watt. Muzikaal bekeken is 'Mule variations' een avantgardistische plaat die nimmer aan toegankelijkheid inboet. Geluidsexperimenten vol musique concrète verbindt Waits moeiteloos aan prettig gestoord gemusiceer.

Op 'Chocolate Jesus' vermengt bijbels hanengekraai zich met een tinkelende banjo, snerpende mondharmonica en een raspende Waits die zingt: 'Jezus houdt van me, ook al ga ik op zondag niet naar de kerk'. Nergens larmoyant raken zijn dromerige mijmeringen altijd de kern, die neerkomt op zijn motto van de geboren zwerver: Some men are searching for the Holy Grail, but they ain't nothing sweeter than ridin' the rails'' ('Cold water'). In feite is Waits een soort Unlucky Luke, een eenzame cowboy die langzaam thuiskomt op het tempo van zijn muilezel. De cd-hoes verklaart hoe de maestro zichzelf het liefst ziet: als een schaduw die bestaat bij de gratie van plots oplaaiende passie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden