Column

Waarom peinsde ik zo over mijn dromen en zette ik ze niet gewoon bij het grof vuil?

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Na de nacht van Eerste op Tweede Paasdag ontwaakte ik uit onrustige dromen. Maar ik was niet zoals te doen gebruikelijk in een reusachtig eng beest veranderd dat op zijn ruggepantser in bed lag te bedenken hoe het nu verder moest. In plaats daarvan verwonderde ik mij over alles wat ik gedroomd had.

In de eerste droom had ik geprobeerd een illegaal verkregen modeltreintje voor mijn boze en huilende moeder te verbergen. Daarna was ik met mijn vriendin op het dak van een hotel geland, we zouden in het geniep naar de VS vliegen maar het hoteldak was veel te kort om te starten, bovendien stonden er aan het eind douaniers die ons arresteerden. Uit mijn paspoort bleek trouwens dat ik dominee was. In het derde exemplaar trachtte ik mijn fiets door een draaideur die op rood stond te duwen om nog op tijd de bus te halen maar in plaats daarvan kreeg ik een bekeuring. Een draaideur die op rood stond, enfin, ik weet het, niets zo vervelend als andermans dromen maar waarom droomde ik niet van hazen en eieren?

Het waren weliswaar geen nachtmerries maar je vroeg je toch af wat voor lot erop je lag te wachten. Maar niet met trein, vliegtuig, bus en fiets reizen vandaag? Ik probeer me weleens voor te stellen dat de echte wereld niet bestaat uit ons en onze sociale cohesie maar uit al onze individuele dromen. Een parallel-universum waar niemand elkaar herkent maar verdiept is in zijn eigen verwarring. Hoe zou dat zijn? Gaat het zo misschien toe in de andere heelallen die Stephen Hawking nog vlak voor zijn dood zag?

Mijn dromen hadden iets van televisieuitzendingen waar je middenin viel en die na een tijdje ook weer vanzelf doofden. Ze kwamen uit de lucht vallen en verdwenen er ook weer in. Heeft iemand ooit een droom gehad waarin hij als baby geboren werd en na een lang en tevreden leven in bed zijn laatste adem uitblies? En moeten we als iemand ons om een samenvatting van ons leven vraagt niet ook die talloze dromen die ons tijdens onze nachten geplaagd dan wel geamuseerd hebben, meetellen?

Zo zat ik op Tweede Paasochtend over mijn dromen te peinzen en nadat ik uitgepeinsd was over hun strekking en betekenis waar ik maar niet achterkwam, vroeg ik mij af waarom ik er zo over had zitten peinzen in plaats van ze gewoon weer bij de vuilnis te zetten. Ik dacht dat het kwam door de vrouw van Pilatus. In de Matthäus Passion die ik vrijdagavond beluisterde, was ik opeens getroffen door dat ene zinnetje van mevrouw Pilatus, naar wier sopraan kennelijk niemand luistert: 'Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; ich habe heute viel erlitten im Traum von seinetwegen!' ('Bemoei je niet met deze rechtvaardige; vannacht heb ik in een droom veel om hem geleden', red.) De droom als miskend kattebelletje van hysterische vrouwen.

En daarna dacht ik aan Elias Canetti, fabrikant in zijn roman 'Het Martyrium' van een van de langste en verwardste dromen uit de wereldliteratuur, die schreef: 'Alle dingen die je vergeten bent, roepen om hulp in je dromen'. Oftewel wat ben ik allemaal vergeten? Een tantaliserende vraag. Ik zal er wel nooit achterkomen. Vooruit dus maar, de realiteit weer in!

Lees hier meer columns van Rob Schouten.

Benieuwd waar andere mensen van dromen? Bekijk onze interviewrubriek 'Ik heb een droom'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden