Review

'Waar de Nederlandse soldaat staat, bloeien de vruchten van zijn werk'

Dit is een bewerking van het artikel 'Fotografie en werkelijkheid, fotoboeken over de dekolonisatie van Indië' uit het Jaarboek Kunst en Beleid in Nederland, deel VII, met de titel 'Stilstaande beelden', een uitgave van de Boekmanstichting en Van Gennep. Verschijnt op 13 mei.

In de afgelopen decennia is uit getuigenverklaringen van oud-militairen en geschriften van historici een ander beeld ontstaan van de koloniale oorlog en de Indië-politiek van de toenmalige regering. Tijdens dit conflict was het publiek voor de visuele informatie hoofdzakelijk aangewezen op het beeldmateriaal van kranten, tijdschriften, bioscoopjournaals en fotoboeken. De foto's werden veelal gemaakt door Jan Stevens, Wim Dussel, Hugo Wilmar, Willem van de Poll en Alfred van Sprang. Volgens Dussel waren er geen richtlijnen voor hun werk. “Als fotograaf koos je voor een opbouwende benadering van de politionele acties. Foto's die veel onheil voor de familie van de betrokkenen konden aanrichten, zoals die van eigen mensen afgeslacht door de Indonesische guerrilla's of republikeinse tegenstanders die door onze mortieraanvallen waren omgekomen, werden niet gemaakt. De verwarrende situatie in Indië werd nog op menselijke wijze in beeld gebracht. Foto's van oorlogsslachtoffers die we nu dagelijks in de media zien, waren toen nog niet gebruikelijk.”

Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijvoorbeeld het boek 'Soldaat Overzee' uit 1947 een tamelijk rooskleurig beeld schetst van stoere Nederlandse soldaten in een vijandige, maar toch ook exotische omgeving. Het werd een groot succes, zowel in Indië als in Nederland. Dat kwam vooral doordat het boek door de Nederlandse soldaten in de Oost als geschenk aan hun ouders, verloofden en echtgenoten werd gegeven. Enige tienduizenden exemplaren kwamen zo terecht bij Nederlandse huisgezinnen.

De Dienst Legercontacten (DLC) en de Marine Voorlichtingsdienst (Marvo) waren voor de militaire voorlichting verantwoordelijk. Zij verzorgden ook de voorlichting door middel van foto's en films. Wat de Marvo over de visuele berichtgeving, in het bijzonder de fotografie, heeft geschreven is onbekend, omdat het naoorlogse Indische archief van de Marvo niet meer is te achterhalen. In het archief van de Legervoorlichtingsdienst zijn geen stukken van de Dienst Legercontacten over de richtlijnen ten aanzien van de fotoberichtgeving aanwezig. Wel is de correspondentie betreffende 'Soldaat Overzee' achterhaald.

Het blijkt dat dit boek in nauwe samenwerking met de Legervoorlichtingsdienst tot stand is gekomen. Speciaal voor dit boek stelde het hoofd van de Legervoorlichtingsdienst in Batavia, A.J.E. van Berckelaer, een team samen dat bestond uit de schrijver, luitenant Ton Schilling, een onbekende legerfotograaf en een tekenaar. Zij hebben een rondreis door de archipel gemaakt en veel militairen te velde geïnterviewd en gefotografeerd. Het manuscript en de foto's - ook van de eerste politionele actie - werden door de legervoorlichtingsdienst te Batavia naar het hoofdkantoor in Den Haag gezonden. Daar stelde de legervoorlichtingsdienst na een zorgvuldige beoordeling het manuscript en het fotomateriaal ter beschikking aan uitgever H.L. Smit te Hengelo. Die schreef dat “in samenwerking met den legervoorlichtingsdienst en de Niwin, de Nationale Inspanning en Welzijnsverzorging Indië, door ons een boekwerk zal worden uitgegeven onder den titel 'Soldaat Overzee'.”

Uit de foto's in het boek spreekt veel aandacht voor het leven van de militairen vóór en tijdens de eerste politionele actie. De wit omrande foto's zijn geplaatst tegen een achtergrond van decoratieve tropische symbolen. Ze laten de soldaten zien in een provisorisch bivak, op een eenzame buitenpost, bij het frontcabaret of een kerkdienst in het veld. Van de eerste politionele actie wordt de gestage opmars van de infanterie naar de Javaanse binnenlanden en de landing van mariniers aan de Oostkust van Java zichtbaar gemaakt. Veel foto's tonen de door de republikeinen aangelegde versperringen, zoals omgehakte bomen, diepe kuilen en de Nederlandse geniesoldaten die deze hindernissen opruimen en de wegen en bruggen herstellen.

Nadat de republikeinse gebieden zijn heroverd, begint het leger met de humanitaire activiteiten. Dit wordt gevisualiseerd door foto's van het verlenen van medische hulp, het verstrekken van voedsel en het verschaffen van kleding aan de noodlijdende inheemse bevolking. De laatste twee pagina's van het boek zijn ingeruimd voor een Nederlandse soldaat met opgeheven hoofd, de vechtpet in de nek en de bren over de schouder, en de tani, de Javaanse boer, die zijn land bewerkt. De bijgaande onderschriften vermelden: 'Waar de Nederlandse soldaat staat, bloeien achter hem de vruchten van zijn werk. Karbouwen staan klaar om de ploeg te trekken door de vruchtbare aarde. De boer zal zijn ploeg weer inspannen en aan de arbeid gaan als een vrij man in een vrij land. Wie daarvoor vecht, vecht niet vergeefs'. In het boek is een aantal blanco bladzijden gereserveerd, waarin de Indië-veteraan zijn eigen foto's kan plakken.

Over het eindresultaat van deze publicatie zijn de meningen bij de legerautoriteiten verdeeld. Het hoofd van de Dienst Legercontacten te Batavia, luitenant-kolonel J.J.F. Borghouts, schrijft aan de Legervoorlichtingsdienst te Den Haag: “Dezer dagen mocht ik de dummy ontvangen voor het boek 'Soldaat Overzee'. Wanneer ik zou zeggen dat ik hierover laaiend enthousiast ben, zou ik zeer beslist in conflict met de waarheid komen. U zult uit onze conceptie wel begrepen hebben, dat wij iets geheel anders in ons hoofd hadden dan datgene, wat nu uiteindelijk uit de bus is gekomen.”

En hij gaat verder: “Een ding moet mij beslist nog van het hart en d.i., dat ik mij zeer ongelukkig gevoel over de montage van de fotopagina's. Het zal de meeste mensen wel vergaan zoals het mij en verschillende van mijn medewerkers is vergaan n.l., dat ik de foto's niet zie doch alleen een nachtmerrie kreeg, waarin palmbomen, tjitjaks en wajangpoppen (de decoratieve achtergrond) een overwegende rol spelen. Bovendien mis ik de onderschriften, welke m.i. noodzakelijk zijn. Indien U hieraan nog iets kunt doen, geloof ik zeker, dat dit de verkoopwaarde van het boek in Indië ten zeerste zal verhogen.” 'Soldaat Overzee' kwam in december 1947 uit. Al spoedig verscheen een herdruk en in het voorjaar van 1948 kwam zelfs een vierde druk uit. In Nederland werden tienduizenden exemplaren van dit fotoboek verspreid.

De foto's van Jan Stevens, fotograaf en luitenant bij de Mavor werden gebundeld in het boek 'Vrij'. Stevens maakte met de KNIL-eenheden de landing op Bali en Lombok in '46 mee. Ook Stevens blijkt oog te hebben voor het dagelijks leven van de Hollanders in de Japanse interneringskampen en in 'Vrij' is ook aandacht voor de repatriëring van Nederlanders naar het moederland en de inscheping van de zieken op het drijvend hospitaalschip 'Oranje'.

De foto's van Willem van de Poll, voormalig oorlogsverslaggever bij de staf van generaal Eisenhower en later de staf van prins Bernhard, zijn gebundeld in 'Kerels van de daad', dat in mei '47 verscheen. De repatriëring van de Indonesische vluchtelingen en het verblijf van de Nederlandse oorlogsvrijwilligers in Malakka en Indië staan bij Van de Poll centraal. Kenmerkend voor de teneur is een fragment uit de inleiding van 'Kerels van de daad'. “Grote erkentelijkheid ben ik verschuldigd aan de autoriteiten van Leger en Vloot, die bij de voorbereiding en uitvoering van dit boek zo spontaan en loyaal steun en medewerking hebben verleend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden