Review

Waarom de Armada ten onder ging

De socioloog Norbert Elias heeft een gedurfde verklaring voor het verschil in slagkracht tussen de Spaanse, Franse en Engelse marine in vroeger dagen: wie stond er op de brug van het schip?

Twee sociologen hebben met zorgvuldig archief- en redactiewerk een nieuw boek van hun beroemde collega Norbert Elias weten te scheppen. Deels onuitgegeven teksten uit de jaar vijftig van de auteur van ‘Het civilisatieproces’ (1939, 1982) geven een indruk van de kracht van Elias’ theorie over de groeiende afhankelijkheid tussen mensen, en de gevolgen daarvan voor de samenleving.

Maar in de eerste plaats vormt deze reconstructie een gedurfde verklaring voor de opvallende verschillen tussen de Engelse, Franse en Spaanse marines in vroeger dagen, want de naval profession uit de titel slaat op het beroepskader aan boord van de oorlogsvloot.

Elias’ redenering gaat als volgt: alle zeevarende naties staan vanaf de zestiende eeuw voor de opgave hun overzeese ondernemingen en veroveringen gewapenderhand tegen rivalen te beschermen. Dat vergt de uitrusting van een oorlogsbodem en een bemanning die zowel kan varen als vechten. Die vaardigheden waren nu net de sterke punten van twee zeer uiteenlopende groepen: aan de ene kant koopvaarders en vissers uit de heffe des volks, en aan de andere adellijke officieren.

In de Spaanse vloot bleven de zeevaartkundige en de militaire bevoegdheden altijd gescheiden, omdat vechten het voorrecht van de adel was die zich niet kon inlaten met het gemene handwerk van zeilen en navigeren. Op het schip voerde een officier het bevel die niet noodzakelijkerwijs een kundig zeeman was. Die hiërarchie was de weerspiegeling van de kaste-achtige maatschappij die in de loop van de Reconquista (herovering) van het land op de Moren was gegroeid.

Tot er naties het zeegat kozen die varen en vechten beter met elkaar in overeenstemming brachten, behielden deze ‘zeekastelen’ de overhand. Zeeslagen waren aanvankelijk belegeringen te water. Maar in de Atlantische competitie die in de zestiende eeuw ontstond, namen na enige tijd partijen die de zeilkunst en vuurkracht uitbuitten een voorsprong. Meer dan van technologie was dat een kwestie van de goede aanwending van het personeel aan boord. Van organisatie dus. Daarin ging Engeland voorop.

Elias laat zien hoe sinds Hendrik VIII pogingen waren gedaan om de oorlogsvloot tot een wapen van eigen makelij te maken. De afrekening van de Engelsen (en Hollanders) met de Spaanse Armada in 1588 getuigde van het belang dat zij aan navigatie hechtten. Dat de combinatie van verschillende bekwaamheden met conflicten tussen de edellieden en de pikbroeken gepaard ging, was in de ogen van Elias niet alleen onvermijdelijk maar juist gewenst. De concurrentie tussen naties op zee en tussen groepen aan boord, kneedde en polijstte de nautische professie.

In Engeland leidde dit tenslotte in de achttiende eeuw tot de aanstelling op het schip van midshipmen (adelborsten), dat wil zeggen van jonge adellijke telgen die op het schip een complete opleiding in varen en vechten kregen. Navy en gentlemen lijfden de zeevaartkunst in. Niet toevallig waren ondertussen in Engeland burgers en aristocratie elkaar ook nader gekomen, in weerwil - én dankzij – burgeroorlog en koningsmoord.

De tegenstelling die overbrugd moest worden, illustreert Elias bij herhaling met het conflict tussen kaperkapitein Francis Drake en de hoveling Thomas Doughty die het in 1577 op een gezamenlijke ontdekkingsreis zó aan de stok kregen over het commando dat de piraat de edelman op de kust van Patagonië liet onthoofden. Maar niet dan nadat zij samen het Avondmaal hadden gebruikt. Van deze geschiedenis had Elias een toneelstuk willen maken, omdat hij zo dramatisch de gemengde gevoelens van de pikbroeken en gentlemen demonstreert.

Het boek vraagt in dit herdenkingsjaar van Michiel de Ruyter om een Nederlandse vertaling, met een aanvulling over de situatie op de vloot van de Republiek; en, ook heel Nederlands, voor een billijker prijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden