Review

Vroege christenen niet massaal voor leeuwen

De eerste eeuwen van het christendom zijn omgeven met allerlei traditionele vooronderstellingen. Een nieuw boek laat zien dat ze in het licht van het moderne historische onderzoek niet langer houdbaar zijn. Hieronder de toptien van de meest hardnekkige clichés.

Ton Crijnen

Wie een studie over de eerste eeuwen van het christendom opdraagt aan alle slachtoffers van de onverdraagzaamheid van diezelfde religie wekt niet de indruk van wetenschappelijke objectiviteit. Reden om argwanend aan het boek 'Van lammeren naar leeuwen' van Koert ter Veen te beginnen. Het valt mee. Ter Veen komt niet met nieuwe inzichten, maar hij geeft wel een leesbaar overzicht van datgene wat onderzoekers boven tafel hebben gebracht.

Op basis van een en ander valt er een toptien samen te stellen van oude misvattingen en nieuwe inzichten rond de ontwikkeling van het christendom in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan.

1) Het monotheïstisch karakter van het christendom vormde een voorname reden voor zijn aantrekkingskracht.

Onzin. Tal van andere religies binnen het Romeinse rijk, zoals de uit Syrië overgewaaide cultus van de Sol Invictus (de onoverwinnelijke Zon) en de in Noord-India en Perzië ontstane Mithrasdienst, waren ook monotheïstisch van inslag. Daar zat 'em de populariteit van het christendom niet in. Die berustte op de rechtlijnigheid van de boodschap, zijn (relatieve) vrouwvriendelijkheid en de georganiseerde zorg van christenen voor elkaar. Dat trok veel vrouwen en sociaal zwakkeren aan, maar ook intellectuelen die uitgekeken waren op de oude goden.

2) De groei van het christendom had in de eerste eeuwen een stormachtig karakter.

Er was veeleer sprake van een geleidelijke, maar gestage groei. Begin vierde eeuw maakten de christenen, naar schatting, nog steeds niet meer dan tien procent van de bevolking uit.

3) Het vroege christendom rekruteerde zijn volgelingen vrijwel uitsluitend uit de lagere klassen, vooral die op het platteland.

In werkelijkheid ontstond het christendom in de steden, Jeruzalem voorop, en had het de eerste drie eeuwen amper aanhang op het platteland. Het waren zeker niet alleen slaven en andere randgroepen die zich aansloten.

4) En het 'zaad der martelaren'?

Het feit dat christenen bereid waren omwille van hun geloof te sterven maakte weinig indruk op de niet-christenen. Die ergerden zich juist aan wat ze beschouwden als een zinloze doodsdrift.

5) Tot Constantijn het christendom legitimeerde was er in de drie eeuwen ervoor sprake van continue vervolgingen. Daarbij werden christenen massaal gekruisigd, onthoofd of voor de leeuwen geworpen.

Deze stelling mist elke grond. Onder moderne geleerden circuleren schattingen van ,,enkele honderden''

(R. Stark, 1996) tot ,,hooguit 20000'' (P. Trouillez, 2002). De vervolgingen, formeel begonnen onder keizer Nero (jaar 54), vonden ook niet continu plaats. In de periode 260-303 werd er al helemaal niet vervolgd. Vaak was er sprake van lokale of regionale oprispingen, meestal geïnspireerd door de behoefte aan sociale zondebokken. Ook leidde het weigeren om te offeren aan de staatsgoden -de reden om iemand op religieuze gronden te vervolgen- niet automatisch tot de doodstraf. Verbanning, degradatie (ambtenaren, militairen), geldboetes en dwangarbeid in de zoutmijnen kwamen ook regelmatig voor.

6) De christenen waren bereid de marteldood te sterven.

Zeker niet allemaal. Zo verzaakte bij de laatste vervolging, onder keizer Diocletianus en zijn opvolgers Galerius en Maximus, in bepaalde steden de hele christelijke bevolking haar geloof. Optatus van Milete schreef dat in Numidië (Noord-Afrika) de tempels te klein bleken om alle afvalligen in staat te stellen aan de staatsgoden te offeren. Die massaliteit was de reden dat men na afloop van een vervolging betrekkelijk gemakkelijk door de kerk in genade werd teruggenomen.

7) Nog al wat martelaren zochten vrijwillig de dood.

Dat werd hen niet door iedere medechristen in dank afgenomen. Zo maakte in 304 bisschop Mensurius van Carthago in een brief aan aartsbisschop Secundus van Numidië een paar martelaren uit voor suïcidale criminelen en verbood hij zijn gemeente respect te tonen voor degenen die zich vrijwillig bij de Romeinse autoriteiten hadden aangegeven.

8) Constantijn de Grote (306-337) verhief het christendom tot staatsgodsdienst.

Fout! Samen met zijn medekeizer Licinius, vaardigde hij in 313 op puur machtspolitieke gronden het Edict van Milaan uit. Daarbij kreeg het christendom de status van religio licita ('geoorloofde godsdienst'). Het had nu dezelfde rechten als de andere erkende religies binnen het rijk. Staatsgodsdienst werd het christendom pas in 392, onder keizer Theodosius I.

9) Constantijn redde het christendom van de ondergang.

Dat is zwaar overdreven. De relatief grote vervolgingen onder Diocletianus, Galerius en Maximus (3030-312) waren niet bij machte gebleken het christendom de das om te doen. Ze brachten de jonge kerk wel veel schade toe, maar het nieuwe geloof was inmiddels te diep in de Romeinse samenleving geworteld om nog uitgeroeid te kunnen worden.

10) De paus in Rome kreeg geleidelijk steeds meer gezag.

Het begrip 'paus' was in de eerste vier eeuwen onbekend. Men sprak over de 'bisschop van Rome'. Die ontwikkelde zich geleidelijk tot 'primus inter pares' (eerste onder zijns gelijken) van de bisschoppen in het Westen en Noord-Afrika. Zo werd bisschop Miltiades van Rome door Constantijn I benoemd tot voorzitter van een concilie tegen de donatisten. Een teken van het toegenomen morele gezag van de 'paus', maar tevens van zijn ondergeschiktheid aan de keizer.

Even opgewonden als Koert ter Veen zijn boek begint eindigt hij het ook. Out of the blue houdt hij ineens een filippica tegen het christelijke (?) Westen dat heden ten dage de Derde Wereld uitbuit. 'Met de haren erbij gesleept' heet dat in seculier Nederlands.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden