Review

Voor ieder zoekt Rawls de maximale vrijheid

De Amerikaanse filosoof John Rawls brak in ’Een theorie van rechtvaardigheid’ (1971) met het dominante nutsdenken. Volgens hem verdient iedereen evenveel maximale vrijheid. Een gesprek met politiek theoreticus Marcel Wissenburg.

Alles wat tot een toename van genot leidt, is goed en nuttig, vond de Britse filosoof Jeremy Bentham in 1800. Consequentie daarvan is dat rechten van mensen kunnen worden opgeofferd voor het gemeenschappelijke doel. Zo kan Bentham slavernij niet als onrechtvaardig beoordelen.

De Amerikaanse filosoof John Rawls (1921-2002) verzet zich in ’Een theorie van rechtvaardigheid’ uit 1971 tegen dat nutsdenken. Mensen zijn voor Rawls fundamenteel gelijkwaardig. De mens is een doel op zichzelf en mag nooit louter als middel voor een bepaald doel worden gebruikt. Toen Rawls zijn hoofdwerk klaar had, dacht hij dat slechts enkele vrienden het zouden lezen, maar het liep anders. „’Een theorie van rechtvaardigheid’ domineert het maatschappelijke en filosofische debat over rechtvaardigheid”, zegt Marcel Wissenburg, hoogleraar politieke theorie.

Wat is Rawls’ – blijkbaar aansprekend – rechtvaardigheidsidee?

„Mensen hebben verschillende visies over het goede leven. Rawls neemt het liberale uitgangspunt dat mensen de vrijheid moeten hebben hun visie van het goede te leven. Daarom verdient iedereen evenveel maximale vrijheid. Om een goed leven te leiden, willen rationele mensen bepaalde dingen ’primaire sociale goederen’ hebben: vrijheid, kansengelijkheid, zelfrespect, inkomen, welvaart. In een rechtvaardige samenleving moeten al die ’goederen’ gelijk worden verdeeld.”

Kunnen sociale goederen zoals vrijheid en kansengelijkheid niet botsen?

„Ja, maar sommige sociale goederen slaat Rawls hoger aan. Het gelijke recht op maximale vrijheid is het belangrijkst: die regel gaat voorop. In de tweede plaats moeten openbare functies onder altijd voor iedereen toegankelijk zijn. In de derde plaats zijn sociale en economische ongelijkheden alleen acceptabel wanneer ze in het grootste voordeel zijn van de minst bevoordeelden.”

Welke ongelijkheden zijn te billijken en welke niet?

„Ongelijkheden die een gevolg zijn van historische of natuurlijke omstandigheden, mogen niet tot sociale ongelijkheid leiden: aangeboren talenten of gebreken zijn stom toeval, niemand verdient ze. Ongelijkheid door individuele keuzen heeft geen compensatie nodig. Daar zijn mensen zelf verantwoordelijk voor.”

Waarom komt Rawls tot deze specifieke rechtvaardigheid?

„Rawls nodigt ons uit tot een gedachte-experiment. Hij stelt een hypothetische natuurtoestand, de ’oorspronkelijke positie’, voor, waarin rationele personen, die niet worden gemotiveerd door afgunst, rechtvaardigheidsprincipes kiezen. Hun egoïsme wordt beperkt doordat ze door een ’sluier van onwetendheid’ hun persoonlijke sociale en natuurlijke achtergrond niet kennen. Mensen zijn alleen als morele individuen vertegenwoordigd, maar hebben wel degelijk algemeen menselijke kenmerken: ze hebben een gevoel voor rechtvaardigheid, ze streven naar efficiëntie en zijn redelijk.

De ’sluier van onwetendheid’ zorgt ervoor dat in de keuze van rechtvaardigheidsprincipes niemand wordt bevoordeeld of benadeeld. De overeenkomsten die de personen bereiken zijn daarom fair. De beginsituatie is een soort ezelsbrug die het ons, partijdige mensen die we immers zijn, mogelijk maakt ons voor te stellen hoe een onpartijdig oordeel over rechtvaardigheid eruit zou zien.”

Wie zijn de personen in de oorspronkelijke positie?

„Dit zijn ’vertegenwoordigers van gezinnen’, die een gevoel voor verantwoordelijkheid voor twee toekomstige generaties van hun eigen nazaten hebben. Rawls spreekt overigens geen voorkeur uit voor het gezinsleven. Zijn theorie stelt individuen in staat hun visie van het goede te leven. De overheid moet neutraal staan tegenover de keus van een individu om dat in gezinsverband of als alleenstaande te doen”.

Hoe komen die personen tot Rawls’ rechtvaardigheidsverdeling?

„Omdat partijen achter een sluier van onwetendheid moeten besluiten, moeten ze zich kunnen verplaatsen in de positie van iedere persoon in die samenleving. Ze kunnen, hypothetisch gezien, zelf iedere mogelijke persoon zijn en weten niet hoeveel kans daarop is, waardoor ze moeten kiezen onder volledige onzekerheid. Volgens Rawls zullen zij daarom een ’maximin’-strategie aannemen: ze vergelijken de resultaten van verschillende rechtvaardigheidstheorieën voor de minst bedeelden, en kiezen die theorie die de beste (maxi-) uitkomst levert voor de minst (-min) bedeelden.”

Wat is de kracht van Rawls’ beschrijving van de oorspronkelijke situatie?

„Wanneer we ons afvragen wat we rechtvaardig vinden, merken we dat het moeilijk is dat niet uit eigen oogpunt en in eigen voordeel te definiëren. Daarom proberen we ons voor te stellen hoe werkelijk onpartijdige mensen eruit zouden zien: we gaan de ’oorspronkelijke positie’ construeren. We vergelijken vervolgens de besluiten van die mensen met onze morele intuïties. Als die niet overeenkomen, stellen we onze voorstelling van de oorspronkelijke positie bij, we herzien onze morele intuïties, of beide. Dat proces herhalen we tot we een zogeheten ’reflectief evenwicht’ bereiken tussen de oorspronkelijke positie en onze intuïties, die nu weloverwogen ontwikkeld zijn. Zo komen we tot de menselijkerwijs meest plausibele visie op rechtvaardigheid, zonder een beroep te hoeven doen op een – immers altijd omstreden – hogere waarheid”.

Veel gemeenschapdenkers verweten Rawls te veel aandacht te schenken aan het individu.

„Ja, om ’Een theorie over rechtvaardigheid’ te accepteren, moet je al enigszins liberaal zijn. Je moet de vrijheid om een levensplan naar eigen keuze te leven, op prijs stellen. Voor orthodoxe katholieken, protestanten, joden en moslims ligt dat niet voor de hand – daar is het hoogste wat bereikt kan en moet worden, de liefdevolle acceptatie van en onderwerping aan Gods wet, wil of geboden.”

Hoe reageerde Rawls op de kritiek?

„In ’Political Liberalism’ uit 1993 betoogt Rawls dat zijn rechtvaardigheidsopvatting gezien kan worden als iets wat niet alleen te rechtvaardigen is vanuit liberaal oogpunt, maar ook vanuit andere, zogeheten ’redelijke doctrines’. Rawls beaamt dat liberalen en gelovigen geen overeenstemming kunnen vinden over het Ware, het Goede en het Schone en ook niet over morele standaarden. Maar ze kunnen wel een overlapping consensus formuleren over de politieke waarden die vreedzaam en rechtvaardig samenleven mogelijk maken. Eenvoudig gezegd: een redelijke katholiek accepteert een politiek-liberale orde, en dat niet alleen als een tactisch compromis (modus vivendi), maar omdat hij, evenals een redelijke liberaal en redelijke moslim, dezelfde politieke waarden heeft. Van een wijziging van de oude theorie is niet echt sprake: het gaat om het uitbreiden van de bewijsvoering.”

Is onze poldercultuur te vergelijken met een ’overlapping consensus’?

„Nee. Nederland kent vele politici die streven naar praktische compromissen. Onze politieke cultuur was er altijd een van het zoeken naar een modus vivendi. Job Cohens slogan ’de boel bij elkaar houden’ is hier een voorbeeld van. Politici vermeden daarbij zoveel mogelijk ’diepere’ levensbeschouwelijke en ethische debatten. Sinds het integratiedebat is uitgebarsten, is er ineens wel ruimte voor dergelijke diepere vraagstukken, maar nu is het debat meteen doorgeschoten: er wordt gezocht naar een gedeelde morele code. Ik denk dat Ayaan Hirsi Ali de enige politica was die het debat richting ’overlapping consensus’ zocht, door met name orthodoxe moslims, biblebelt’ers en vrouwenhaters uit te dagen te erkennen dat sommige van hun ideeën niet in redelijkheid publiek te verdedigen zijn en dus ook niet politiek getolereerd mogen worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden