Schrijfster Gerda Blees kent de wetmatigheden van woongroepen van binnenuit. ‘Als je verbaal sterk bent, heb je meer macht.’

De woongroep

Vrije liefde, zweverige praat en soms een goeroe: de wetten van de woongroep

Schrijfster Gerda Blees kent de wetmatigheden van woongroepen van binnenuit. ‘Als je verbaal sterk bent, heb je meer macht.’Beeld Werry Crone

De woongroep inspireert filmmakers en schrijvers. Wat hebben zij te zeggen over deze geïsoleerde minisamenlevingen?

Schrijfster Gerda Blees was meteen gefascineerd toen ze in juni 2017 het bizarre nieuws hoorde. Een 62-­jarige bewoonster van de Utrechtse woongroep Contact & muziek was omgekomen door verhongering. De leden van de vierkoppige gemeenschap geloofden dat ze niet per se hoefden te eten; ze zouden kunnen leven op louter licht, lucht en liefde.

De bewoners die het hongerexperiment overleefden, onder wie een zus van het slachtoffer, werden enkele dagen vastgezet op verdenking van dood door nalatigheid. Ze hadden geen arts gebeld toen hun vermagerde huisgenote sterk achteruitging. Maar wegens gebrek aan bewijs kwam het nooit tot vervolging.

Dwaling van een hongergoeroe

Blees, die zelf ook in een woongroep woont, raakte dermate geïntrigeerd door het drama dat ze er een indrukwekkende debuutroman over schreef. ‘Wij zijn licht’, een fictieve reconstructie, is zojuist gepubliceerd. De schrijfster baseert zich op krantenberichten en andere concrete bronnen, maar maakt er haar eigen verhaal van. Ze heeft bewust alle namen veranderd. Zo heet woongroep Contact & muziek in haar roman Klank & Liefde.

De schrijfster wil vooral verklaren hoe de bewoners zover konden meegaan in de dwaling van een hongergoeroe. “Ik heb de afgelopen tien jaar in verschillende woongroepen gewoond”, vertelt ze in een video-interview. “Ik was nieuwsgierig hoe deze ene groep zo heeft kunnen ontsporen. Wat voor dynamiek heerste daar? Wat voor wisselwerking was er tussen de personen? Toen dit speelde, woonde ik zelf in woongroep Sandwijck in De Bilt. Ik weet nog dat we er grapjes over maakten, zo van: ‘Pas maar op, straks word jij ook aangehouden voor nalatigheid!’ Terwijl het natuurlijk heel pijnlijk was.”

In haar boek heeft Blees de bewoners bewust niet weggezet als gekkies. Daar vindt ze de zaak ‘te complex’ voor. Ze schetst haar personages als kwetsbare mensen, beschadigd door het leven. Petrus, Muriël en ook Elisabeth, die overlijdt, zijn afhankelijke individuen die verder nergens terechtkunnen. Groepsleidster Melodie maakt daar handig ­gebruik van. Zij biedt troost, maar trekt haar huisgenoten tegelijk manipulatief achter zich aan, het fatale pad op. Melodie lijkt dit te doen met de beste bedoelingen en vanuit een oprechte overtuiging. Uiteindelijk zitten de bewoners ’s nachts passief toe te kijken hoe Elisabeth het aardse bestaan ‘loslaat’. Maar zijn ze daarmee schuldig? “Ik zou het zelf niet weten”, zegt Blees. “Lezers mogen hun eigen conclusies trekken. Ik geef alleen verschillende perspectieven.”

Geitenwollensokken

Dat laatste mag je heel letterlijk nemen: Blees heeft gekozen voor een literaire vorm waarin ze elk hoofdstuk een eigen perspectief geeft. Ze schrijft onder meer vanuit de ouders van Elisabeth, een raadsvrouw en de buren, maar ook vanuit ongebruikelijke toeschouwers als geitenwollensokken, het plaats delict en zelfs een sinaasappelgeur in het politiebureau. Deze ingenieuze benadering heeft vaak een geestig effect, bijvoorbeeld als Muriël in de cel voor het eerst weer brood te eten krijgt. De volkoren boterham die voor haar ligt, beklaagt zich erover dat hij in het verdomhoekje is beland door het gezeur over gluten. Hij verlangt er hevig naar om door Muriëls inwendige te worden vermalen en gekneed.

“Ik wilde vanuit verschillende invalshoeken schrijven om open en genuanceerd naar de zaak te kijken”, legt Blees uit. “Eerst dacht ik alleen aan menselijke perspectieven, maar tijdens een boeddhistische retraite realiseerde ik ineens dat de wereld nog veel meer dimensies heeft. Later zag ik dat Orhan Pamuk in ‘Ik heet Karmozijn’ geschreven heeft vanuit de kleur rood. En Richard Powers vertelt in ‘The Overstory’ vanuit bomen. Ik wilde het er ook eens op wagen en kijken waar ik mee weg zou komen.”

Verbaal sterk  = meer macht

De genuanceerdheid van het boek is niet alleen te danken aan de vele perspectieven, maar ook aan de ervaring die Blees zelf met woongroepen heeft. Zij kent de wetmatigheden in zulke gemeenschappen van binnenuit. Het fictieve Klank & Liefde toont een extreme uitvergroting van mechanismen die je in vrijwel elke woongroep kunt waarnemen, legt ze uit.

Neem de formule van één leider met een stel volgelingen. “Het ideaal van de meeste woongroepen is dat iedereen evenveel inbreng heeft”, zegt Blees. “Maar in de praktijk is dat niet helemaal zo. Veel beslissingen worden genomen in vergaderingen. Als je verbaal sterk bent, heb je automatisch meer macht. Je ziet altijd dominante en minder dominante types. In de roman heerst het ideaal van gelijkwaardigheid ook, maar de uitvoering is minder gelukkig.”

Nog zo’n kenmerk: zweverige praat. De personages in ‘Wij zijn licht’ grossieren in uitdrukkingen als ‘jezelf openstellen’, ‘in je weerstand zitten’ en ‘er mogen zijn’. “Gemiddeld zijn woongroepbewoners inderdaad wat alternatiever en meer bezig met zelfontwikkeling en spiritualiteit”, beaamt Blees. “Maar de woongroepen waar ik in heb gewoond, waren daar juist wars van. Al moet ik wel zeggen dat ik in mijn huidige woongroep een keer heb voorgesteld om aan het begin van elke vergadering iedereen te laten vertellen hoe hij zich voelt. Dat doen we sindsdien altijd, en het heeft een nuttige functie.”

Geen seksparadijs

Een andere kwestie: vrije liefde. Woongroepen hebben de reputatie van seksparadijs, maar in de roman van Blees vind je daar niets van terug. De liederlijkheid gold misschien voor groepen uit de jaren zestig en zeventig, maar huidige groepen zijn vooral geworteld in de jaren tachtig, het tijdperk van de kraakbeweging – en toen was ongebonden erotiek alweer passé.

En dan tot slot het pijnlijkste punt: zijn woongroepen extra gevoelig voor goeroes? Nee, juist niet, meent Blees. “In woongroepen wonen mensen met heel verschillende of zelfs tegenovergestelde overtuigingen. Je vindt elkaar in het samenleven. Maar als ik zie hoe de woongroep uit mijn roman tot stand is gekomen, dan verbaast het me niet dat het daar is misgegaan. Het begon met een weekje therapie voor kwetsbare mensen, ergens in de bossen. Zo’n selectie is gevaarlijk. Ik ben zelf boeddhist, maar ik zou niet graag in een woongroep met alleen boeddhisten zitten. Een gedeelde ideologie of religie leidt denk ik sneller tot blinde vlekken.”

De oorspronkelijke woongroep Contact & muziek bestaat nog steeds en wordt nu gevormd door twee bewoonsters van het eerste uur. Blees schreef hun een brief toen het boek klaar was; vóór die tijd wilde ze vrij zijn om haar eigen verhaal te bedenken. De bewoonsters blijken het boek niet te willen lezen. “Ze zijn bezorgd over hoe ze overkomen”, zegt Blees. “Dat begrijp ik wel, al heb ik mijn best gedaan om een genuanceerd verhaal te schrijven. Maar ik kan me ook voorstellen dat ze na alle media-aandacht geen zin hebben om die dramatische gebeurtenis op te rakelen.”

Gerda Blees, ‘Wij zijn licht’, uitgeverij Podium, 224 blz., € 21 .

Woongroepfilms met knäckebröd

Kollektivet
In ‘Kollektivet’ (‘The Commune’, Denemarken, 2016) erven de echtelieden Erik en Anna een groot landhuis, maar hebben ze geen geld om de stookkosten van het pand te dragen. Daarom beginnen ze er een commune. Hun huwelijk is toch wat uitgeblust; de reuring van andere bewoners kan heilzaam uitpakken, hoopt Anna. Maar het is midden jaren zeventig, de vrije liefde grijpt om zich heen. Waar aanvankelijk Erik de kwetsbare partij lijkt omdat hij over zich laat lopen, is het gaandeweg juist Anna die de rekening gepresenteerd krijgt. Het verhaal komt wat kabbelend op gang, maar na verloop van tijd gaat het stevig knetteren. De film laat pijnlijk zien dat een groep niet altijd helpt tegen eenzaamheid en dat idealen als gelijkheid en vrijheid lastig zijn vol te houden als je ze tot het uiterste doorvoert.

Tillsammans
Ook de film ‘Tillsammans’ (‘Together’, Zweden, 2000) speelt in de jaren zeventig, ditmaal in een al bestaande woongroep. De pas gescheiden Elisabeth komt nieuw binnen, mét haar twee kinderen. Ze stuiten op openlijk naakt, vrije seks, drugs, politiek gemotiveerd lesbianisme en heftige discussies. Een walhalla van onbeperkte vrijheid, maar de vrijheid van de een schaadt vaak die van de ander. De spanningen lopen dan ook op, vooral bij de softe groepsleider, Elisabeths broer Göran. Die heeft er steeds meer moeite mee dat zijn vriendin Lena aan de lopende band vreemdgaat. Een uitbarsting kan niet uitblijven. Ondertussen missen Elisabeths kinderen hun vader en de veilige regelmaat van het gezinsleven. De film is een hilarische parodie op hippie-achtige woongroepen, maar zeker geen pleidooi voor burgerlijkheid. Het conservatieve gezin náást de woongroep kent namelijk minstens even grote problemen. Uiteindelijk lijken de kinderen de enigen die de menselijke maat kunnen terugbrengen.

De gedeelde keuken is goor in de woongroeproman

De vrouwenvanger
Het leven van de 10-jarige Lola in ‘De vrouwenvanger’ is nagenoeg perfect. Ze leeft in een groot landhuis samen met haar vader en moeder, die zielsveel van haar én elkaar houden. Oké, de moestuin is verwilderd en aan het huis moet nodig geklust. Maar Lola geniet van haar chaotische moeder, met wie ze soms een hele rol biscuitjes met chocoladepasta opeet. Met haar vader speelt ze spelletjes schaak.

Aan deze idylle komt een eind als de charismatische, rechtlijnige Markus met zijn gezin bij hen intrekt. Het huis is groot genoeg, maar algauw neemt Markus wel erg veel ruimte in – ook in de hoofden van Lola en haar ouders. Hij vindt dat ze zelfvoorzienend moeten zijn, alleen natuurlijke producten mogen eten en keihard moeten werken, de kinderen incluis. Met hem verdwijnen alle plezier en chocoladekoekjes.

Wat maakt Markus zo onweerstaanbaar? Wat krijgen zijn volgelingen terug voor hun volgzame gedrag? Dat maakt schrijfster Mariëtte Haveman niet helemaal invoelbaar, als lezer denk je halverwege: gooi die man er toch uit. Maar het boek is wel mooi beeldend geschreven, het huis en zijn bewoners krijgen sfeer, nuance en kleur. En spannend is het ook: drijft deze leider Lola en haar ouders voorgoed uit elkaar?

De woongroep
Na het succes van ‘Dorsvloer vol confetti‘ oogstte Franca Treur met ‘De woongroep’ meer kritiek. Sommige critici konden niet goed uit de voeten met deze satire met slapstickachtige trekken – totaal anders dan Treurs debuutroman. Ze vonden de taal kleurloos of de toon onvast, al schreef Trouw-recensent Rob Schouten dat deze ‘hedendaagse zedenroman’ leest als een trein. 

Hoofdpersoon is Elenoor Jansen, 28 jaar oud, freelance contentmanager van beroep. Ze vindt haar eigen leven niet bijster interessant. “Als ik mijzelf googel, krijg ik alleen mijn eigen website. Snap je wat ik bedoel? Alsof het er niet toe doet dat ik besta.” 

Met haar vriend Erik is ze hard op weg naar huisje-boompje-kindje, maar is dit alles? Als ze een plek in een woongroep krijgt aangeboden, grijpt ze haar kans: nú gaat het gebeuren. Nu gaat ze zich inzetten voor een betere wereld, al heeft ze geen idee hoe die eruit moet zien.

Dat weten haar nieuwe huisgenoten ook niet, blijkt al gauw. Hun acties zijn ongericht en ondoordacht en worden nauwelijks opgemerkt. Treur schmiert erop los, laat geen enkel woongroepcliché liggen: bewoners zijn links en zogenaamd idealistisch, maar in werkelijkheid geldzuchtige opportunisten. En de gedeelde keuken is natuurlijk ontzettend goor.

Mariëtte Haveman, ‘De vrouwenvanger’, Cossee, 2010, 255 blz. | Franca Treur, ‘De woongroep’, Prometheus, 2014, 338 blz., € 19,99.

Lees ook:

De woongroep is terug in Amsterdam: ‘We willen geen winst, we willen gewoon een thuis’

De gemeente Amsterdam grijpt naar een woonklassieker uit de jaren zeventig om het tekort aan betaalbare huurwoningen op te lossen: de woongroep. Over twintig jaar moet 10 procent van alle Amsterdamse woningen in bezit zijn van zogeheten wooncoöperaties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden