Review

Vreemdeling in eigen land, in eigen ziel

Anton Quintana: 'Het boek van Bod Pa', 291 p, Querido, ¿ 34,90, vanaf 14 jaar; 'Padjelanta', vanaf 13 jaar, verscheen in een herdruk als Jeugdsalamander bij Querido.

(..., wrevelig) 'Op die manier kan alles wel bestaan.'

'Als je dat maar weet.' ''

Over dit stukje dialoog kun je heel wat weg peinzen. Het komt uit een gesprek tussen een sjamaan en zijn leerling, ergens in Centraal-Azië, ten tijde van Marco Polo, en staat in de nieuwe roman van Anton Quintana (1935) 'Het boek van Bod Pa'. Meer dan ooit bij Quintana is het een weerbarstige kluif waarvoor je, ook als volwassen lezer, de tijd moet nemen. Voortdurend geeft hij via zijn hoofdpersoon, de blinde dwerg/sjamaan/dichter/zwaardvechter Bod Pa, denkstootjes die de lezer op het verkeerde been zetten en uitdagen om niet alleen met verstand te lezen, maar ook met intuïtie.

Nu weet je bij Quintana ongeveer wat je kunt verwachten: zonder plichtplegingen gaat hij meteen de diepte in, met ruige verhalen over verschoppelingen die in de eenzaamheid van de natuur zichzelf trachten te vinden. Het overleven in extreem moeilijke omstandigheden werkt daarbij als vuurproef voor het leven. Dat was het geval in 'Padjelanta' (1973), waarin een Zweedse student in zijn eentje overwintert op de toendra van Lapland. En ook in 'De bavianenkoning' (Gouden Griffel 1983), waarin een zoon van een Kikuju-vrouw en een Masaï-man door beide stammen wordt uitgestoten en zich in de jungle ten slotte waarmaakt als leider van een troep bavianen.

In 'Het boek van Bod Pa' gaat Quintana verder. Zonder een greintje modieuze 'new-agerigheid' verbindt hij aarde en hemel, natuur en bovennatuur, tot een soms zinnenbegoochelende wirwar van tegenspraken. Opnieuw gaat het om de vraag 'Wie ben ik?', maar nu in ruimer verband: spiritueel, magisch en filosofisch. Hoogdravend wordt het echter nooit: de levensbeschouwing van Bod Pa is zo aards als een paardevijg, doorspekt met humor, en even platvloers als diepzinnig.

Bod Pa is een ongrijpbaar personage: een sjamaan, maar zonder de tekenen van waardigheid die in zijn tijd gebruikelijk waren: kettingen met muizeschedeltjes, bosjes gras, vogelklauwtjes en -veren. Wel wordt hij overal vergezeld door een raaf en een wolf. Hij is een blinde dwerg die iets duivels heeft, een mismaakte, 'aardappelkabouter' die vaak dronken is. Hij heeft wat van een trickster: een bemiddelaar tussen goden en mensen, met bovennatuurlijke gaven, genezer èn oplichter.

De sjamaan is ontboden door de vader van Perregrin, een herdersjongen van een jaar of veertien, wiens gebroken been maar niet goed wil genezen. Aanvankelijk wil Perregrin niets te maken hebben met Bod Pa; maar geleidelijk wint de sjamaan zijn vertrouwen. Hij wordt Perregrins goeroe, al geeft de jongen zich nooit geheel gewonnen. Perregrin wordt door Bod Pa hardnekkig Pelgrim genoemd: vreemdeling in eigen land, zoeker in eigen ziel.

Risico

Illustratief voor de werkwijze van Bod Pa is het begin: Perregrin moet met zijn zwakke been in een 30 meter hoge populier met gladde stam klimmen ('het leven is niets waard zonder een beetje risico') om een jonge kauw uit zijn nest te halen. Bod Pa breekt vervolgens beide pootjes van het beestje. Dan moet Perregrin het terugleggen. Door de kruiden van de oudervogels zal het beestje genezen. Op het moment dat het jong uitvliegt, moet Perregrin het neerschieten, want 'wie die vogel eet, eet ook alle kruiden die zijn poten genezen hebben.'

Ze gaan op pelgrimstocht zonder te weten waarheen. Dat levert wijsheden op als: 'De zin van het leven willen begrijpen, dat is de wind in een doosje willen doen.' 'Zo weet ik er nog wel een paar,' antwoordt Perregrin dan die - en met hem de lezer - soms geïrriteerd raakt door al dat diepzinnig gegoochel met woorden, waardoor Bod Pa zichzelf voortdurend relativeert.

Via de gesprekken hoor je ook iets over het mysterieuze verleden van Bod Pa: hij en Perregrins vader waren makkers in de strijd in het verre land Nod, richting Mesopotamië, het 'land achter Gods rug' waar de kinderen van Kaïn wonen: verdoemden dus, waar God niet naar omkijkt, en die alleen nog voor hun wrok leven.

Ga er maar aan staan.

Bod Pa blijkt dus de bijbel te kennen, een mooi verhalenboek volgens hem, dat over een halve eeuw ook wel 'hier', in Centraal-Azië, bekend zal worden. Het was bedoeld als ideeënboek, 'maar bij gebrek aan ideeën hebben ze er maar een wetboek van gemaakt'. Zo mengt Quintana in dit boek noties uit het christendom met sjamanisme en natuurgodsdienst. 'Het boek van Bod Pa' zou ook 'De leringen van Bod Pa' genoemd kunnen worden. En de belangrijkste lering van Bod Pa is dat waarheid en leugen, heiligheid en sluwheid, lelijkheid en schoonheid geen tegenpolen zijn, maar elkaar doordringen. De grootste wijsheid is de kennis der dwaasheden, zegt Bod Pa ergens. En hem, de lelijke, blijft alleen de schoonheid over om in te geloven.

Voorzover Bod Pa een afsplitsing is van de schrijver, komt dat ook in de stijl van het boek tot uiting: 'Het boek van Bod Pa' is prachtig geschreven, poëtisch, maar ook in dagelijkse spreektaal. Ondanks die eenvoudige woorden laat het zich echter niet gemakkelijk in z'n volle betekenis veroveren. Het is compact, en tegelijkertijd soms treiterig-wijdlopig. Maar zoals Perregrin in het begin tijdens een hallucinatie een liedje niet alleen kan horen, maar ook proeven en ruiken, zo kan de lezer de overweldigende Aziatische natuur uit 'Het boek van Bod Pa' zien, voelen en ruiken. Zo prikkelt Quintana het denken, maar streelt hij de zinnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden