In Memoriam T. van Deel (1945-2019)

Voor T. van Deel was de enige moraal de letterkundige moraal

T. van Deel Beeld Uitgeverij Querido / Ary Langbroek

Dit jaar vijftig jaar geleden schreef Tom van Deel, als schrijver steevast T. van Deel, zijn eerste recensie voor deze krant. Een jaar eerder was hij, jong docent, met een eerste dichtbundel, karakteristiek ‘Strafwerk’ geheten, gedebuteerd.

Toen Van Deel begon, zwaaide J. van Doorne de scepter over de literaire kritiek in Trouw. Van Doorne was een criticus van de oude stempel, met vaak een moralistisch oordeel en soms een aanmaning voor de lezer. Met Van Deel stroomde een heel andere geest de krant binnen. Hier hadden we een academicus, neerlandicus, iemand van meer objectieve, zuiver-literaire normen: de enige moraal die hij misschien wel eens noemde, was de letterkundige moraal. Wat overigens niet wil zeggen dat hij zichzelf niet in het geding bracht: ‘Wie zich kritisch uitspreekt over een boek doet dat weliswaar vanuit een grote deskundigheid op het terrein waarop de tekst zich beweegt, maar niet met verwaarlozing van zijn karakter’ schreef hij eens.

In bijna veertig jaar, tot 2008 toen hij afscheid nam als dagbladrecensent, schreef hij honderden kritieken, niet in de laatste plaats over schrijvers die hij liefhad en volgde, zoals Willem Brakman en Gerrit Krol. Hij kreeg wel eens het verwijt van vriendjespolitiek, maar dat was het niet, Van Deel schreef over hen uit kritische bewondering.

Close reading 

Hij was van de close reading en is wat dat aangaat een nazaat van het gedachtegoed rond het tijdschrift Merlijn: de tekst bepaalt de lezing. Niet de inhoud maar de vorm, de wijze van vertellen gaf voor hem de doorslag, de titel van zijn essaybundel uit 2007 – ‘De troost van de vorm’ – zegt wat dat betreft genoeg.

Van Deel was niet alleen criticus, maar ook docent Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam. In die functie leverde hij een aanzienlijk aantal critici af: Guus Middag, Marjoleine de Vos, Peter de Boer, Thomas Möhlmann, Jeroen Vullings, en ik behoor er zelf ook toe. Hij was een geboren docent, iemand die studenten voor de literatuur en de literaire kritiek wist te winnen. Overigens schreef hij ook graag over de combinatie literatuur-beeldende kunst.

Als dichter behoorde Van Deel tot de zogeheten Tirade-school, Vooral de invloed van de dichter Van Geel, is herkenbaar in zijn werk. Zijn gedichten, kort en bondig, zijn simpel, verfijnd en diepzinnig, hij vermeed elk effectbejag. Een karakteristiek voorbeeld is ‘Weide’: ‘Gefietst naar Holysloot, om in de wei / het kussentje te zien vol bloemen, dat / Joke geborduurd heeft. Wilden eindelijk / wel eens weten waar we de hele winter / op hadden gezeten. Het klopte aardig, / alleen nooit zoveel verschillende bijeen. / Dat is nu juist de kunst ervan.’

Zijn laatste dichtbundel, ‘Herfsttijloos’, dateert van 2016. Van Deel, lid van talloze jury’s, kreeg in 1987 de Jan Campertprijs voor zijn bundel ‘Achter de waterval’. Afgelopen maandag overleed hij, 74 jaar oud.

Lees ook:

Nauwkeurig kijken en fijnproeven

Jarenlang, vanaf 1969, schreef T. (Tom) van Deel literaire recensies voor deze krant. Hij was wat je zou kunnen noemen de hofrecensent van Trouw, zijn wekelijkse stukken bepaalden het literair-kritische aanzien van de krant waarvan hij begin 2007 afscheid nam. Ter gelegenheid daarvan ontving hij een boekwerk met een keuze uit zijn recensies, ‘De troost van de vorm’ getiteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden