TentoonstellingKunsthal

Voorbij de gemakzuchtige kostuumtentoonstelling: in de Kunsthal is de innige relatie tussen kunst en popmuziek te zien

Rutherford Chang, ‘We Buy White Albums’. Te zien in Kunsthal Rotterdam op de tentoonstelling Black Album, White Cube.Beeld Rutherford Chang

In de Kunsthal is te zien hoe popmuzikanten en beeldend kunstenaars elkaar beïnvloeden en inspireren. 

Iedere bezoeker wordt aan de keurende blik onderworpen van een legertje uitsmijters en doorbitches aan het begin van de tentoonstelling ‘Black Album, White Cube’. De extravagante types, streng zwart-wit gefotografeerd, voeren bij de hippe Berlijnse technoclub Berghain een strikt deurbeleid. Hier in de Kunsthal mag natuurlijk iedereen naar binnen voor een tentoonstelling over de innige relatie tussen beeldende kunst en popmuziek. Die is soms flirterig, dan weer zakelijk of inspirerend. Kunstenaars hebben zich de afgelopen decennia laten meevoeren op muziek, muzikanten hebben kunstenaars ingeschakeld voor albumhoezen, portretten en videoclips.

Na het wat kille onthaal belanden we in een vertrouwde ouderwetse platenzaak – bakken vol elpees en twee draaitafels met koptelefoons. Bezoekers mogen, met de nodige ontsmettingsmiddelen, de naald op een plaat zetten en luisteren. Bij nadere beschouwing valt op dat er maar één album wordt verkocht: ‘The White Album’ van de Beatles. Honderden exemplaren staan er. In neonletters aan de wand is ook nog eens te lezen: ‘We buy White Albums’. Kunstenaar Rutherford Chang wil zoveel mogelijk exemplaren in zijn uitdijende kunstwerk opnemen. Hier in de Kunsthal worden er weer 375 toegevoegd.

Rutherford Chang, We Buy White Albums. Beeld Rutherford Chang

Kunstenaar Richard Hamilton, die het concept van de witte hoes in 1968 bedacht, wilde dat luisteraars hun ­eigen ideeën en beelden konden loslaten op dit witte ‘canvas’. En dat deden ze: de hoezen zijn vaak vol gekrast. Soms door geïnspireerde fans, maar ook heel prozaïsch: op één ervan staat een boodschappenlijstje. En ze zitten vol met kringen van wijnglazen en andere vlekken.

Momentopname

Naast de platenzaak, in een zwart-witte kubus, staat de tegenhanger van de Beatlesplaat veilig in een vitrine: ‘The Black Album’ van Prince. Deze ­elpee werd in 1987 vlak voor de uitgave teruggetrokken door de zanger. Een half miljoen kopieën werd vernietigd. Slechts honderd albums bleven bewaard en die werden natuurlijk goud waard. Het verhaal gaat dat Prince het album niet goed genoeg en te negatief vond. De muziek liet zich niet tegenhouden: duizenden illegale kopieën vonden hun weg naar de fans.

Beide kunstwerken, de bakken vol witte albums en de zwarte elpee in de vitrine, maken duidelijk wat het verschil is tussen beeldende kunst en popmuziek, zegt Max Dax, de Duitse samensteller van de expositie die eerder in Hamburg te zien was. “In de beeldende kunst gaat het om unica, of om werk in een beperkte oplage. Terwijl het succes van popmuziek wordt afgemeten aan de verkoopcijfers, of in het Spotify-tijdperk, aan de hoeveelheid streams.” Muziek is er overal en altijd, soms gedegradeerd tot een ­geluidsbehangetje. “Beeldende kunst is voor de meeste mensen een ­momentopname: je kijkt ernaar in een museum, meestal maar een paar minuten.”

Het verhaal over originelen en ­kopieën is een van de thema’s waarmee Dax, die als journalist vele popmuzikanten en kunstenaars interviewde, probeert de relatie tussen kunst en popmuziek te duiden. Een ander is veel directer: hoe hebben kunstenaars zich laten inspireren door muziek? “Alles wat je hier ziet had niet bestaan zonder popmuziek”, zegt hij met een weids gebaar richting de zaal waar uit verschillende hoeken muziek klinkt. Dat geldt natuurlijk voor het schilderij van een snelweg waarop een Mercedes en een Kever rijden, de hoes van het beroemde album ‘Autobahn’ van Kraftwerk. ­Opmerkelijk: kunstenaar Emil Schult maakte voor de tentoonstelling een kopie van zijn werk uit 1974, omdat het origineel niet beschikbaar was. 

EmilSchult, ‘Kraftwerk Autobahn’Beeld Kunsthal

Ook herkenbaar (en vaak gekopieerd) is het pulserende motief op het album ‘Unknown Pleasures’ van Joy Division (1979). Dat werd ontworpen door Peter Saville, die als art director van een platenmaatschappij talloze beroemde platenhoezen ontwierp, ook voor New Order en Roxy Music.

Hoe ook supercommerciële ­muziek kunstenaars kan inspireren, is te zien in het werk van Albert Oehlen. Hij is dol op de technopopband Scooter, bekend van stamphits als ‘Hyper Hyper’, en maakt daar collage-achtige schilderijen bij. Thomas Scheibitz schildert kleurige geluidsgolven en Wolfgang Voigt creëert kunstwerken zoals je muziek sampelt: door beelden ritmisch te knippen en plakken op de computer. “Ze proberen het onzichtbare – geluid ­– zichtbaar te maken”, ­aldus Dax. Verrassend actueel en ­indrukwekkend is het videokunstwerk ‘Apex’ van Arthur Jafa. Hij laat op een hypnotiserende beat honderden foto’s en filmbeelden voorbijflitsen die de ­wereld laten zien vanuit een zwart perspectief, waarbij veel zwarte artiesten de revue passeren.

Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek, Gabbers - Rotterdam 1994Beeld Kunsthal

Aanbidding

Ook ‘Exactitudes’, het populaire werk van Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek, vond zijn oorsprong in de popmuziek. Het duo portretteert sinds 1994 leden van subculturen die zich verrassend eender kleden. Het begon allemaal met de gabberscene in Rotterdam. De kale, in kleurige trainingspakken gestoken jongens en meisjes – de gabberbitches – werden als eerste herkenbare groep door het duo vastgelegd.

Bij popmuziek horen natuurlijk ook idolate fans die artiesten verafgoden op een manier die je in de beeldende kunst niet tegenkomt. “Sommige kunstenaars zouden die aanbidding ook wel eens willen, terwijl veel popsterren graag gezien worden als kunstenaar”, zegt Dax met een grijns. Celebrity-portretten van fotografen als Andrea Stappert, Wolfgang Tillmans en Anton Corbijn illustreren dit thema. En ook een dekbedhoes met de beeltenis van Justin Bieber ontbreekt niet.

Phil Collins, ‘Britney#2'Beeld Kunsthal

Dat de roem een naargeestige schaduwkant heeft, wordt duidelijk in drie grote foto’s van Britney Spears, die beklad zijn met vulgaire teksten en tekeningen. Phil Collins – de fotograaf, niet de muzikant – zag ze in de metrostations van New York in de dagen na de aanslagen van 11 september. De zangeres had net een nieuw album uit, iets volwassener dan haar voorgaande werk, en dat wekte volgens Collins een onverklaarbare, oncontroleerbare woede op bij de Amerikanen die toch al tot het ­uiterste getergd waren. Onder alle verwensingen gaat Britney er steeds meer uitzien als een teleurgestelde martelares. En zo worden de publiciteitsfoto’s van een beroemd popidool, bewerkt door vandalen, kunstwerken op zich.

Voor de expositie is samensteller Dax dieper in het onderwerp gedoken dan het gemakzuchtig tonen van wat kunstzinnige videoclips of kostuums. Dat niet alle bespiegelingen over kunst en popmuziek bij elke bezoeker zullen aankomen, snapt hij wel. Maar er valt voor iedereen genoeg te herkennen in dit bombardement van beelden en geluiden. En dat is precies zijn bedoeling. “Ik wil iedereen er bij betrekken.”

Black Album/ White Cube. A journey into art and music is t/m 10 januari 2021 te zien in de Kunsthal Rotterdam.

Lees ook: 

Fotograaf Viviane Sassen vertelt nieuwe verhalen over geheime liefde en lust, racisme, laster en moord

Haar zinderende tentoonstelling van een lustpaviljoen in beelden is nu te zien in Amsterdam. 

Schilder Jan Mankes laat je met verwondering naar alledaagse dingen kijken

Niets in het werk van schilder Jan Mankes is groots en meeslepend. Hij wilde de ziel van alledaagse dingen in zijn schilderijen vangen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden