Binnenkunst

Waarom niet: je eigen huis als inspiratiebron

Mathieu Cherkit, zonder titel 2020Beeld Galerie Albada Jelgersma

Sommige woonkamers lijken inmiddels veel op die van Jan Steen, voor anderen is het verplichte thuiszitten juist aanleiding om eens drastisch op te ruimen. Ook in de beeldende kunst is de eigen kamer niet altijd een vredige thuishaven.

“Mijn vrouw haat het als ik thuis werk”, schreef Banksy ­onder zijn meest recente werk. Een grap uiteraard, de mysterieuze Britse kunstenaar is bekend om zijn maatschappijkritische muurschilderingen in de openbare ruimte. Vanwege de lockdown moest ook hij thuiswerken en nu heeft-ie zich op zijn badkamer gestort. Een groep op de muren geschilderde ratten lijkt feest te vieren met tandpasta, gebruikt de spiegel als wipwap en ze kunnen het wc-papier al helemaal niet met rust laten.

Beeld Bansky via Reuters

Bij al dat verplicht binnen zitten kunnen de muren op je afkomen. Maar ook zonder verplichting kan het huis benauwend zijn. In de beeldende kunst is daar vooral de laatste anderhalve eeuw veel van te zien. Logisch, mensen hebben als gevolg van de groeiende welvaart meer vrije tijd en de meest voor de hand liggende ruimte om die door te brengen is thuis.

In Frankrijk begonnen kunstenaars tegen het eind van de 19de eeuw hun eigen woonkamer te schilderen, vaak met een bordurende of lezende echtgenote of ander vrouwelijk familielid erin. Pierre Bonnard en Edouard Vuillard maakten er een eigen genre van, waarin het moeilijk is om de verschillende voorwerpen van elkaar te onderscheiden – een jurk die in een bank overgaat, beide in hetzelfde ­patroon als de muur erachter. Benauwend en tegelijkertijd bevrijdend: niet eerder was het onderscheid tussen ­onderwerp en achtergrond zo klein ­geweest.

Op zoek naar corona-huisgeluiden

De Nederlandse kunstenaar Elise ‘t Hart verzamelt met haar Instituut voor Huisgeluid al jaren alledaagse geluiden. Omdat die, vindt ze, zo bepalend zijn voor hoe we plekken ervaren. Denk aan het tikken van de klok van oma of het pruttelen van het koffieapparaat.

Nu mensen vanwege de ­coronacrisis veel meer thuiszitten en de geluiden alleen daarom al anders dan anders zijn, roept ze mensen op hun coronageluid op te sturen. Ze komen dan op de website van het Instituut voor Huisgeluid te staan. Opsturen kan via haar website elisethart.com.

Buiten, dat was voor de armen, de werkenden

Ook in Nederland werd het genre populair. Jan Toorop, meester in het ­beoefenen van verschillende stijlen, koos bij het portret van Marie Jeannette de Lange in 1900, nu in bezit van het ­Amsterdamse Rijksmuseum, voor de stippeltechniek oftewel pointillisme. De geportretteerde leest een boek, vanwege de vazen en de lampenkappen op de achtergrond moet het wel binnen zijn. Maar de bloemen zijn zo aanwezig dat ze het onderwerp bijna verdringen. De Lange was dan ook groot liefhebber van het ‘natuurlijke’, ze was voorvechter van de comfortabele, korsetloze reformkleding. Toch moest Toorop het portret binnen ­maken. Buiten, dat was iets voor de ­armen, de werkenden.

Jan Toorop, Portret van Marie Jeannette de Lange, 1900

In de 20ste eeuw komen de muren op sommige kunstenaars af, zonder dat ze een weg naar buiten willen of kunnen vinden. Zo’n kunstenaar was Francis Bacon (1909-1992). Continu zitten zijn personages in krappe, hok-achtige ruimtes zonder ­ramen.

Het ging hem dan ook expliciet niet om het uiterlijk van zijn personages, het was hun binnenwereld die hem interesseerde. Opmerkelijk detail: ­Bacon had een opleiding voor binnenhuisarchitect voltooid. Maar niet alleen ruimtes op de schilderijen waren chaotisch, ook zijn eigen Londense woon- en werkruimte was volgepropt met verf, kwasten en paletten. “Ik voel me er thuis, de chaos roept beelden bij me op”, zei hij. Voor de fans was het zo’n bijzondere ruimte dat ze in 2001 één op één werd gereconstrueerd in zijn geboortestad Dublin.

Eerst walgde ze ervan, toen zag ze de schoonheid ervan in

Een andere Britse kunstenaar met een voorliefde voor chaos is Tracey Emin (1963). In 1998 presenteerde ze voor de prestigieuze Turnerprijs haar werk ‘My Bed’: een onopgemaakt tweepersoonsbed met lakens met urinevlekken, daarop bebloed ondergoed, ­gebruikte condooms, sigarettenpeuken en lege wodkaflessen. Een ­replica van haar eigen bed in de tijd dat een relatie was uitgegaan en ze zich een paar dagen had opgesloten op een dieet van alcohol en sigaretten. Ze kwam, zo wil het verhaal, na een toiletbezoek terug in haar slaapkamer. Eerst walgde ze van wat ze zag, daarna zag ze de schoonheid ervan in: een zelfportret op haar meest kwetsbare ­moment.

‘My Bed’ van Tracey EminBeeld AFP, Christies

Een sprankje hoop: niet elke kunstenaar die z’n leefruimte in z’n werk ­gebruikt, doet dat uit frustratie of ­andere psychische nood. De Parijse kunstenaar Mathieu Cherkit (1982) schildert al meer dan tien jaar niets ­anders dan zijn eigen huis, simpelweg omdat het hem een prettige beperking qua onderwerpen leek. Eerst was dat het huis waar hij met zijn oma, moeder, vrouw en kind woonde, waar hij was opgegroeid. Vorig jaar verhuisde hij naar een voormalige school. Een nieuwe omgeving, de methode blijft dezelfde. Steeds kiest hij een andere hoek, een ander perspectief. Hij begint met dikke lagen verf en karton, daarop komt het interieur. Als je het werk in werkelijkheid ziet, valt op hoe gelaagd het is. Cherkit ruimt niet op voordat hij begint met schilderen, overal slingert wel iets – je verdenkt hem ervan expres nog wat rommeltjes te zoeken.

Zijn meest recente schilderij, van meer dan twee meter breed, maakte hij tijdens de coronacrisis. De laptop staat opengeklapt op tafel, een kamerplant hunkert naar het licht. En rechts op de grond slingert een rol wc-papier in Franse stijl, roze dus. Het internationale icoon van de quarantaine.

Lees ook:

Voor alle uit-het-raam-staarders: dit zijn uitzichten om in te lijsten

Wie binnen zit, moet het doen met de blik op het leven buiten. Het raam, met of zonder uitzicht, heeft kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden