Review

Waarom zijn wij uit Europa gevlucht?

Frederic Prokosch, 'Storm en Echo', vertaald door Martha Heesen, uitg. Coppens en Frenks - f 59,50.

HUGO POS

'De Aziaten', de roman waarmee de jonge Prokosch in 1935 debuteerde, gaf de lezer de illusie dat hij met de schrijver meetrok door Azie. Ook al was Prokosch daar nooit geweest, hij was er wonderwel in geslaagd de ietwat geheimzinnige sfeer te treffen die de daarvoor gevoelige reiziger daar kan ondergaan. In 'Storm en Echo', dat in 1948 uitkwam, is dat totaal anders. De stijl en de muzikaliteit van de zinsbouw zijn dezelfde gebleven, maar de toon is anders, zo niet zwaarmoedig dan toch minder lichtvoetig.

Het is de auteur er dit keer ook niet om te doen geweest om Afrika, het continent waar het verhaal zich afspeelt, als een brok realiteit voor de lezer op te roepen, integendeel, het land rondom de evenaar komt op de lezer over als een onwerkelijk, mythisch land, bizar gekleurd door de verbeelding van de schrijver.

In 40 hoofdstukken vertelt Prokosch de zoektocht van de jonge anthropoloog Alexandro naar een op een eenmansexpeditie naar de berg Nagala spoorloos verdwenen persoon, de nauwelijks aangeduide mysterieuze Leonard Speght. Wat had hem daartoe gedreven? Niemand wist daar het fijne van. "Hij was een legende geworden, het symbool van de waanzin van de blanke. Hij werd een jungle-god, een Boze Geest" . De Nagala was een nog niet geexploreerde bergtop, hij had geen romantiek, geen belofte van rijkdom. Het was maar een kale stompe rots, diep verscholen in een vruchtbaar landschap.

Alexandro heeft twee metgezellen, een entomoloog op zoek naar geheime insekten en een mineraloog op zoek naar geheime metalen, maar minstens even belangrijk zijn de Afrikaanse gidsen en dragers. Het wordt een zware, schier hopeloze tocht, ze worden belaagd door de jungle, de beesten, de regens, de zon, de vijandige stammen. Je moet niet vragen waarom we naar Afrika zijn gekomen, zegt er een. Je moet vragen waarom we uit Europa zijn weggevlucht.

De 40 hoofdstukken, voor iedere dag een hoofdstuk, dragen elk de naam van een dier. Het begint met de schorpioen en eindigt bijna stralend met de arend. Dan heeft Alexandro met zijn gids, na de dood en verdwijning van de anderen, de Nagala bericht waar ze het geraamte van Speght zien liggen, "de armen kruisgewijze over de borst als een zwemmer die terugdrijft naar de kant." Dit is het einde van de reis, de betovering is doorgrond, het is de apotheose na de vertwijfeling en de wanhoop.

Maar voor we zover zijn volgen we de tocht dag voor dag. Somberte kan van het ene moment op het andere uitbarsten in haar tegendeel. Zoals wanneer door een goocheltruc van de zon, de mist optrekt. "Het was zo'n ogenblik waarop Afrika een sprong neemt in de zuivere verbeelding, en een aroma krijgt dat niet te verklaren is. . . een wonderbaarlijke blijdschap waar wij het woord niet meer voor kennen, waar wij niet meer toe in staat zijn." Er staan wrede, seksueel beladen, onbarmhartige passages in dit boek, de weg naar Nagala begeleid door schimmen en geesten beantwoordt aan een duistere behoefte, een aandrang zonder logica. Realisme is ver te zoeken. Prokosch is zich daarvan bewust. Aan het slot van het boek schrijft hij: "Was het werkelijk zo? Was het waar? Was het echt gebeurd. Of is dit lichtende visioen, dit opspringende verlangen alleen maar een list om mijzelf, ook nu nog, te beschermen tegen de volstrekte wanhoop?"

Ik wil niet beweren dat dit boek dezelfde overweldigende indruk op mij heeft gemaakt als 'De Aziaten'. Toch acht ik het een bijzondere ervaring om ook van dit werk kennis te nemen. Coppens en Frenks die deze roman, in de sprankelende vertaling van Martha Heesen, zeer verzorgd in tweekleurendruk hebben uitgegeven, beloven ons het voltallige werk van Prokosch (1906-1989) uit te zullen brengen.

Gore Vidal heeft in een essay erop gewezen dat Prokosch een Amerikaanse 'expatriate' was, die na aanvankelijk vooroorlogs succes in de vergetelheid is geraakt, overstemd door tijdgenoten die voorwendden boksers en stierenvechters te zijn.

Wat daarvan ook zij (Vidal's afkeer van het proza van Hemingway is hier maar al te duidelijk), daar begint nu verandering in te komen. Prokosch heeft na de oorlog jarenlang in Zuid-Frankrijk, Grasse, geleefd waar hij ook is gestorven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden