Review

Wagenziek in hortende Rolls-Royce

Zomer in het Amsterdamse Concertgebouw: het onwennige toeristenpubliek is gezellig rommelig en klapt er tussen de delen lustig op los. Maar het is ook de tijd om eens wat nieuw repertoire en een debuterende dirigent zoals Alan Gilbert uit te proberen. Die dirigeerde vrijdag alsof hij de sleutels van een veel te grote auto had gekregen.

Gilberts gebrek aan visie viel nog niet zo op in het overrompelende openingswerk van het programma dat het Concertgebouworkest vrijdagavond in eigen huis speelde. 'Het zwarte licht en het heldere duister' van Peter-Jan Wagemans, een deel uit zijn Zevende symfonie dat het orkest voor het eerst speelde, klonk dan ook als één grote levensschreeuw. Een kast vol oogverblindende kleuren en glittertjes die, toen de deur eenmaal geopend was, in een knetterende vaart over je heen werden gekieperd.

De vele koperblazers (vooral de laagte was uitgebreid), de melodieuze houtblazers en het glinsterende slagwerk maakten het bewegelijke werk tegelijk ondragelijk licht en vederzwaar, om de renaissancistische titel maar eens te parafraseren. Wagemans' ontwapenende expressiviteit en humor (en zijn instrumentatie) klonken verfrissend on-Nederlands (thuishaven van de no-nonsense). 'Het zwarte licht' hield het makkelijk uit naast de andere reuzen op het program.

Misschien slibte het Wagemans' werk hier en daar wel wat dicht. Maar dat lag duidelijk aan Gilbert, die het ook in de andere werken niet voor elkaar kreeg tot de transparantie te komen die je van het Concertgebouworkest gewend bent. Zo was Sibelius' Zevende symfonie een rommeltje, een aaneenrijging van momenten zonder dat je de grote lijn hoorde. De wilde gebaren van de dirigent moesten verhullen dat de klank tamelijk braaf en rafelig bleef.

De plompe Gilbert miste de verfijning in Ravels 'Rapsodie espagnole' ten enen male: veel te veel gedoe en goedkope effecten in een stuk dat het Concertgebouworkest normaliter speelt als een droom. Hij kon zelfs geen reliëf aanbrengen in Samuel Barbers Vioolconcert. Terwijl dat toch een werk zou moeten zijn wat je zo wegspeelt.

Tegen zo'n zwalkende ondergrond was het moeilijk soleren voor violist Alexander Kerr, voormalig medestudent van Gilbert aan het Amerikaanse Curtis Institute of Music. Net zoals de andere werken, bleef de muziek van Barber een beetje rafelig in de lucht hangen. Alsof de Rolls van het Concertgebouworkest hortend en stotend probeerde te begrijpen welke richting de onervaren joyrider nu weer op wilde. Het was om wagenziek van te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden