ColumnKlassiek & zo

Waarom kiezen voor veilige en saaie Rolex-maestro’s?

Aan het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) is de laatste tijd weinig koninklijks meer. Sinds de zomer van 2018 toen het orkest chef-dirigent Daniele Gatti op staande voet ontsloeg, lijkt ‘het beste orkest ter wereld’ stuurloos. Een opvolger voor Gatti is nog steeds niet in zicht, algemeen directeur Jan Raes stapte op (nog geen opvolger) en aan het eind van het seizoen vertrekt artistiek directeur Joel Fried. Drie kapiteins die het schip al dan niet gedwongen verlieten, met als gevolg een smeulende onvrede onder de matrozen, de ­musici. Dat zijn misschien niet automatisch types om muiterij te plegen, maar een aanzienlijk smaldeel liet wel duidelijk merken dat het de ­gevolgde procedure bij het ontslag van Gatti ernstig in twijfel trok.

Hoe nu verder? Deze week lekte uit dat er nu kennelijk drie maestro’s op de shortlist staan om Gatti op te volgen. Zoals vaak bij dit soort ‘nieuws’ is het gebaseerd op anonieme bronnen, want orkestleden mogen over interne zaken niet uit de school klappen. Hoe betrouwbaar het allemaal is, is de vraag, maar het nieuwtje werd wel opgepikt – ook nu in deze column. In de buitenlandse pers wordt intussen met een zeker leedvermaak gewag gemaakt van de stuiptrekkingen van het KCO. Hoe het orkest de boot heeft gemist. Op de veronderstelde shortlist stonden de namen van Andris Nelsons (41), Iván Fischer (69) en Valery Gergjev (66). Musici zouden hun stem op een van deze drie hebben kunnen uitbrengen. Een saaiere shortlist, een hele veilige ook, kun je je haast niet voorstellen. En dat Jaap van Zweden er niet op staat, begrijpt inmiddels ook niemand meer. Stugge, onwillige orkestleden?

Een gearriveerde jetsetzwaaier

Kennelijk wil het orkest niet eens meer wachten op hoe de ­samenwerking verloopt met enkele avontuurlijke jonkies, die dit seizoen het orkest voor het eerst dirigeren. Zoals de flitsende Fin Santtu-Matias Rouvali (34) die donderdag een spetterend debuut maakte. Of de Franse Alain Altinoglu (44). En de Tsjech Jakub Hrůša (38) zal in juni voorstellingen van Dvoráks opera ‘Rusalka’ leiden. De risicovolle keus voor dergelijke jonkies als chef heeft bij collega-orkesten juist geweldig uitgepakt. Bij het Rotterdams Philharmonisch knijpen ze hun handen dicht met Lahav Shani, het Nederlands Philharmonisch benoemde de veelbelovende Lorenzo Viotti en het Radio Filharmonisch heeft sinds september Karina Canellakis. Alledrie werden ze benoemd na het ­geven van slechts één concert.

De flitsende Fin Santtu-Matias Rouvali.Beeld EPA

Het KCO durft dat risico kennelijk niet aan. Het orkest lijkt op zoek naar een aloude Rolex-maestro, een gearriveerde jetsetzwaaier, die geen brokken kan maken. Nelsons lijkt de beste papieren te hebben, maar de vraag is of hij wil. Aan de politiek ­besmette Gergjev, die geen enkele vliegschaamte heeft en er geen ­seconde over zal nadenken om zich in Amsterdam te vestigen, kleven grote bezwaren. En Fischer? Het lijkt een keuze bij gebrek aan beter.

Terwijl dat ‘beter’ donderdag voor hun neus stond. Rouvali, de sierlijke en heel precies zwaaiende Fin die van een lastig programma een feest wist te maken. Hij verdedigde het betoverende nieuwe stuk van de ­vorig jaar overleden Theo Verbey met meesterhand. En zijn overzicht op de complexe partituur van Stravinsky’s ‘Oedipus Rex’ was exemplarisch én opwindend. Zelfs Haitink kon moeite hebben moeite met die complexe ritmes. Rouvali absoluut niet. Waag de gok!

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden