Review

Waarom moet Kraków mooier zijn dan andere steden?

Krakow, of Krakau (spreek uit Krakoef) is de meest historische stad van Polen en bestaat uit een oude stad met wallen, die in wandelparken herschapen zijn, en daarbuiten verschillende voorsteden op beide oevers van de Wisla, door verschillende bruggen met elkaar verbonden. Verder: de Gotische Mariakerk, de oude Jagello-universiteit, het koninklijk slot op de Wawelberg, een altaar van Veit Stoss.

Ik praat de encyclopedie maar wat na want ik ben nooit in Kraków geweest. Dat blijkt een vergissing. In het charme-offensief dat de verschillende Oost-Europese steden na de val van het communisme op ons afvuren is Kraków een belangrijke troef. Zo lees ik op de achterflap van het boekje 'Kraków, culturele hoofdstad van Europa': Kraków is authentieker dan Praag, mooier dan Boedapest en bruisender dan Wenen. Onlangs las ik zoiets ook al over Praag, dat mooier en interessanter zou zijn dan Wenen of Parijs. Kennelijk voegen de Oost-Europese herontdekkingen zich naadloos in de westerse ratrace om de gunst van de reiziger. Waarom Kraków nu ineens ook mooier moet zijn dan al die andere steden, ontgaat mij overigens; als het maar een interessante stad is, zou ik denken.

Het genoemde boekje, onder redactie van de Vlaamse dichteres en slaviste Jo Govaert, wil een culturele gids voor reizigers zijn, maar ook voor honkvaste lezers. Dus ook als u niet direct de koffers pakt moet u iets over Kraków te weten komen. Dat valt een beetje tegen, gewoonweg omdat het onmogelijk is om een stad goed te leren kennen zonder er geweest te zijn. Maar óók omdat Kraków, als onderdeel van het oude Europa, op papier zich niet zeer lijkt te onderscheiden van wat je je bij oude Europese steden gemiddeld voorstelt: charmante oude straten, een bijzondere burcht die boven de stad uittorent, vervallen wijken met hun eigen atmosfeer, oude koffiehuizen met authentieke cafébazen. Je zou weleens iets willen horen over een afschuwelijk mislukte en illusieloze buitenwijk of affreuze restauraties in de binnenstad.

Dat neemt niet weg dat de verschillende auteurs bij elkaar wel een karakteristiek beeld van Kraków opleveren. Zo lees ik over het Kanoniczastraatje waar naast elkaar Karol Wojtyla, de latere paus Johannes Paulus de Tweede, en de revolutionaire toneelschrijver Tadeusz Kantor woonden. En over het getto Kazimierz; voor de oorlog telde Kraków 64000 Joden, nu wonen er nog 130. De huidige bewoners van Kazimierz zitten bang te wachten dat nakomelingen van voormalige bewoners hun oude huizen komen opeisen. Dree Peremans vertelt een aardig verhaal over een jiddische liedjesschrijver, achter wiens antecedenten hij aangaat en die wat hem betreft de mooiste denkbare naam heeft: Mordechai Gebirtig. In 1942 door de Duitsers op straat doodgeschoten en op die manier veel leed bespaard gebleven.

Kunsthistoricus Koenraad van Cleempoel vertelt over de beroemdste inwoner van Kraków, de astronoom Copernicus die juist daar eigenlijk niet veel ontdekt heeft maar door de stad als het ware geclaimd is en wiens aanwezigheid mythische proporties heeft aangenomen, zozeer zelfs dat een Copernicus-kenner hem een vals, door hem zelf geschreven gedicht, in de schoenen schoof, om zijn band met Kraków maar te staven. En er is een raar hoofdstuk over de grafische kunsten in Kraków vol namen en historisch belang, dat beter als inleiding van een tentoonstellingscatalogus had kunnen dienstdoen.

Polonist Arent van Nieukerken vertelt over de eeuwenoude delingen in Polen en de romantische, patriottische herbegrafenissen in de catacomben van de Wawelburcht van belangrijke schrijvers als Mickiewicz en Slowacki, die het verlangen naar eenheid symboliseerden.

En steeds weer steekt de in dit soort hoofdstukken welhaast verplichte nostalgie de kop op en verzuchtingen over de paradox van het toerisme:

,,Ruim een decennium na de Wende lijkt deze mengeling van dagelijkse grauwheid en eschatologische hartstocht dieper weggezonken te zijn in de Wawel dan de grot waar Krak ooit de draak velde. De Wawel wordt door toeristen bevolkt. Schoolklassen schuifelen op vilten pantoffels (om het parket te sparen) door de zalen van het paleis. Daarna klinken hun voetstappen hol in de catacomben van de kathedraal. Op het plein wordt ijs verkocht. Gelach van kinderen. Geroezemoes in alle Europese talen. Aan het 'romantisch paradigma' lijkt voorgoed een einde te zijn gekomen. Polen is (weer?) een normaal land. De intellectuelen, met hun mengeling van pathos en ironie, zijn nog gefrustreerder dan vroeger. Een westerling als ik hoeft zich niet meer vervreemd te voelen in Polen.''

De mooiste hoofdstukken vind ik overigens die, waarin Kraków niet meer dan het tamelijk willekeurige decor vormt van historische faits divers. Leen Huet vertelt over het schilderij 'De dame met de hermelijn' van Leonardo da Vinci, dat via een huwelijk van een Italiaanse prinses met een Poolse vorst in Kraków belandde. Natuurlijk is het ding mooier dan de vervelende Mona Lisa (maar misschien ook wel omdat het in Kraków hangt en niet in het Louvre), maar wat het vooral uitdrukt is de merkwaardige invloed van Italië op de Poolse stad. Via haar universiteit (de op die van Praag na oudste in Oost-Europa) en haar Italiaanse hoogleraren kreeg het humanisme vroeg vat op Kraków en dat bespeur je overal: in het optreden van Copernicus maar ook in de aanwezigheid van zo'n schilderij van Da Vinci.

En dan is er nog een fraai verhaal van slavist Jan Paul Hinrichs over twee ikonen van het Europa rond de vorige eeuwwende: de filosoof Ludwig Wittgenstein en de dichter Georg Trakl, beiden in Kraków om in verband met de Eerste Wereldoorlog onder de wapenen te gaan. Maar Trakl verdween er in een psychiatrische inrichting en pleegde (vermoedelijk) zelfmoord alvorens Wittgenstein, die hem wilde opzoeken omdat hij hem als miljonairszoon een stipendium had beloofd, hem ooit ontmoette. Een geschiedenis van wat er in Kraków níet gebeurde.

Als je als stad zo historisch bent dat wat er niet plaatsvond gememoreerd wordt en geïllustreerd met een gedicht van een dichteres die ook al niet veel met Kraków had, Wislawa Szymborska, overstijg je jezelf. Dat gedicht, 'Het station', luidt overigens als volgt:

Zelfs de afgesproken ontmoeting

werd werkelijkheid.

Buiten het bereik

van onze aanwezigheid.

In het verloren paradijs

der waarschijnlijkheid.

Misschien hoef je in de trant van dit vers wel helemaal niet naar Kraków om er toch geweest te zijn, maar deze ietwat schotse en scheve culturele reisgids doet toch verlangen naar de werkelijke stad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden