Review

'VU moet christelijk zijn of niet zijn'

AMSTERDAM - Met grote hanenpoten staat het op de binnenkant van een van de toiletdeuren geschreven: 'God is gelukkig niet verzwegen'. Onduidelijk blijft of de auteur dit als een positieve constatering heeft bedoeld dan wel als kritische noot: 'God nog net niet, al het andere wel'.

Want volgens sommigen op de Vrije Universiteit is het er niet al te best gesteld met de aloude christelijke ( = reformatorische) noties. Die dreigen het slachtoffer te worden van een oppervlakkig spreken over godsdienstig en cultureel pluralisme. Relativisme, ja zelfs onverschilligheid tegenover de eigen, specifiek christelijke identiteit zijn daarvan volgens hen de voornaamste negatieve gevolgen.

Reden voor negen hoogleraren en universitaire docenten van vijf verschillende VU-faculteiten om de noodklok te luiden. Ze doen dat door middel van een bundel, verzorgd door het Bezinningscentrum van de VU, waarin diverse aspecten van het 'neutraliseringsproces' aan de Vrije Universiteit worden belicht. Doel van de publicatie: Duidelijk maken 'dat het ideaal van een vrije universiteit levenskrachtig is en niet mag worden opgegeven'.

Deze zin, afkomstig uit het voorwoord, lijkt een weerslag van de gesprekken die een aantal docenten al sinds 1993 voert in de informele interfacultaire werkgroep Pluralisme-VU. Voornaamste conclusies: a) christelijke normen en idealen moeten aan de VU weer meer inhoud krijgen; b) de christelijke doelstelling dient ook in de toekomst de leidraad van de Vrije Universiteit te zijn.

Onze samenleving wordt immers op allerlei terreinen geconfronteerd met de gevolgen van een manier van wetenschap beoefenen die van haar normatieve ankers is geslagen. Vandaar dat de auteurs pleiten voor handhaving van de christelijke uitgangspunten van de VU. Of dat lukt?

Professor S. Griffioen, hoogleraar wijsbegeerte van de sociaal-culturele wetenschappen en geschiedfilosofie, heeft zo zijn twijfels. Hij berekent: “Degenen die het ideaal van de VU als een christelijke universiteit koesteren, maken hoogstens twintig procent van het docentenkorps uit. De grote meerderheid kan het allemaal niet zoveel schelen. Beide stromingen vind je bij alle jaargangen en faculteiten. Al is het aantal onverschilligen onder de bèta's groter dan onder de alfa's.

Griffioen was een van de initiatiefnemers van de bundel (titel: Vinden & Zoeken, het bijzondere van de Vrije Universiteit) die gistermiddag aan de voorzitter van het college van bestuur van de VU, dr. G. W. Noomen, werd gepresenteerd. Griffioen constateert “met spijt” dat de trend die zich aftekent bij de VU, er een is “waarbij men steeds minder naar buiten treedt als een instelling die aan christelijke maatstaven gemeten mag worden.”

Waarom zouden we dat eigenlijk moeten betreuren? Griffioen: “Omdat de reformatorische kijk op de dingen een brok levensbeschouwelijke dynamiek in zich draagt die ook voor de huidige samenleving relevant is. Al valt dat niet altijd even concreet te benoemen.” Griffioen deelt niet de opvatting van de vorige bestuursvoorzitter Brinkman die vijf jaar geleden publiekelijk liet weten dat wat de wetenschapsbeoefening bij de VU betreft het christelijk geloof niet de enige optie kan zijn. “Als je dat standpunt huldigt ondergraaf je alles wat hier in ruim een eeuw aan identiteit bijeen is gedacht.”

Volgens Griffioen staat de klok op vijf-voor-twaalf. “Als we nu geen halt toeroepen aan alle godsdienstig-culturele relativering en pluralisering dan is het met de eigen signatuur van de VU gedaan.

We zijn op dat hellend vlak al ver gevorderd. Tot voor enkele jaren zag men er nog centraal op toe dat, zeker in de hogere rangen, alleen personeel werd aangenomen dat de christelijke doelstelling van de VU onderschreef. Oké, je kon ontheffing vragen, maar in zijn algemeenheid ging het zo. Nu laat men het over aan de afzonderlijke faculteiten. In de praktijk leidt dat er toe dat alleen een uitgesproken atheïst zonder reformatorische grootmoeder het bij een sollicitatie nog moeilijk kan krijgen, maar de rest...

Wat ons nog samenbindt is een vaag besef van een traditie die we gemeenschappelijk hebben, maar er hoeft maar iets te gebeuren en ook dat wordt over de rand gegooid. Nee, ik wil zeker niet terug naar het gesloten systeem van 1880, het jaar dat de VU werd opgericht. Maar we moeten uitkijken dat we van de weeromstuit niet in het andere uiterste vervallen: een gemakzuchtig cultuurrelativisme dat systematisch weigert principiële keuzes te maken.

Je dient als Vrije Universiteit de moed te hebben om tegen de stroom in christelijke normen te blijven hanteren, zowel bij je personeelsbeleid als wat betreft de richting waarin onderwijs en onderzoek op de VU zich bewegen en de morele grenzen die je daarbij trekt.'

“Zo'n principiële opstelling kan in concreto betekenen dat je als VU zelfs bereid moet zijn posten onbezet te laten wanneer er een tijdlang geen kandidaten blijken te zijn die de christelijke uitgangspunten kunnen of willen onderschrijven.

Populair is een dergelijke opvatting niet. Zeker niet bij de bèta-faculteiten. Op veel plaatsen slaat men meer acht op de eigen concurrentiepositie binnen het geheel van de universitaire wereld dan op de morele plicht om zich ook qua (christelijke) identiteit te onderscheiden van de rest.

Toch vind ik dat de faculteitsbesturen, ondersteund door het algemeen college van bestuur, normatieve invulling dienen te geven aan de christelijke doelstelling van de VU. Niet om mensen uit te sluiten of om binnen de universiteit een ketterjacht te openen, asjeblieft niet, maar om een eind te maken aan alle bewuste of onbewuste vaagheid die je momenteel tegenkomt.'

En als dat niet lukt? Griffioen: “Dan sterft het oude ideaal van de VU een zachte, maar onherroepelijke dood en kun je je afvragen wat de bestaansreden van de Vrije Universiteit nog is. Dat zullen anderen ook doen. Als de VU zich 'ideologisch' in niets meer onderscheidt van de Universiteit van Amsterdam kan een minister van onderwijs, zeker als hij/zij lid is van een kabinet als het huidige dat rationalisering hoog in het vaandel heeft staan, zich wel eens gaan afvragen: Waarom niet beide universiteiten samenvoegen? Dat is heel wat efficiënter en goedkoper.”

Politicoloog Verhoogt constateert: “De slogan waarmee de VU zich thans naar buiten presenteert - 'Deze tijd vraagt om een Vrije Universiteit' - lijkt uitgebalanceerd, maar in de praktijk wordt ze door het bestuur eenzijdig geïnterpreteerd. Men legt overdreven sterk de nadruk op de praktische voordelen: goed onderwijs, kleinschalige organisatie, gunstige ligging.”

Dr. J. P. Verhoogt is universitair hoofddocent aan de vakgroep politicologie en bestuurskunde van de VU. Net als Griffioen was hij nauw betrokken bij het samenstellen van de bundel en schreef hij er een bijdrage voor. Verhoogt: “De principiële inkleuring van onze identiteit is onder invloed van een gevaarlijk soort markt-en efficiencydenken op de achtergrond geraakt. Het accent ligt nu vooral op presentatie van de Vrije Universiteit als een universiteit die geheel aan de materiële eisen van de moderne tijd is aangepast.”

Hier zit volgens Verhoogt nou juist het manco. “Door zich als instelling en organisatie bijna willoos over te geven aan het proces van modernisering en rationalisering dat, mede onder druk van de overheid, ook de wetenschappelijke wereld steeds meer in zijn greep krijgt, kan de VU haar kritisch-maatschappelijke rol onvoldoende waarmaken.”

En Verhoogt herhaalt de retorische vraag uit zijn bijdrage aan de bundel: 'Is immers niet ook aan de VU op het vlak van management en organisatie van onderwijs en onderzoek de modernisering en rationalisering schier ongelimiteerd doorgevoerd en nog in volle vaart gaande, met de mega-faculteiten als meest recente manifestatie?' Hij voegt er aan toe: “Zo had de VU wel eens wat meer weerwerk mogen leveren tegen de ons door Zoetermeer opgedrongen forse studieduurverkorting. Hierdoor worden studenten in het keurslijf van de prestatiedwang geperst, ten koste van algemene vorming. Juist wij hadden de minister daarop moeten wijzen.”

Hoe moet die kritische-maatschappelijke rol zich nog meer manifesteren? Verhoogt: “Onze tijd heeft een Vrije Universiteit nodig die in haar manier van wetenschap beoefenen en in haar organisatiestructuur laat zien dat rationaliteit en moderniteit, om een uitspraak van Johan van der Hoeven op het VU-congres van 1968 te citeren, pas in hun betrekkelijkheid aan hun trekken komen. Dat vraagt om principiële uitgangspunten, om een eigen identiteit.

Een en ander is zeker van belang nu de post-moderne mens, zijn rusteloze bestaan moe, zich openstelt voor allerlei irrationele ideologieën en racistische ideeën die hem de rust en zekerheid lijken te geven waarnaar hij hunkert.'

Daarmee stuiten we volgens Verhoogt op de ultieme paradox die in het proces van almaar voortgaande modernisering en rationalisering van de moderne samenleving besloten ligt: in zijn post-modernistische eindfase roept het proces zelf de irrationele krachten op die de positieve resultaten van dat proces - rechtsstaat, democratie, sociale zekerheid en stabiliteit - dreigen te ondermijnen. Anders gezegd: met het bereiken van de fase der post-moderniteit beginnen moderniteit en rationaliteit hun eigen glazen in te gooien.

Verhoogt: “Voor de VU alleszins reden hierop in te spelen. Ze kan dat echter pas doen na een grondige en principiële heroriëntatie. Niet alleen op filosofisch en cultureel gebied, maar ook op het terrein van organisatie en bestuur.

Om het eenvoudiger te zeggen: de christelijke identiteit van de VU moet zich niet alleen weerspiegelen in de manier waarop men hier wetenschap bedrijft, maar ook in de wijze waarop wij - studenten, docenten, de rest van het personeel - dagelijks met elkaar omgaan. Daarbij dient de identiteit binnen de VU een voortdurende bron van positieve onrust te vormen. Die christelijke grondslag mag je namelijk best wat kosten, anders wordt het hier aan de Boelelaan een slappe hap.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden