BoekrecensieJ.M.A. Biesheuvel

‘Vroeger schreef ik’ van Biesheuvel is het product van de ‘goddelijke’ wil om de wereld naar zijn hand te zetten

 Maarten Biesheuvel. Beeld ANP Kippa
Maarten Biesheuvel.Beeld ANP Kippa

Ongebreideld fantastisch en schaamteloos als vanouds zijn de ‘gevonden’ verhalen van Maarten Biesheuvel.

Ongetwijfeld de meest bijzondere verteller uit de naoorlogse Nederlandse literatuur is J.M.A. Biesheuvel, die vorig jaar overleed. De laatste jaren schreef hij niet veel meer maar nu, na zijn dood, is er een bundel verschenen met ongebundelde, deels na zijn dood opgedoken verhalen met de passende titel: Vroeger schreef ik.

Biesheuvel is bij uitstek een romantische schrijver, niet alleen omdat veel van zijn verhalen in hun wijze van vertellen doen denken aan die van negentiende-eeuwse grootheden, van Heine tot Dostojevski, maar ook omdat het hoofdingrediënt in zijn verhalen zijn fantasie is. Overigens hanteert Biesheuvel een wel heel bijzondere, enigszins verknipte definitie van de romanticus; in het verhaal Het heelal als zandkorrel beschrijft hij zichzelf als de dromer, die staat tegenover zijn vrouw, de praktische Eva, de trouwe muze in veel van zijn verhalen: ‘Ik denk dat een waarachtige kunstenaar een melancholische kunstenaar is. Onder een romanticus versta ik iemand die een ander zijn wil tracht op te leggen, iemand die ook alleen maar doet waar hij zelf zin in heeft. Hij is dictator over zijn eigen doen en laten. Hij is de machtswellusteling tegenover zichzelf en kwelt zich tot het uiterst.’ En even verderop beschrijft hij hoe hij, net als God, de grauwe leegte om zich heen probeert te ­vullen.

Vroeger schreef ik is het product van die ‘goddelijke’ wil om de wereld naar zijn hand te zetten. Het bestaat uit deels autobiografische, deels absurd-fantastische verhalen, met ook wel een paar flauwe of idiote hersenspinsels ertussen, zoals ze eigenlijk in al zijn verhalenbundels wel voorkomen. Het is kortom Biesheuvel zoals we hem kennen, niet slechter en ook niet beter, en je vraagt je af waarom deze verhalen niet eerder gebundeld werden.

Zelden heb ik zo gelachen

Heel wat van die ongeveer vijftig, merendeels korte verhalen gaan terug op klassieke clichés uit de literatuur, zoals dat van de man die, op bevel van zijn vrouw, zijn huis steeds krankzinniger beveiligt, tot de hele boel in elkaar dondert: Piggelmee denkt de lezer. Of dat van de man die samenwoont met zijn onverdraaglijk goedhartige en charitatieve vrouw tot hij op zeker moment, uit afkeer, de benen neemt: ‘Diena geeft haar man een zoen. Het kost hem moeite om haar te kussen. Dan trekt hij de deur achter zich toe en loopt regelrecht naar een bordeel. Hij drinkt champagne met een heerlijk, verdorven, slecht en geil wijf. Ze is pas vijfentwintig. Het is een waagstuk.’ Hij overlijdt daar noodlottigerwijs en de politie beweert uit clementie met zijn echtgenote dat ze hem biddend bij een altaar hebben aangetroffen. Zelden heb ik om een verhaal, met zoveel opzichtige kitschelementen maar ook zo heerlijk verteld, zo gelachen als om dit De wethouder.

Ik denk dat Biesheuvels grootste kracht zijn literaire schaamteloosheid is. Als mens was hij bang en op sommige momenten psychotisch, maar als schrijver durfde hij alles en liet hij zijn fantasie voortdurend de vrije loop.

Bijvoorbeeld in het verhaal over weer een andere hoerenloper, een hoogleraar nota bene, die door zijn echtgenote met hoer en al in een huis wordt opgesloten, waar de vrouw zoveel voorwerpen baart dat ze allebei stikken. ‘Erikson werd wakker achter de warme billen van zijn vrouw in zijn eigen bed. Het was een droom, dacht hij opgelucht, nu doe ik het nooit, NOOIT weer.’ En juist die gemeenplaats van het verhaal als droom kenmerkt Biesheuvel, niemand anders zou zoiets durven opschrijven.

Unieke bron van verhalen

Ook kom je in deze verhalen de van hem bekende uitweidingen en zijpaden tegen, die zijn verhalen niet alleen iets authentieks maar ook iets ontregelends geven. Ik weet zeker dat hij alle ongeschreven regels voor goede en juiste vertellingen met voeten treedt. En zo krijgen we een kijkje in een ongebreideld en fantastisch brein, dat door de buitenwereld nogal eens voor gestoord werd gehouden maar dat voor de literatuur een unieke bron van verhalen was.

Opvallend in deze bundeling, ik was het althans van de klassieke Biesheuvel vergeten, is dat zijn verhalen zo divers zijn. Naast simpele anekdotes, bijvoorbeeld gebaseerd op zijn vroege ervaringen als ketelbinkie of als student, nachtmerrieachtige visioenen waarin niets te dol lijkt, zoals dat van de pianist in wiens pianobakjes om de vochtigheid te reguleren, op een dag minuscule konijntjes ontstaan. Of dat van die loodgieter die, uitgenodigd door sprekende mollen om hun ondergrondse wegennet te verbeteren waarna hij zich met moeite een weg door de aarde baant, als beloning een knikker krijgt.

Ik bedoel maar: in handen van Biesheuvel is de verbeelding eindeloos.

null Beeld
Beeld

J.M.A.Biesheuvel
Vroeger schreef ik
Brooklyn; 256 blz. €20

Lees ook:

Maarten Biesheuvel (1939-2020), een meester in absurd cynisme en surreële logica

Maarten Biesheuvel (81) schreef openhartig over zijn krankzinnigheid, in een licht surrealistische, ironische stijl. 

Schrijvershuis in Nederland is geen traditie.

 Te duur, te ingewikkeld, zegt directeur van het Literatuurmuseum Aad Meinderts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden