Waarom een 'geschreven portret' intiemer en kwetsbaarder lijkt

Maartje Wortel Beeld Jorgen Caris

Maartje Wortel schrijft over alledaags en minder alledaags ongemak. Dit keer over hoe een tekst over iemands lijf intiemer en kwetsbaarder kan zijn dan een echt naakt lichaam.

In Museum de Pont in Tilburg zag ik laatst een werk van de Britse kunstenares Fiona Banner, genaamd ‘Mirror’ (2006). Actrice Samantha Morton kwam naar het atelier van Banner om te poseren voor een naaktportret. Dat naaktportret van Morton werd uiteindelijk geen schilderij of tekening, maar een beschrijving van haar uiterlijk. Samantha Morton droeg de tekst, die ze nog niet eerder had gelezen, de avond erna voor in de Londense Whitechapel Gallery ten overstaan van een publiek.

Lips parted as if to speak
Arse moon white
Veins showing through the skin like fluorescent roots

In de Pont bekeek ik de video-opname die van die avond is gemaakt. Ik luisterde naar de actrice die haar lichaam door de ogen van een ander (en met de woorden van een ander) beschrijft. Haar lichaam wordt publiek, niet alleen dankzij haar letterlijke aanwezigheid, maar ook door de beschrijving die Banner van haar maakt. Een schilderij wordt (in de meeste gevallen) ook publiek, maar dan blijft het werkelijke lichaam een geheim, misschien zelfs iets onbelangrijks.
Wat overblijft is kunst.

Intimiteit van taal

Waarom ervaar ik dit geschreven portret, uitgesproken door de geportretteerde in kwestie, als intiemer en kwetsbaarder dan een tekening waarop borsten te zien zijn, een buik, de schaamstreek, een bepaalde blik? De actrice is niet naakt, ze draagt kleren en leest simpelweg een tekst voor die een lichaam beschrijft.

Het punt is precies dit: ze leest een beschrijving voor over zichzelf die buiten haarzelf heeft plaatsgevonden. Het zijn de woorden van een buitenstaander en ze heeft er geen controle over. Mocht ze die tekst in haar eentje aan de keukentafel lezen, dan is het een ander verhaal, maar nu zijn er ogen op haar gericht, onbekenden kijken mee en horen hoe zij is gezien. De actrice geeft zichzelf bloot. Ze is niet al naakt, nee: zij ontdoet zich voor onze ogen van haar kleren.

Ik denk aan de intimiteit van taal. En de ongemak van een lichaam. Als je taal moet geven aan bepaalde aspecten van het menselijk lichaam (denk maar aan zoiets als seks) dan rust daar vaak een taboe op. We praten vaak om bepaalde zaken heen. Als je simpelweg uitspreekt wat je ziet en denkt, ontstaat er snel ongemak.

Een vriendin van mij zei onlangs dat je van je ouders leert dat je een hand moet geven en dankjewel moet zeggen als iemand iets voor je doet, maar dat ze liever had geleerd hoe je zonder al te veel schaamte over kwetsbare, angstige of intieme dingen zou kunnen praten. Dat had me echt verder geholpen in het leven, zei zij.

En ik zei dat als haar ouders haar dit geleerd zouden hebben, er ook een bepaalde afstand verdwijnt die er nodig is om serieus genomen te blijven worden. Ik heb geen afstand nodig, zei de vriendin. Ik neem afstand juist niet serieus, want nu heb ik het idee dat nooit iemand de waarheid spreekt. Als nooit iemand de waarheid spreekt, weet ik ook niet waar ik me toe moet verhouden. Tot de leugen, zei ik. Maar daar kon die vriendin niet om lachen. Hoe dan ook wordt er vaak om (al dan niet) belangrijke zaken heen gepraat.

Doodsreutel

Ikzelf schrijf en praat geloof ik buitengewoon vaak over de dood. Soms wordt mij gevraagd of het niet wat vrolijker kan, allemaal. Of wat minder direct. En dat brengt mij weer bij een ontmoeting met een jonge kunstenares die ik nog ken van de Rietveld Academie in Amsterdam, genaamd Vibeke Mascini. Zij maakt werk rond de laatste adem van mensen. En dus ook rond de dood. Mascini vertelde dat er nogal wat woorden die met de dood te maken hebben uit De Dikke van Dale verdwijnen. Ze zei: “Veel mensen willen niet al te letterlijk met de dood of een einde geconfronteerd worden, ze praten er liever omheen en zo sterven er woorden uit.”

Het woord ‘doodsreutel’ bijvoorbeeld is uit het woordenboek verdwenen. En ook het schitterende woord ‘ontlijven’. Mascini vindt het de taak van een kunstenaar en een schrijver om woorden in leven te houden. Om woorden in leven te houden, moeten ze zo vaak mogelijk opgeschreven worden. Dat doe ik nu dan maar eens: Doodsreutel. Ontlijven. Want hoe levend we nu ook mogen zijn, de dood is een realiteit. Daar kunnen we omheen praten wat we willen, maar we kunnen er uiteindelijk niet omheen.

De video ‘Mirror’ is niet meer te zien in museum De Pont in Tilburg, maar nog wel gedeeltelijk op de website fionabanner.com onder: performance.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden