Een foto van concentratiekamp Auschwitz vlak na de bevrijding van de gevangenen in januari 1945.

75 jaar bevrijdingOorlogsklassieker

Voor sentimenten was in Auschwitz geen plaats

Een foto van concentratiekamp Auschwitz vlak na de bevrijding van de gevangenen in januari 1945.Beeld EPA

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassieker. Vandaag ‘Het respijt’ van Primo Levi.

Wat voel je als je zopas bevrijd bent uit de nachtmerrie die Auschwitz heet? Voor de Italiaanse auteur Primo Levi (1919-1987) was het alsof er een dijk doorbrak, zo schreef hij in ‘Het respijt’. “Juist op het ogenblik waarop alle dreiging geweken scheen en de hoop op een terugkeer naar het leven niet langer onzinnig meer was, voelde ik me overweldigd door een nieuw, oeverloos verdriet, dat tot dusver onder andere, dringender nood bedolven had gelegen, weggedrukt naar de randen van mijn bewustzijn.”

Vanwege zijn Joodse achtergrond en deelname aan het gewapende verzet was Levi in februari 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Als een van de weinige Italiaanse gevangenen leefde de 25-jarige jongeman uit Turijn een jaar later nog.

Voor sentimenten was in het concentratie- en vernietigingskamp geen plaats, het betekende je dood. Toen de nazi’s in januari 1945 waren weggevlucht, werd Levi zich weer van zijn menszijn gewaar. Maar voor het eerst ook voelde hij ‘de klamme adem’ en ‘de concrete aanwezigheid, het lijfelijk opdringen van de dood’. Ziek en geruïneerd lag hij te wachten in wat hij kwalificeerde als ‘een koortsige verdoving’. De draad tussen leven en sterven was in die eerste dagen na zijn herwonnen vrijheid nog altijd dun en breekbaar.

Zwerftocht

Het duurde een maand voordat Levi genoeg krachten had opgedaan om zijn bed in Auschwitz te verlaten. Hij verknipte een deken tot iets wat voor schoeisel moest doorgaan en liep het kamp uit, beginnend aan een reis naar huis die pas in oktober zou eindigen. “De wereld om ons heen scheen tot de oerchaos teruggekeerd en wemelde van scheve, kaduke, buitenissige menselijke exemplaren; en elk daarvan was rusteloos in beweging, in den blinde of volgens plan, op zoek naar zijn eigen plaats.”

Als geen ander lukte het Levi invoelbaar te maken dat de bevrijding van Auschwitz, dat de bevrijding van het nazi-juk, nog geen bevrijding van angsten en ontberingen was. In het in 1963 verschenen ‘Het respijt’, een verslag van zijn negen maanden durende zwerftocht door Polen, Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië, Roemenië, Hongarije en Oostenrijk, constateert hij: “De vrijheid, de onwaarschijnlijke, onmogelijke vrijheid, zo ver van Auschwitz dat we er alleen in dromen op hadden durven hopen, was gekomen: maar ze had ons niet naar het Beloofde Land gebracht.”

Een ‘limbusbestaan’ noemt Levi het ergens halverwege het boek. Maanden waarin hij van opvangkamp naar opvangkamp zwerft, periodes waarin hij nog steeds hongerlijdt en bedelend en sjacherend de tijd aan zich voorbij ziet trekken. Waarom het zo lang moet duren? “Misschien alleen ten gevolge van de chaos die de oorlog in heel Europa, en vooral in Rusland, had achtergelaten.”

Primo Levi

Onherhaalbaar geschenk van het lot

De hoofdstukken waarin hij zijn reisgezellen een gezicht geeft, blijven het meest hangen. Zo is daar de Griek Mordo Nahum, die hem kapittelt omdat hij geen normale schoenen heeft, in en zo kort na de oorlog levensbehoefte nummer één. Sympathieker is de Italiaan Cesare, die op een markt in een Pools plaatsje zijn standwerkerskunsten vertoont en zijn eigen hemd tegen een mooi prijsje verpatst. Een andere landgenoot, medicus Leonardo, ontpopt zich tot zwarthandelaar en smokkelaar in medicijnen, bestemd voor Levi die dat voorjaar opnieuw ernstig ziek wordt.

Eenmaal terug in Turijn was er voor Levi pas echt weer ruimte om te reflecteren op wat is gebeurd. “We voelden ons eeuwen oud, gedrukt door de last van een jaar afschuwelijke herinneringen, leeg en weerloos. Hoe hard de maanden van zwerven aan de rand van de beschaving die we zojuist hadden beleefd, ook waren geweest, ze leken ons nu een tijd van respijt, een ogenblik van onbegrensde mogelijkheden, een onschatbaar, onherhaalbaar geschenk van het lot.”

In zijn hoofd was Levi nog dikwijls in Auschwitz. “Pas na maanden verdween de gewoonte om met mijn ogen naar de grond te lopen, alsof ik daar iets zocht om te eten of haastig in mijn zak te steken en te ruilen voor brood.”

Levi vertelt in ‘Het respijt’ hoe hij begon te schrijven, “bezeten door de angst dat ook maar één van mijn herinneringen vergeten zou worden”.

Zo ontstond in 1947 zijn eerste en bekendste boek ‘Is dit een mens’, de everseller over zijn jaar in Auschwitz. Zo ontstond de rest van zijn oeuvre. Zo stond de rest van zijn leven in het teken van getuigen van de verschrikkingen. Zo voelde het voor Primo Levi om bevrijd te zijn.

Primo Levi
Is dit een mens
Het respijt
Meulenhoff

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden