null

BoekrecensieKort verhaal

Waar hebben we het over als we het over zwart en wit hebben?

Klassiek kort verhaal van Toni Morrison is nu voor het eerst los in boekvorm verschenen en voorzien van een schitterende, verrijkende inleiding van Zadie Smith.

Jann Ruyters

Recitatief, het enige korte verhaal dat Toni Morrison ooit publiceerde, lijkt een soort sociaalwetenschappelijk experiment met de lezer. Het verhaal, dat nu voor het eerst apart in boekvorm verschijnt, stamt al uit 1983 en heeft in de VS boekenkasten vol duiding opgeleverd, maar hier is het onopgemerkt gebleven. Morrison zelf noemde het ‘een experiment met het weglaten van alle raciale codes in een verhaal over twee personages van verschillend ras, voor wie raciale identiteit van cruciaal belang is’. Ofwel: de ene hoofdpersoon is wit, de ander zwart, dat verschil in kleur wordt één keer genoemd, maar wie wat is blijft verborgen. Onwillekeurig ga je als lezer op zoek naar clues.

De achtjarige Twyla en Roberta leren elkaar kennen in een kindertehuis waar ze zijn geplaatst omdat hun moeders niet voor hen konden zorgen.‘Mijn moeder danste de hele nacht en die van Roberta was ziek’ aldus verteller Twyla. Tot elkaar veroordeeld als de enige niet-wezen in het tehuis, ‘afgedankten’ zonder ‘beeldschone ouders in de hemel’, trekken de meisjes samen op, een ‘peper en zout stel’ zoals ze gedoopt worden door de oudere kinderen wier pesterijen ze vrezen. Lang duurt de vriendschap niet. Hun moeders komen een keertje op bezoek. En er is een gewelddadig incident rond keukenhulp Maggie. Deze Maggie, ‘met benen als maansikkels’ en ‘een hobbelend loopje’ staat in de tehuis-hiërarchie nog onder Twyla en Roberta. Maggie kan niet praten en dus ook niet schreeuwen als ze door de oudere meisjes omver wordt geduwd in de boomgaard terwijl Twyla en Roberta toekijken.

Mishandeling

‘Ik weet niet waarom ik zo vaak van die boomgaard droomde’, noteert Twyla. Een losse opmerking die later diepere betekenis krijgt als bij enkele toevallige ontmoetingen tussen de dan volwassen vrouwen, Roberta de vraag opwerpt wat er in de boomgaard met Maggie is gebeurd. Ze beschuldigt Twyla ervan dat ze niet angstig langs de kant stond maar meedeed aan de mishandeling. Een geschokte Twyla kan het zich niet herinneren. Net zomin als dat ze zich kan herinneren dat Maggie zwart was.

Wat gebeurt er eigenlijk met de lezer van dit verhaal? In deze nieuwe uitgave wordt Recitatief voorafgegaan door een schitterende, gedetailleerde inleiding van Zadie Smith die je op scherp zet wat betreft de clues over kleur die het verhaal geeft. Ik denk dat ik er zonder dat voorwoord simpelweg vanuit was gegaan dat Twyla zwart was. Twyla is de ik-figuur en daarmee al gauw gekoppeld aan Toni Morrison als auteur. Dramatischer: als de moeders elkaar ontmoeten weigert Roberta’s moeder Twyla’s moeder de hand te schudden.

Maar het verhaal geeft evenzoveel ‘aanwijzingen’ van het tegenovergestelde. Het eerst wat in Twyla opkomt als ze kennismaakt met Roberta is dat haar moeder Mary haar had voorgehouden ‘dat ze nooit hun haar wassen en dat ze raar ruiken.’ Is die afkeer gebaseerd op het feit dat Roberta zwart is, of is dat omdat Roberta op een andere manier ‘afwijkt’? Of weigert Roberta’s streng-christelijke moeder, ‘op haar borst hing het grootste kruis dat ik ooit had gezien’, Twyla’s witte (?) moeder Mary de hand te schudden omdat ze die in haar te strakke groene broek te ordinair vindt.

Het heeft iets onbetamelijks, dat zoeken naar ‘zwarte dingen’ en ‘witte dingen’, dat wegen van vooroordelen. ‘In een geracialiseerd systeem is er van alles typerend voor een bepaald soort mensen’, schrijft Zadie Smith. Welke moeder danst de hele nacht? Wat voor namen zijn Twyla en Roberta? ‘Ik moest en zou weten wie de Ander was’, schrijft Smith, ‘waar ik mijn medeleven kwijt kon, waar ik ijzig kon zijn’. Stapte ik als witte lezer er juist al te makkelijk overheen?

Medeplichtige lezer

Anno 2022 voegt Morrisons klassieker zich tussen andere recent verschenen spraakmakende romans over de betekenis die we aan huidskleur geven, zoals De laatste witte man van Mohsin Hamid en Identitti van de Duits-Indiase Mithu Sanyal.

Bijzonder is hoe Morrison je eerst medeplichtig maakt aan een geracialiseerd systeem om je vervolgens te laten voelen dat het niet per se zwart of wit is om te worden geschopt, om minder te zijn.

Online onderzoek leert dat dit nu veertig jaar oude korte verhaal in Amerika nog steeds nieuwe lezingen voortbrengt. Zadie Smith roemt in haar inleiding Morrisons streven om niet in te perken maar deuren te openen, een einde open te laten voor herinterpretatie. Recitatief is er een sprekend voorbeeld van.

Toni Morrison
Recitatief
Voorwoord: Zadie Smith
Vert. Nicolette Hoekmeijer. De Bezige Bij; 101 blz. € 19,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden