Cultuur Hiphoples

Vroeger was hiphop véél beter (toch?)

Beeld Hedy Tjin

Nederlandse hiphop is groter dan ooit. Maar wie doet ertoe? Recensent Klaas Knooihuizen geeft een korte cursus. Vandaag deel 2: kunnen rappers van tegenwoordig nog wel rappen?

 Rap draait van oudsher om de flow. Een goede rapper, dat was iemand met een non-stop woordenstroom, een eindeloze golf waar je uren op kon surfen zonder het strand te bereiken. Neem Rico van Opgezwolle met ‘Hoedenplank’, een grote hit uit het eerste decennium van deze eeuw: 

Ja, ik ga hard, harder dan Flamman & Abraxas 
honderdduizend-Watt-woofer in de kofferbak (biatch)
klusjesmannen gaan naar Gamma en de Praxis
ik ga mijn gang, haal mijn gram voor spanning en actie

Een lange lap tekst tjokvol alliteraties, verrassende rijmvormen en woordspelingen; zo hoort het!

Vergelijk dat eens met ‘Ja’ van Bizzey, een van de meest gestreamde nummers van het afgelopen jaar en exemplarisch voor de hiphop van tegenwoordig.. De tekst gaat zo: 

Het antwoord op je vraag is: vies
Het antwoord op je vraag is: smerig
Het antwoord op je vraag is: ja 
Ja, ja, ja, ja

Dat surft lastig. Conclusie: Nederlandse hiphop staat er beroerd voor.

Niet bij het grofvuil

Maar wacht even. Waar komen die miljarden streams dan vandaan? Hoe kan het dat jonge rappers prominent op ieder festival staan en megazalen als Afas Live en Ziggo Dome uitverkopen? Misschien is het geen goed idee om een hele muziekstroming bij het grofvuil te zetten. Muziek van 2019 kun je beter niet bekritiseren met beoordelingsformulieren uit 2005 in de hand.

Bizzey weet heus wel dat hij geen fraaie volzinnen maakt. Dat probeert hij ook niet. In interviews geeft hij toe dat hij niet de beste rapper van Nederland is – in de haantjeswereld waarin hij verkeert een ongebruikelijke uitspraak. Hij vindt zichzelf overigens wel de beste muzikant. Toch een beetje last van grootheidswaan dus?

Het antwoord op die vraag is: nee. Of was Mondriaan een prutser omdat die vierkanten van hem in de verste verte niet op zonnebloemen leken? Je kunt net zo goed stellen dat het ontzettend knap is dat Bizzey zonder ingewikkelde rijmschema’s geweldig aanstekelijke tunes maakt. Een dj die om twee uur ’s nachts ‘Hoedenplank’ draait, veegt heel de dansvloer leeg. Dan liever ‘Ja’. Je hebt het in één keer doorgrond en toch wil je het keer op keer horen. Niet om het te ontrafelen, maar omdat het lekker klinkt. Omdat je er vrolijk van wordt.

Verslaafd aan autotune

Net als veel van zijn collega’s is Bizzey verslaafd aan autotune: muzieksoftware die is bedoeld om kleine oneffenheden in zangpartijen te corrigeren. Bij overmatig gebruik ontstaat een blikkerig geluid dat in trek is bij hedendaagse rappers, terwijl met name oudere hiphopliefhebbers ervan walgen. Hun bezwaren zijn eenvoudig te pareren door de vergelijking met de elektrische gitaar te maken. Niemand haalt het in zijn hoofd om de muziek van Sonic Youth af te serveren omdat de gitaren te hard galmen.

Natuurlijk kun je autotune lelijk vinden, maar dat heeft met smaak te maken en waarschijnlijk met gewenning. Het is niet per definitie goed of slecht. Wel is het te vaak een sausje dat lukraak over elk refrein gekwakt wordt. Andere stemeffecten worden ondertussen slechts mondjesmaat gebruikt. Daar ligt een flink stuk onontgonnen land.

Bij concerten is er de afgelopen jaren misschien nog wel het meest veranderd. Bizzey doet alles gewoon live, zoals we gewend zijn, maar enkele grote namen – onder wie Boef en Lil’ Kleine – rappen eenvoudigweg mee met hun eigen vocalen op een bandje. Alsof je naar een veredelde playbackshow staat te kijken. Tien jaar geleden zouden ze weggehoond zijn. Meezingen doe je in de kroeg, niet op een podium.

Charisma en energie

De shows van Boef en Kleine zijn desondanks geen aanfluiting. Wat ze aan muzikaliteit tekortschieten maken de rappers deels goed met charisma en energie. In die zin zijn ze vergelijkbaar met de vroege punkers. Je hoeft niet geweldig te kunnen spelen om een festivalweide om te toveren tot een wervelstorm van mensen die zo hard springen dat ze door de stofwolken het podium niet meer kunnen zien. 

Het lukt echt niet elke rapper om dat voor elkaar te boksen. Dat bleek toen de Amerikaanse grootheid A$AP Rocky op hiphopfestival Woo Hah zijn publiek om een moshpit verzocht met de overtuigingskracht van iemand die een pizza bestelt. Hoe populair hij ook is, er gebeurde niets. Ten overstaan van tienduizenden verveelde jongeren stond hij compleet voor schut.

En toch, en toch. Met meezingrap kún je een aardig feestje bouwen, maar werkelijk in vervoering raakt het publiek nooit. Op dat punt was het vroeger inderdaad beter.

In ieder mens schuilt een conservatief en nergens treedt die behoudzucht zo vroeg op als in de muzieksmaak. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de muziek uit je tienerjaren de rest van je leven favoriet blijft. Logisch dus dat je weinig dertigplussers bij hiphopconcerten van de nieuwe garde ziet. Toch zonde. Wie ervoor openstaat kan genoeg moois ontdekken. De onnavolgbare songstructuren van Ronnie Flex en Bokoesam; de ouderwetse lappen tekst van Cho en Snelle; de catchy zanglijnen van Jonna Fraser en Famke Louise.

Wat je er ook van vindt, één ding is zeker: de tieners van nu zullen over een jaar of vijf zeggen dat de hiphop in hun tijd beter was.

Ook deze rappers moet u kennen

Wie wil weten hoe autotune smaakvol kan klinken, moet als de bliksem op zoek naar S10. De rapper uit Hoorn heeft van zichzelf al een bijzondere stem, die de klank van Eefje de Visser combineert met de (on)vastheid van Bob Dylan. Het wringende randje dat erin zit, wordt dankzij de subtiel toegepaste autotune alleen maar scherper. Waar veel populaire liedjes zijn opgebouwd uit gerapte coupletten en gezongen refreinen, is het bij S10 nooit helemaal duidelijk waar die disciplines in elkaar overvloeien. Intrigerend.

We kunnen het niet over hiphop hebben zonder de producers te noemen. Yung Felix, Ramiks, Roselilah, Esko, Spanker, Krankjoram; zonder hun beats zou de huidige lichting rappers een stuk minder succesvol zijn. De populairste producer van deze generatie is zonder twijfel Jack $hirack. Hij kan aardig met de piano uit de voeten, maar invloeden van Chopin en Satie hoor je niet terug in zijn muziek. Een duidelijke signatuur hebben zijn producties niet; zijn grote kracht schuilt juist in de afwisseling. Hij voelt uitstekend aan waar het publiek op zit te wachten, zonder dat dat publiek het zelf weet. Geen wonder dat elke Nederlandse rapper met hem wil werken.  

Lees ook:

Waar komen al die rappers ineens vandaan?

Nederlandse hiphop is groter dan ooit. Maar wie doet ertoe in de scene? Muziekrecensent Klaas Knooihuizen geeft een korte cursus voor lezers die de draad kwijt zijn. Aflevering 1: waar komen al die rappers ineens vandaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden