Tentoonstelling Foute boeken

Waarom het boekje ‘Oki en Doki bij de nikkers’ opeens echt niet meer kon

Foute boeken zijn er in alle soorten en maten. Het Haagse Museum Meermanno stelt een groot aantal twijfelachtige voorbeelden tentoon. Negerboeken, seksistische romans en nazipropaganda: het publiek mag zelf beslissen wat wel of niet meer kan.

Het is best even slikken als je langs de vitrines wandelt. ‘Foute boeken?’ heet de tentoonstelling in het Haagse Museum Meermanno, ook bekend als ‘Huis van het boek’. Het vraagteken uit de titel is soms overbodig, want veel van de getoonde werken zijn fouter dan fout.

Neem het kinderboek ‘Oki en Doki bij de nikkers’ (1957). Een uitgelicht fragment luidt: ‘“Jammer dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders…” “Anders aten we ze op!” roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. “Blanke mensen smaken fijn”, zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.’

Destijds klonk er geen enkel protest tegen dit boek van Henri Arnoldus. Maar toen de Nederlandse bevolking meer kleur kreeg, begon ‘nikkers’ toch wat ongemakkelijk te voelen. Daarom zwakte de uitgever de titel in 1971 af tot ‘Oki en Doki bij de negers’. Ook dat bleek onhoudbaar. Sinds 1982 heet het boek ‘Oki en Doki op het eiland’.

Grofweg drie smaken

Zo kan het dus gaan: boeken worden controversieel doordat het inzicht voortschrijdt en de tijdgeest verandert. Vervolgens móet de maatschappij er  iets mee. Grofweg zijn er drie smaken: tolereren, aanpassen of verbieden. Dit dilemma sluit naadloos aan bij de discussie over Zwarte Piet, de negerzoen en de omgang met standbeelden uit de koloniale tijd. Maar ook bij de homofobe lesboekjes die onlangs opdoken op islamitische scholen, en bij de Nederlandse Spoorwegen die ‘Dames en heren’ vervingen door het inclusievere ‘Beste reizigers’.

In ‘Oki en Doki bij de nikkers’ van de onderwijzer Henri Arnoldus worden ‘nikkers’ neergezet als dom en als ze honger hebben eten ze blanke mensen op. Beeld Museum Meermanno

Foute boeken, hoe moet je daarmee omgaan? Gastconservator Bert Sliggers heeft op die vraag geen pasklaar antwoord. “We willen met deze tentoonstelling geen oordeel opdringen”, zegt hij, “maar mensen aan het denken zetten. En we willen laten zien waar de omstreden ideeën uit boeken vandaan komen. Vaak hebben ze een lange geschiedenis. Ze zijn diep verankerd. Daardoor kom je er niet snel vanaf.”

Sliggers wijst op de 19de-eeuwse posters van stereotiepe inboorlingen aan de wand. Hij loopt naar een vitrine met Afrikaanse ‘negerhoofden’. Deze houten beeldjes stonden vroeger bij mensen thuis op de schouw, als exotische snuisterij. Eén negerhoofd heeft de vorm van een asbak. De knalrode open mond die reikhalzend naar voren steekt, diende als asla. “Zó denigrerend!”, zegt Sliggers. “Nu zie je in welke context boekjes als die van Oki en Doki ontstonden.”

‘Het Kerstjoodje’ is een van de vele christelijke bekeringsverhalen over joden die opvallen vanwege de ontstellende intolerantie die eruit spreekt. Beeld Museum Meermanno

Aaneenschakeling van clichés

De uitgestalde boeken hadden invloed op de heersende ideeën. Zo was ‘Het Groote Negerboek’ (1932) van Willy Schermelé bedoeld om het publiek voor te lichten over Afrika. Sliggers: “De schrijfster was nog nooit in Afrika geweest, maar zij zou wel eens even uitleggen hoe de Afrikanen in het oerwoud leefden. Het werd een aaneenschakeling van clichés over glimmende kralen en spiegeltjes waar de negers dol op zouden zijn. Totaal mislukte voorlichting, maar wel verspreid in tienduizenden exemplaren.”

Überfout zijn ook de vele racistische boekjes waar kinderen ooit uit leerden lezen. Een stuitend voorbeeld is ‘Het Leerrijk ABC’ (rond 1870), dat bij de N van Neger doodleuk rijmt:

’t Wordt het meest bewoond door negers

Van een’ kloeken ligchaamsbouw,

Doch die men niet veel hoort roemen

Om hunnen eerlijkheid en trouw.

De beeldvorming rond zwarten is lang niet het enige controversiële punt uit de tentoonstelling. Elke zaal heeft een ander thema. Het begint met de vijf meest gelezen en meest gehate boeken uit de geschiedenis: de Bijbel, de Koran, ‘Mein Kampf’, het Rode Boekje en Darwins ‘On the origin of species’.

In ‘Moeder vertel eens wat van Adolf Hitler’ van Johanna Haarer leren kinderen dat ze bij de Hitlerjugend moeten gaan om zich te ontwikkelen tot Duitse modelburgers. Beeld Museum Meermanno

Van ‘Mein Kampf’ is het maar een kleine stap naar de zaal met nazipropaganda en antisemitische lectuur. Daar ligt tussen de boeken over rassenleer en Arische zuiveringen verrassend genoeg ook een kinderboek: ‘Moeder vertel eens wat van Adolf Hitler’ (1942), van Johanna Haarer. Hieruit leerden kinderen dat ze bij de Hitlerjugend moesten gaan om zich te ontwikkelen tot Duitse modelburgers.

“Bij het maken van de tentoonstelling viel me op dat de omstreden werken vaak bestemd waren voor kinderen”, zegt Sliggers. “Dat is ook logisch, want als je een bepaalde ideologie wilt opdringen, dan helpt het om daar al bij kinderen mee te beginnen.”

Dat zie je terug in de zalen over zending en religie. Daar liggen boekjes als ‘Marja en het bruine kind’ of ‘Dagoe de kleine bosneger’, uit de jaren vijftig. De portee is steeds: een zwart kind wil eerst niet deugen, maar dankzij een bekering tot het christelijk geloof komt het toch nog goed. Schokkend zijn ook de talloze antisemitische boekjes waarin wordt opgeroepen om joodse kinderen listig uit hun milieu los te weken en te kerstenen. Om nog maar te zwijgen over de jihadistische kinderboeken die hun piepjonge lezertjes rijp maken voor het fundamentalisme.

Seksisme ontbreekt op de tentoonstelling uiteraard niet. Zo valt een passage te lezen uit ‘Turks Fruit’, waarin Jan Wolkers denigrerend over vrouwen schrijft. En er liggen kinderboeken met zeer traditionele rolpatronen, zoals ‘Jip en Janneke’ van Annie M. G. Schmidt; daar is vader altijd aan het werk, terwijl moeder kookt. Sommige ouders willen die boekjes niet meer aan hun kinderen voorlezen, weet Sliggers. Of ze draaien opzettelijk de rol van vader en moeder om – zo kan het natuurlijk ook.

‘De negerhut van oom Tom’ stelt slavernij aan de kaak en komt op voor de rechten van zwarte mensen, maar zit tegelijk vol met racistische stereotypen. Beeld Museum Meermanno

In hoeverre moet je ingrijpen?

Toch blijft het lastig in hoeverre je in omstreden literatuur moet ingrijpen. Neem ‘De Negerhut van Oom Tom’ (1852). Dat boek wordt in Nederland sinds de jaren tachtig alleen nog uitgegeven als ‘De hut van Oom Tom’, maar het houdt iets problematisch. Want hoewel het slavernij aan de kaak stelt en opkomt voor de rechten van zwarte mensen, zit het tegelijk vol met racistische stereotypen. Filter die maar eens weg zonder de historische werkelijkheid geweld aan te doen.

In de laatste zaal kunnen bezoekers voor hen onacceptabele fragmenten uit een door het museum samengesteld boekje scheuren en op de muur prikken. Het hangt al helemaal vol. Eén grapjas heeft het voorblad van de boekje – met de titel ‘Is dit fout?’ – opgehangen en er geërgerd ‘trauma-tourisme’ bij geschreven. Zijn boodschap:  mensen, stop met zeuren! Een andere hater van politieke correctheid vindt dat de vraag ‘Is dit fout?’ zo langzamerhand ‘echt niet meer kan’. Kennelijk is de tentoonstelling zelf inmiddels ook omstreden geraakt.

‘Foute boeken?’ is nog t/m 1 maart te zien in het Museum Meermanno in Den Haag.

Lees ook:

Voor elk wat wilds, porno in perspectief

Pornografische teksten en prenten zijn in de loop der eeuwen wisselend onthaald. De tentoonstelling ‘Porno op papier’ laat zien hoe de maatschappelijke reactie slingerde tussen taboe en tolerantie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden