levenslessen

Voordat Patrick Nederkoorn aan deze cabaretshow begon dacht hij nog positief over zijn tijd als raadslid

Cabaretier Patrick Nederkoorn. Beeld Merlijn Doomernik

Het verkiezingscircus draait op volle toeren en de voorstelling waarmee cabaretier Patrick Nederkoorn (35) door het land toert, is daarom heerlijk actueel. In ‘Ik betreur de ophef’ blikt hij terug op zijn soms pijnlijke periode als piepjong raadslid in Amersfoort.

1 Je bent niet de enige en het gaat voorbij

“Mijn broers zijn acht en elf jaar ouder, ik ben een nakomertje. De theorie over nakomertjes is geloof ik dat je, omdat je in een wereld terechtkomt die al bestaat, een beetje moet schreeuwen om je positie te verwerven. En schreeuwen deed ik: thuis aan tafel had ik het hoogste woord, en ik liep vaak verkleed door de buurt met pakjes aan en hoedjes op. Tijdens culturele avonden van de middelbare school was ik degene die op het podium stond en ik wilde in de klas graag de grappigste zijn - ik deed erg mijn best om opgemerkt te worden.

Tegelijkertijd was ik ook heel gesloten en echte vriendschappen ontstonden pas later, na de middelbare school, omdat ik toen besefte dat ik bepaalde mensen in mijn leven wilde houden. De overgang van school naar studeren vond ik enorm groot, ik verloor mijn zekerheden: ik raakte mijn geloof kwijt en ik had op de universiteit niet meer die heldere positie zoals op school. Mijn oud-lerares Nederlands zei in die voor mij sombere periode: ‘Je zult er nu nog niet zo veel aan hebben, maar onthoud twee dingen: je bent niet de enige en het gaat voorbij’. Dat vond ik zo mooi en zo’n erkenning: je mág je rot voelen en je hoeft jezelf de put niet uit te praten als die donkerte nog niet voorbij is.”

2 Wijsheid valt niet samen met je opleidingsniveau

“Ik ben een zoon van een verwarmingsmonteur en een ziekenverzorgster. Toen ik op het vwo zat, was er een moment waarop ik dacht: nu ben ik mijn ouders qua kennis voorbij en kan ik de dingen die ik leer niet meer met ze delen. Dat zorgde voor afstand. Later, op de theateracademie, maakte ik een hautaine voorstelling waarin ik gênante dia’s liet zien van onze vroegere vakanties met de caravan. Ik koos expres de onelegantste dia’s uit van mijn ouders, in lelijke kleren en met afwezige blikken. Maar het punt is als je net met theater begint: je ouders en je familie zijn de enige mensen die in de zaal zitten. En mijn ouders hadden weer vrienden meegenomen, omdat ze dachten: goh leuk, een voorstelling van Patrick.

Ondanks dat ik bewust een voorstelling had gemaakt waarin ik vrij wilde zijn in wat ik kon vertellen, wachtte ik heel zenuwachtig hun reactie af. Mijn moeder belde me de volgende dag op: ‘Luister, je mag best een voorstelling over ons maken. Iedereen heeft ouders en dat snap ik ook wel, maar maak dan wel een góede voorstelling’. Dat vond ik van zo veel wijsheid en zelfspot getuigen - ik besefte: zij zijn veel wijzer dan ik.”

3 De ander heeft ook zijn eigen waarheid

“Mijn studie politicologie vond ik maar matig interessant. Toen er op Teletekst een advertentie voorbijkwam waarin om raadsleden voor de lokale partij Jouw Amersfoort werd gevraagd, ging het me er vooral om of ik door zo’n sollicitatieprocedure zou komen. Maar naarmate ik langer in de gemeenteraad zat, vond ik de dynamiek en het spel van de politiek - hoe je dingen voor elkaar krijgt - steeds spannender worden.

Zo wilde ik bijvoorbeeld dat er een dyslexie-bus met de allerbeste leraren langs scholen zou gaan rijden, zodat dyslectische kinderen niet meer heen en weer hoefden te reizen voor extra ondersteuning. Ik was in de volle overtuiging dat dit moest gebeuren, en toen mensen in de raadsvergadering het niet met me eens waren, ontstond er bij mij kortsluiting - zoals je in de Tweede Kamer ook wel bij Thierry Baudet ziet gebeuren - en begon ik te roepen: ‘Jullie interesseren je ook totaal niet voor kinderen met dyslexie.’ Waarna de hoon die ik over me heen kreeg natuurlijk nog veel groter werd.

Patrick Nederkoorn Beeld Merlijn Doomernik

Pas tijdens mijn master in Tilburg, waarbij ik het christendom en de islam in Nederland bestudeerde, leerde ik dat je vol overtuiging van je eigen waarheid kunt zijn, maar dat de ander zijn eigen waarheid heeft. En dat de waarheid van een ander ook leuk is, omdat je zo tot nieuwe inzichten kunt komen - als je daar open voor staat, tenminste. Mijn gereformeerde oma lukte dat niet, zij kon me niet feliciteren met mijn scriptie omdat ik mezelf in verzoeking had gebracht door op een katholieke universiteit de islam te bestuderen.”

4 Wees je bewust van je eigen dominantie

“Op mijn 25ste deed ik vanuit de Wereldwinkel mee met een uitwisseling naar Kenia. Ik werd gekoppeld aan de Keniaan Justus, die een paar jaar ouder was dan ik en al twee kinderen had. Toch was het in onze dynamiek zo dat ik alles bepaalde, en dat vond ik volkomen vanzelfsprekend. Sterker nog, ik had hem op de voorlaatste dag geld gegeven en erbij gezegd dat hij dat geld moest gebruiken voor de school van zijn kinderen. De volgende dag stond zijn hele huis vol met zakken rijst. Wat krijgen we nou, zei ik, dat geld was toch voor school? Ja, zei hij, maar weet jij wat de shilling volgende week waard is? Nee, dat wist ik natuurlijk niet.

Een paar maanden later kwam Justus naar Nederland en dacht ik: nu ga ik hem laten zien dat het hier de hemel op aarde is. Na anderhalve week was hij helemaal overstuur. En ik dacht: o je, hij wil hier blijven, hij gaat de illegaliteit in. Maar het bleek dat hij naar huis wilde omdat hij het hier zo eenzaam en kil vond. Het was nooit in mij opgekomen dat hij terug wilde naar de plek die ik als primitief had ervaren - ik had hem door mijn dominantie niet serieus genomen en steeds gedacht dat ík de bevoorrechte was.”

5 Een regisseur is onmisbaar

“Bij een cabaretvoorstelling is de regisseur een soort medemaker. Pieter Bouwman, de regisseur van mijn laatste voorstelling ‘Ik betreur de ophef’, een terugblik op mijn tijd als raadslid, zat er vanaf het allereerste begin bij en luisterde naar mijn teksten, bevroeg me op mijn waarachtigheid en intentie en dacht mee waarover ik verder zou kunnen schrijven. Pieter keek heel secuur of hij geloofde wat ik zei.

Ik denk dat iedere maker zijn eigen valkuil heeft, en mijn valkuil is dat ik mezelf soms buiten schot probeer te houden door erboven te gaan staan en vanuit een veilige positie dingen wil roepen. Toen ik deze voorstelling ging maken, had ik bijvoorbeeld het idee dat ik het destijds als raadslid best goed gedaan had. Ik liet Pieter fragmenten horen over wat ik in raadsvergaderingen had gezegd, waarop hij zei: ‘Maar hoor je wat je zegt? Schaam je je niet?’

Patrick Nederkoorn Beeld Merlijn Doomernik

Een pijnlijk voorbeeld is dat er nu toegang betaald moet worden voor natuurgebied Henschotermeer, en ik daar als raadslid nooit tegen heb geprotesteerd. Ik was het vergeten, maar ik heb zelfs in een raadsvergadering gezegd: ‘Vanuit D66 zijn er geen vragen, we zijn het ermee eens’. Pas tijdens het maken van deze voorstelling ben ik me hiervoor gaan schamen, omdat ik mezelf - net als de meeste politici - altijd heb gezien als iemand die het goed bedoelde. Desondanks kun je toch in een politiek systeem meegaan en dingen doen die niet goed zijn. Maar blijkbaar onthield ik liever de beste versie van mezelf, en het is goed om die versie overhoop te halen.

Hoe minder ik een rol probeer te spelen, hoe makkelijker ik het vind om iets te vertellen - ik probeer mezelf in de voorstelling af te pellen en niet meer die opgepompte persoon te zijn. Inmiddels vind ik het fijn als ik aandacht krijg op basis van wat ik daadwerkelijk doe, in plaats van op basis van geschreeuw.”

6 Neem af en toe gas terug

“Oud-politici vind ik eigenlijk een vervelend slag mensen. Ik erger me eraan dat wanneer ze niet meer in het politieke systeem zitten, ze ineens weten ‘hoe het zit’. Maar ik snap ook hoe het komt, want als je nog in dat politieke systeem zit, draait alles om jouw positie en ben je heel bang om je kwetsbaar op te stellen. Bang om zelf de bananenschillen neer te leggen waarover je kunt uitglijden, terwijl ik ervan overtuigd ben dat dat juist niet gebeurt. Want als je excuses maakt - en dus kwetsbaar bent - toon je zelfinzicht en sla je de ander daarmee de wapens uit handen.

Patrick Nederkoorn Beeld Merlijn Doomernik

Door de manier waarop we de politiek hebben ingericht, is er veel spreektijd maar weinig stiltetijd - er is in de politiek geen mogelijkheid om te detoxen. Ik denk dat je daardoor als politicus ook niet in staat bent om in grote lijnen te denken of aan reflectie toe te komen. In mijn voorstelling heb ik het over het Dunning-Krugereffect: het zijn vaak de incompetente mensen die hun eigen kunnen overschatten en zich bovengemiddeld competent wanen die de politiek in gaan. En mensen met veel zelfinzicht zullen juist minder snel geneigd zijn politiek te bedrijven.”

7 Je mag er zijn zoals je bent

“Een paar jaar geleden kwam mijn puberneefje bij me langs en hadden we het over blowen. Hij bleek wiet bij zich te hebben, en onmiddellijk voelde ik een sensatie: kijk mij eens die leuke, stoere oom zijn die samen met zijn neefje een joint gaat roken. Intussen kon ik zo’n joint niet eens draaien, moest ik steeds kuchen en ging die joint ook nog eens de hele tijd uit. We deden een spelletje waardoor het erop neerkwam dat ík steeds een hijs moest nemen van die joint, en ik werd zó misselijk.

Het personage dat ik zelf had gecreëerd - de stoere oom - kon ik niet meer volhouden: ik moest overgeven in de badkamer en dat had mijn neefje natuurlijk ook gehoord. Mijn neefje was in control en gealarmeerd en dat vond ik ongemakkelijk: ik wilde hem mijn huis uit hebben zodat ik mijn roes kon uitslapen. Nadat ik veertien uur later wakker werd, had ik zeker twintig gemiste oproepen. Van mijn bezorgde neefje. Heel lief, maar ik voelde me zo sneu. De volgende keer dat ik hem zag, was ik diep gegeneerd. Wat bleek: hij wilde niet met mij omgaan omdat ik zo’n leuke, stoere oom probeerde te zijn, maar omdat hij mij aardig vond - daar hoefde ik niets speciaals voor te doen. Dat ontroerde me.”

Over Patrick Nederkoorn

Patrick Nederkoorn (1983) is cabaretier en theatermaker. Hij studeerde politicologie in Amsterdam, deed een master theologie en religiewetenschappen en ging daarna naar de Koningstheateracademie in Den Bosch. Van 2006 tot 2014 was hij actief als raadslid in de gemeente Amersfoort, eerst voor Jouw Amersfoort en later voor D66. Momenteel speelt Nederkoorn samen met Jan Beuving de voorstelling ‘Leuker kunnen we het niet maken’ en vanaf mei toert hij weer door het land met zijn derde soloprogramma ‘Ik betreur de ophef’, een cabaretvoorstelling over liefde en politiek. Ook is hij columnist voor de radioprogramma’s ‘Met het oog op morgen’ en ‘Spijkers met koppen’.

Nederkoorn is als uitvoerder van het lied ‘Die geur’ samen met Jan Beuving (tekst) en Tom Dicke (muziek) genomineerd voor de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van 2018 - de winnaar is 14 april bekend.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden