EssayHistorische tv-series

Waarom The Crown niet in Nederland gemaakt kan worden

Michiel de Ruyter was een groot tacticus, die wel wat beters te doen had dan met bootjes op het strand te spelen, zoals in de film. Waarmee niet gezegd is dat die scène er niet in had moeten zitten.

Historische films wemelen soms van de missers. Dan nog zijn ze waardevol als aanjagers van debat over geschiedenis, betoogt historicus Elwin Hofman.

Historische films en tv-series, zeker als ze zich afspelen vóór de twintigste eeuw, zijn in de Lage Landen zeldzaam. De Britten mogen ons dan elk jaar meerdere kostuumdrama’s voorschotelen (‘The Favourite’, ‘Poldark’, ‘Outlander’), bij ons is het alweer lang geleden dat een grote dramareeks zich afspeelt in de vroegmoderne tijd: dat was in 1984 de Nederlands-Belgische productie ‘Willem van Oranje’. De ­afgelopen jaren kregen we met ‘Kenau’ en ­‘Michiel de Ruyter’ wel weer een aantal spectaculaire historische films op het grote scherm.

En nu is er op Netflix ‘De Bende van Jan de Lichte’, een Vlaamse reeks die zich afspeelt in de achttiende eeuw. Die is, zoals veel historische drama’s, geïnspireerd op een historische roman, in dit geval van Louis Paul Boon. Maar de scenaristen gingen vooral hun eigen gang.

De serie speelt zich af in 1747, wanneer Vlaanderen door Franse troepen bezet is. Terwijl arme lieden aan het bedelen en stelen slaan om te overleven, bekommeren decadente bepruikte edellieden zich vooral om de aanleg van een prestigieuze nieuwe steenweg. Net dan keert Jan de Lichte terug naar zijn geboortestreek. Jan – een bandiet die echt bestaan heeft, maar over wie we weinig weten – ziet de armoede waarin zijn vrienden verkeren en droomt van een beter leven. Dat is meteen de rode draad in de reeks: de spanning tussen idealisme en realisme; tussen streven naar wat goed is en naar wat goed is voor jezelf. De reeks schetst een psychologisch portret van twee mannen – Jan de Lichte en zijn tegenstander politie­officier Baru – die allebei schipperen tussen hooggestemde idealen, ambitie en zelfbehoud.

Dure enscenering 

Historische drama’s dompelen de kijker onder in de geschiedenis. Ze hechten groot belang aan enscenering: filmen gebeurt op historische locaties of in nagebouwde historische decors, en de kledij wordt gebaseerd op toenmalige schilderijen. Specialisten adviseren bij het ontwerpen van rekwisieten. Bij ‘De Bende van Jan de Lichte’ is zelfs het handschrift in de brieven naar achttiende-eeuwse voorbeelden gemodelleerd. Daardoor krijgen we een mooi tijdsbeeld.

Dat verklaart meteen waarom we in de Lage Landen zo weinig kostuumdrama’s te zien krijgen: het is allemaal ontzettend duur. Enkele jaren geleden ging de producent van een groots opgezet epos over keizer Karel V over de kop – de film werd nooit afgewerkt. En van de drie films over Willem van Oranje die de afgelopen jaren met veel bombarie aangekondigd werden kregen we er nog niet één te zien.

Historische films kunnen een belangrijke invloed hebben op ideeën die mensen over het verleden hebben, alleen al vanwege hun populariteit. Het aantal lezers van de meeste historische boeken valt in het niet bij de kijkcijfers van historisch films en series.

Maar ondanks de grote budgetten die filmmakers aan die hele enscenering spenderen, zijn hun historische ambities vaak beperkt. Al vóór het verschijnen van de ‘De Bende van Jan de Lichte’ verkondigden scenaristen Christophe Dirickx en Benjamin Sprengers dat er weinig tijd was geweest voor research. De serie was dan ook ‘bijna fantasie geworden’. Ook bij de verschijning van de recente succesfilm ‘The Favourite’, die zich aan het achttiende-eeuwse Britse hof afspeelt, waarschuwde filmmaker Yorgos Lanthimos dat mensen die op zoek waren naar een geschiedenisles ‘beter naar een andere film kunnen gaan’.

Anachronismen

Die houding maakt dat er al dan niet bewust veel anachronismen in dergelijke producties sluipen. Kostuums met leer en jeans, zoals in ‘The Favourite’, bestonden beslist nog niet in 1704. En de konijntjes die Queen Anne als aandenken aan haar gestorven kinderen koestert, zouden toen in de stoofpot zijn beland. In ‘De Bende van Jan de Lichte’ is er sprake van ‘sadisten’ – op een moment dat Markies de Sade zijn zevende verjaardag vierde. En als Jan rivaliserend bendeleider IJzeren Simon uitdaagt, spreekt hij de gevleugelde woorden: “De tijd is voorbij dat ijzer nog verwees naar uw macht en niet naar uw looprek.” Stoer, maar het looprek kwam pas op in de jaren 1950.

De bende van Jan de Lichte: sadisten en looprekken.

De situering in het verleden is bij dit soort films en tv-series soms niet meer dan een bijkomstigheid. Heel anders is dat bij een film als ‘Michiel de Ruyter’: regisseur Roel Reiné pretendeerde ‘dé film over de Gouden Eeuw’ te maken. Ook Céline Sciamma, filmmaakster van het achttiende-eeuwse liefdesdrama ‘Portrait de la jeune fille en feu’ wilde dicht bij de historische werkelijkheid blijven: “Dit verhaal is fictie, maar het had waar kunnen zijn.” Nog radicaler was regisseur Jan Matthys: die verwedde er een fles champagne om dat er in zijn Eerste Wereldoorlogdrama ‘In Vlaamse velden’ niet één anachronisme was te vinden. Hij verloor…

Natuurlijk zitten er ook in dat soort films en series anachronismen. Neem ‘Michiel de Ruyter’: als rechtgeaarde zeebonk trekt het titelpersonage van leer tegen de ‘smerige achterkamertjespolitiek’ van Willem III, maar daar lag in de Gouden Eeuw werkelijk niemand van wakker. Het woord werd pas voor het eerst gebruikt in de jaren 1980. En als De Ruyter zijn tactische plannen voorbereidt, doet hij dat met houten bootjes. Een groot tacticus als De Ruyter wist wel wat beters te doen dan met bootjes op het strand spelen.

Looprek

Toch pogen de filmmakers meestal om grote historische ongerijmdheden te vermijden. Bij ‘De Bende van Jan de Lichte’ is dat niet gelukt. Daardoor kan IJzeren Simon (die van het looprek) hoofd zijn van een misdaadsyndicaat dat een bordeel annex casino runt, maar bovenal in de opiumhandel actief is. Dat is toch iets te veel ‘Narcos’. Opium was dan wel bekend, maar bijzonder zeldzaam in Vlaanderen anno 1747; drugskartels bestonden niet. Bovendien horen de premiejagers die achter Jan aanzitten thuis in de laat-negentiende-eeuwse VS, niet in het achttiende-eeuwse ­Europa. En als Jan verlangt naar een leven in Amerika, waar ‘iedereen gelijk is voor de wet’, dan is hij zelf uit een laat-negentiende-eeuws sociaal drama weggelopen.

Toen in 1984 ‘Willem van Oranje’ werd geproduceerd, kwam daar een commissie van historici bij kijken. Ze lazen het scenario en gaven advies. Dat werd vervolgens in veel gevallen genegeerd, maar kon de tv-makers toch voor het ergste kwaad behoeden. Zo sprak Filips II in het oorspronkelijke scenario van ‘één volk, één rijk, één leider’. Dat werd na protest van de historici dan toch maar ‘één rijk, één godsdienst, één koning’. De allusie blijft duidelijk, maar is íets minder overdreven nazistisch.

Het is jammer dat historische producties in de Lage Landen vandaag zelden de tijd of de middelen kunnen vrijmaken voor historische verantwoording. De Britse kostuumdrama’s hebben meestal een historicus on call. Die is er niet om de scenaristen of regisseurs te verbeteren, maar om hen geïnformeerde keuzes te kunnen laten maken, in plaats van fouten.

Elegant

De anachronismen in ‘The Favourite’ dienen een doel: een betere film maken. Anachronismen maken een film namelijk niet per se slechter, of historisch minder interessant. De Ruyters houten bootjes mogen dan niet echt bestaan hebben, ze zijn wel een elegante ­manier om zijn maritiem inzicht te tonen. De konijntjes in ‘The Favourite’ maken de gevoelswereld van een achttiende-eeuwse vorstin tastbaar voor het publiek van nu. Dankzij de anachronismen kan een groot publiek gaan nadenken over het verleden. En er staan altijd wel historici klaar om hen nadien op de historische onjuistheden te wijzen. 

Het hoge ‘Game of Thrones’-gehalte van ‘De Bende van Jan de Lichte’ is ook een manier om een nieuw publiek kennis te laten maken met de ambities en ongelijkheden van de achttiende-eeuwse samenleving. De nieuwe Netflixreeks mag dan niet malen om een anachronisme meer of minder, ze schetst toch een fascinerend beeld van een tijd van schrijnende armoede én radicaal geloof in vooruitgang.

De serie toont het schrille contrast tussen de ontembare ambities van de elites en de honger en miserie bij het volk, en ademt het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. Zoals een personage het zegt: “Per slot van rekening we zijn al 1747, we leven niet meer in de Middeleeuwen hè.”

Elwin Hofman is onderzoeker aan de universiteit van Leuven. Hij bestudeert de sociale en culturele geschiedenis van Europa in de achttiende en negentiende eeuw.

Karikatuur

Ook de toenmalige spanningen tussen traditionalisten en hervormers komen scherp in beeld, bijvoorbeeld in de rivaliteit tussen de despotische burgemeester Coffijn en de (aanvankelijk) verlichte baljuw Baru. Volgens Coffijn moet de stadswacht ‘vooral angst aanjagen’, straffen dienen om ‘voorbeelden te stellen’, de bannelingen in het bos buit hij uit. Baru daarentegen noemt de lijfstraffen ‘pure barbarij’ en heeft ‘compassie met de sukkelaars in het bos’. Het is een karikatuur, maar is in lijn met hoe verlichte denkers zichzelf en hun tegenstanders destijds voorstelden.

Toch slaat de reeks ook daar de bal soms mis. Het is Coffijn die de bannelingen aan het werk wil zetten bij de aanleg van een steenweg. De verlichte Baru vindt dat uitbuiting. Dat staat haaks op het in verlichte kringen gangbare idee dat arbeid – de discipline van het werken – de sleutel was tot het verhelpen van armoede en criminaliteit. Niet de conservatieve Coffijn, maar de progressieve Baru had wegenarbeid als een gedroomde oplossing moeten zien voor het landloperprobleem – en veel andere problemen.

Patriot

In dat opzicht verschilt de serie over Jan de Lichte – ondanks de verschillende historische ambities – niet zo sterk van ‘Michiel de Ruyter’. Zo wordt Johan de Witt in de film als een hedendaagse patriot in beeld gebracht: trots op Nederland en de Nederlanders. Dat is een erg on-zeventiende-eeuwse invulling van De Witts republikanisme. Mensen die in de Republiek woonden, identificeerden zich in de vroeg­moderne tijd vooral met lokale of regionale gemeenschappen. Ze waren Brabanders of Amsterdammers, geen ‘Nederlanders’.

In dezelfde film is de toen alomtegenwoor­dige bekommernis om eer en geloof nagenoeg afwezig. De Ruyter was nochtans bij uitstek een diepgelovig man. In de film heeft zijn familie de plaats van zijn geloof ingenomen.

Dat alles geeft blijk van een neiging om historische gebeurtenissen en personen die we als goed willen beschouwen, aan te passen aan wat we vandaag ook waarderen. De kans om te tonen dat sommige verlichte ideeën van toen vandaag achterhaald zijn, of dat een groot Nederlands staatsman weinig met het Nederlandgevoel van doen had, laten filmmakers al te vaak liggen.

Gesprek

Daarom zijn vingerwijzende historici zo’n integraal deel van geschiedenis op het scherm. Hun duidingen en correcties moeten we niet ­lezen als snijdende kritiek aan het adres van de makers van historische films en tv-series. Juist als zij hun werk goed hebben gedaan, door met goed entertainment een groot publiek aan te trekken, is er behoefte aan hun duiding. Want naast vermaken is dát de taak van historische films en tv-series: het gesprek over de geschiedenis aanwakkeren. 

Lees ook:

Brieven Johan de Witt online 

Mooi nieuws voor Gouden-Eeuw-fans: vanaf morgen zijn 7000 diplomatieke brieven van en aan raadpensionaris Johan de Witt uit de zeventiende eeuw op internet te lezen. “Er komt een ware schat aan informatie vrij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden