Jeroen Pen: ‘We hebben het gepresteerd om  de vaste arbeid min of meer 
af te schaffen’.

InterviewFlexwerk

Waarom Jeroen Pen een satire schreef over de ambitieuze twintiger en de uitgebluste vijftiger

Jeroen Pen: ‘We hebben het gepresteerd om de vaste arbeid min of meer af te schaffen’.Beeld Martijn Gijsbertsen

Ambitieuze twintigers moeten vechten voor flexcontracten, terwijl uitgebluste vijftigers achteroverleunen. Jeroen Pen schreef er een geestige satire over, gesitueerd in de mediawereld. ‘Met dit boek maak ik vijanden.’

Sommigen zullen zijn debuutroman ongetwijfeld lezen als een wraakboek. In zijn nachtmerries ziet Jeroen Pen (33) de krantenkoppen al voor zich: ‘Gewezen journalist schrijft rancuneus boek over ex-werkgever’. Maar zo is zijn roman absoluut niet bedoeld. Het is een satire op de journalistieke redactiecultuur, en tegelijk een aanklacht tegen het ondankbare flexwerk waar veel jongeren onder lijden.

In zijn zojuist verschenen boek De meest besproken man van Nederland schetst Pen de eenzame strijd van Otto Spanjer. Deze oud-gymnasiast, een ambitieuze twintiger, wil het gaan maken in de journalistiek. Hij begint vol goede moed bij een weekblad en stroomt door naar een actualiteitenrubriek van de publieke omroep. Maar de frustraties stapelen zich op.

Om te beginnen krijgt Otto telkens een tijdelijk contract, het lot van zijn generatie. Daardoor blijft hij eeuwig de tweederangsmedewerker uit de ‘flexibele schil’. Oudere collega’s, veelal uitgebluste vijftigers, leunen ondertussen achterover op hun riante vaste contract. De verwende oude garde bestaat ook nog eens voor een deel uit tirannen met een onaantastbare status. Zij blokkeren de broodnodige vernieuwing en houden een angstcultuur in stand die elke creativiteit smoort. Daar gáát Otto met zijn dromen.

Het kost weinig moeite om in het licht vermomde weekblad en het nieuwsprogramma respectievelijk Vrij Nederland en Brandpunt te herkennen. En laten dat nou net media zijn waar Pen zelf voor heeft gewerkt.

De schrijver put dan ook grotendeels uit eigen ervaring. Dat zal niet iedereen hem in dank afnemen. “Met dit boek maak ik vijanden”, zegt hij aan de keukentafel in zijn bovenwoning in de Amsterdamse grachtengordel. “Ik denk niet dat ik nog op veel redacties hoef te solliciteren”, vervolgt hij met een spottend lachje. “Ik blaas mezelf op, maar dat doe ik met een reden. Het is een soort jihadisme: jezelf laten ontploffen in de hoop dat er iets verandert.”

Slangenkuilen

Na negen jaar in de journalistiek, uitsluitend op goedkope flexcontracten, gooide Pen de handdoek in de ring. Hij was ‘moe, uitgeput en verdrietig’ en had genoeg van de slangenkuilen die veel redacties zijn. Het werd tijd voor een aanklacht, vond hij. Ziedaar zijn prikkelende roman, die smakelijk ironisch is getoonzet.

‘Stem van een generatie’, zo wilde hij zijn boek aanvankelijk noemen, uit een mengsel van bravoure en zelfspot. Maar dat klonk te veel naar non-fictie, meende uitgever Mizzi van der Pluijm. “Ze had gelijk”, beaamt Pen. “Het zou net zo goed de pretentieuze titel kunnen zijn van de biografie van een willekeurig rockbandje.” Maar hoe moest het boek dán heten? Pen, die een groot deel van zijn loopbaan niets anders had gedaan dan als webredacteur clickbaitkoppen tikken, kon nu vreemd genoeg niets bedenken. De uitgever kwam toen op de proppen met De meest besproken man van Nederland. Dat verwijst naar de spectaculaire wanhoopsdaad waarmee Otto zijn belagers uiteindelijk te grazen neemt.

Het boek is dus een aanklacht. Maar waartegen precies? Pen barst direct los. “Op de een of andere manier hebben wij het de afgelopen dertig jaar gepresteerd om in een van de meest welvarende landen ter wereld de vaste arbeid min of meer af te schaffen”, doceert hij aan de eettafel. “In de Europese lijstjes bungelen we zelfs onder Bulgarije, en in een creatieve sector als de media loopt het helemáál de spuigaten uit. Hoe we dit hebben laten gebeuren is mij een raadsel. Bij de afgelopen verkiezingen is er zelfs door de Partij van de Arbeid amper op ingezet. Dat vind ik echt verbijsterend.”

Zijn advies: schaf vaste contracten helemaal af, want ze zijn niet houdbaar in een wereld die snel verandert. Hij pleit voor contracten van drie, vijf of zeven jaar. Daarmee kun je een hypotheek krijgen en een bestaan opbouwen. En je voorkomt dat mensen lang op een plek zitten waar ze het niet meer leuk vinden. Zijn standpunt is een knieval voor het neo-liberalisme, erkent hij, maar langdurige zekerheid voor iedereen zit er gewoon niet meer in.

Pornoprins

Het vileinste deel van zijn boek gaat over de publieke omroep. Pen werkte drieënhalf jaar voor de KRO-NCRV. Eerst bij het online-jongerenplatform Brandpunt+, vernoemd naar de ooit roemruchte actualiteitenrubriek. En later bij de nieuwsredactie die ontstond toen de bloeiende website en het inmiddels zieltogende tv-programma moesten fuseren. De fusie mislukte. Na drie maanden ging de stekker eruit: Brandpunt+, de oudste actualiteitenrubriek op de Nederlandse tv, werd in september 2018 opgeheven.

In de roman gaat Otto aan de slag bij het nieuwsprogramma Frontlinie van de KTO (Katholieke Televisie Omroep). Hij stuit er op de hiërarchische cultuur van het ‘old boys network’ en maakt dingen mee waar de honden geen brood van lusten. Zo ziet hij hoe de gearriveerde presentator Lex Franciscus Duchamp – altijd met zonnebril – cocaïne snuift en vrouwelijke collega’s betast. Ook loopt er een hanige verslaggever rond met de bijnaam ‘pornoprins’ omdat hij onder werktijd porno kijkt.

Drugs en MeToo bij een christelijke omroep… Tsjonge, was het echt zo erg, of is dit satirische overdrijving? “Laat ik antwoorden met een wedervraag”, zegt Pen cryptisch. “Als dit soort dingen gebeuren op elke plek op aarde waar mannen zitten met veel macht, aandacht en geld, hoe groot acht je dan de kans dat Hilversum ervan gevrijwaard is?” En even later: “Het verhaal is niet zo aangedikt. Ik heb in de journalistiek zulke bizarre dingen gehoord en gezien… Vandaar mijn drang om het allemaal op te schrijven. Her en der heb ik iets uitvergroot, maar de teneur van het boek is zeker niet karikaturaal.”

Namen van oud-omroepcollega’s wil hij niet noemen, want straks krijgt hij een advocaat in zijn nek. “Ik zal toch al vreselijk worden gekielhaald”, zegt hij. “Als mensen de roman letterlijk nemen, heb ik een monumentaal probleem.”

‘Ik flirt nadrukkelijk met de werkelijkheid’

Zijn boek is niet bedoeld als sleutelroman waarin je elk figuur kunt herleiden tot een reële persoon. Presentator Duchamp – Pens favoriete personage vanwege zijn zwartgallige humor – is bijvoorbeeld samengesteld uit vier oud-omroepcollega’s. “Dat maakt het al diffuser”, zegt Pen. “Maar uiteraard zal het boek toch als sleutelroman worden gelezen. Ik krijg nu al berichtjes van oud-collega’s met de vraag of zij erin zitten. Het spel is begonnen. Ik kan me er niet tegen wapenen, maar ik flirt dan ook nadrukkelijk met de werkelijkheid.”

Het is hem niet om wraak te doen, bezweert Pen nogmaals. Hij wilde in de eerste plaats een goede roman schrijven: lekker leesbaar, ‘geestig en lichtvoetig genoeg om de eigen zwaarte te dragen’. Een drammerig pamflet moest het niet worden, al hoopt hij wel op sociale impact, bijvoorbeeld via een debat over flexwerk.

Willem Frederik Hermans

De inspiratiebron voor zijn ironie is Willem Frederik Hermans. “Mijn grootvader Jan Pen zat als Tabe Pap in Onder professoren van Hermans. Die roman is ook vrij hard en erg geestig. Daar konden wij thuis enorm om lachen. Mandarijnen op zwavelzuur, waarin Hermans andere schrijvers affakkelt, vind ik ook geweldig.”

Pen wil al vanaf zijn vijfde schrijver worden. Hij had alleen geen onderwerp. In zijn laatste week bij de KRO-NCRV besloot hij dat het over zijn ervaringen dáár moest gaan. Eenvoudig was het niet, alleen al omdat hij anders moest leren schrijven. “In de journalistiek schrijf je uitleggerig; alles moet duidelijk zijn. In de literatuur moet je juist dingen open laten zodat de lezer ze zelf kan invullen. Dat had ik pas na een paar hoofdstukken door.”

Om zijn personages te leren kennen ging hij ‘als een dwaas’ in z’n eentje met hen lunchen. Dan zat hij met een lege stoel tegenover zich fictieve gesprekken te voeren. Het werkte. De figuren werden er gelaagder door.

Met de verschijning van zijn debuutroman heeft hij de journalistiek definitief achter zich gelaten. Op 1 juni begint hij aan een nog geheime nieuwe baan ergens buiten de media. Maar wat hij vooral wil is schrijven. “Ik heb mijn tweede roman al uitgedacht. De personages, het verhaal en de plot. Het klinkt misschien aanstellerig, maar het schrijversbestaan voelt als iets existentieels. Ik zit eindelijk op mijn plek.”

Wie is Jeroen Pen?

Jeroen Pen (1987) studeerde algemene cultuurwetenschappen en communicatie- en informatiewetenschappen. Daarna werkte hij negen jaar als journalist, onder meer bij Vrij Nederland, Het Parool, de Volkskrant, RTV Noord-Holland en BNR.

Bij de KRO-NCRV stond hij aan de wieg van Brandpunt+, een online platform vernoemd naar de toenmalige actualiteitenrubriek.

Jeroen Pen, De meest besproken man van Nederland, uitgeverij Pluim, 224 blz., 21,99 euro.

Lees ook:

Eus maakt zich kwaad: Wat willen ze nou? Dat mensen helemáál niet meer lezen?

Waarom lezen mensen steeds minder boeken? Schrijver Özcan Akyol legt de schuld bij de literaire wereld zelf, een elitair bolwerk dat er alles aan doet om lezen te ontmoedigen. Zijn Boekenweekessay 2020 is een vlammend betoog voor verfrissing. ‘Het veld heeft een kritische zelfanalyse nodig.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden