Beeld Trouw

Schrijverscolumn Gerbrand Bakker

‘Voor ons moffies wordt erg goed gesorg’

Onlangs bracht ik een middag en avond door in het gezelschap van een groep Zuid-Afrikaanse schrijvers. Karin Brynard, Valda Jansen, Pieter Oldendaal, Frazer Barry, Riana Scheepers en Eben Venter waren in De Balie in het kader van De Week van de Afrikaanse Roman. Ik was er omdat Eben Venter had gezegd dat hij mij er graag bij wilde hebben. Ik ken hem van voorheen Facebook– waarmee ik bedoel dat ik daar goddank niet meer op zit – en Instagram. Ik las twee boeken van hem. Hij heeft erg leuke honden. En hij woont niet in Zuid-Afrika maar in Australië, net als zijn literaire held John Coetzee. We liken foto’s van elkaar. Om heel eerlijk te zijn: tijdens het officiële gedeelte van de samenkomst vielen mijn ogen zo nu en dan dicht. Meer vanwege slaapgebrek dan vanwege algehele saaiheid. Ineke Holzhaus interviewde de schrijvers en ze lazen voor. Dat deden ze in het Afrikaans. Wij Nederlanders denken graag dat we dat klakkeloos kunnen verstaan, maar niets is minder waar. Later, tijdens het eten en drinken, werd dat maar weer eens duidelijk.

Pieter en Eben zijn homo. Ik en mijn nieuwe man zijn homo. In het hele gezelschap bevonden zich dus minstens vier homo’s, ik weet niet hoe het zat met de vrouwelijke schrijvers maar Frazer was er met zijn vrouw en zij speelden prachtige muziek, met tekst die ik ook niet kon verstaan, maar later zei ik tegen hem dat dat niet erg was. ‘De muziek kwam binnen via je hart,’ zei hij. ‘Ja,’ zei ik. Maar goed, meestal is het homo-zijn van een gezelschap iets waar ik niet eens bij stilsta. Of, nauwkeuriger uitgedrukt: het maakt niet dat ik me meer of minder vermaak, zo anders en speciaal zijn wij nou ook weer niet. Maar tijdens het eten liet Eben zich ontvallen dat er ‘voor ons moffies erg goed wordt gesorg’.

‘Wat zeg je nou weer?’ vroeg ik.

Moffie. Zelden een zo liefdevolle aanduiding voor homo gehoord. Bijna een koosnaam. Ik vroeg Eben of iedereen dat zomaar kon en mocht zeggen. Nee, dat was toch niet het geval, het was meer een geuzennaam, voor onderling gebruik. Net zoals Youp van het Hek – hoe vaak hij ook zegt dat hij ‘cabaretier’ is, en dat dat zijn werk is en hoe vaak hij ook zegt dat zijn beste homovrienden het woord voor elkaar gebruiken ­– het woord ‘pisnicht’ niet in de mond heeft te nemen, domweg omdat in elk geval het woorddeel ‘nicht’ niet op hem van toepassing is. Ik vroeg wat de etymologie van het woord was. Eben dacht dat het iets te maken had met een mofskaap, dat volgens hem een gecastreerde ram was. ‘Nee hoor’, zei Karin. ‘Mofskaap is een ras.’ Ze kwamen er niet uit. ‘Weet je hoe een steward bij ons wel wordt genoemd?’ vroeg Eben. Nee, dat wist ik niet. Koffiemoffie. Hahahaha, deden de Nederlanders en iemand, het kan zijn dat ik het zelf was, zei dat wij voor steward wel het woord ‘trollydolly’ gebruiken, waarop Eben vertelde over twee Afrikaandermannen die een zeer succesvolle toffeefabriek opgezet hebben en die nu ‘toffiemoffies’ genoemd werden. En dat alles boven op het feit dat de woorden voor stewardess en steward in het Afrikaans al zo fijn zijn: lugwaardin en vlugkelner.

Hier in de Eifel, als het drukkend weer is, loop ik door het dorp en roep ik tegen iedereen die het maar horen wil: ‘Mensch! Ist es schwul Heute! Oder?’ Als ze me dan raar aankijken, besef ik pas dat ik weer eens de umlaut vergeten ben.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden