null Beeld

Tv-columnMaaike Bos

Voor een laatste memorabele keer ging Ireen Wüst langs Bert Maalderink

Maaike Bos

Terwijl ik schreef, zwiepten de takken van de beuk naast mijn huis vervaarlijk langs mijn raam. Wat als die boom het niet zou redden? Ik voelde me kwetsbaar door de windstoten van storm Dudley, en tegelijk voelde ik me veilig achter de sterke muren.

Zo moeten die schaatsers op de Winterspelen zich ook voelen. Sterk in hun lijf, wetend dat ze kunnen presteren, en zich tegelijk belaagd voelen door de zware druk van verwachtingen en mogelijk succes van concurrenten. Het is als een gure wind die zich tussen de kieren wurmt. Ze kunnen hem alleen mentaal bevechten.

Donderdagochtend zag ik het op de gezichten van schaatsers Leerdam, De Jong en Wüst bij de 1000 meter vrouwen. Ze waren keihard getraind, en toch kwetsbaar en gespannen. Jutta Leerdam baalde van haar moment onbalans. Antoinette de Jong gaf zichzelf de schuld. Ireen Wüst had een beroerde start. Ze werden tweede, vijfde en zesde.

Als íemand begrijpt waar de schaatsers mee worstelen, is het Bert Maalderink wel

En altijd moeten ze na zo’n race weer langs verslaggever Bert Maalderink van NOS OS Peking Live, die de roestige spijker nog eens in de wond wrikt. Je kunt hem een zuurpruim noemen die sporters ergert door steeds te vragen naar wat er nou misging en wie waarvoor verantwoordelijk was. Maar eerlijk gezegd: hij vraagt eigenlijk hardop wat die zelfkritische sporters ook al denken. Bij de gesprekjes met de vrouwen donderdag leek er zelfs een vorm van vaderlijk begrip boven de conversatie te hangen. Als íemand begrijpt waarmee zij worstelen, is het Bert Maalderink wel.

De Jong sprak met gesmoorde stem dat ze pas echt blij had kunnen zijn met haar twee bronzen plakken als ze wist dat ze alles had gegeven. Maar ze had deze Spelen niet haar beste zelf kunnen laten zien. Dat is zuur. Je moet het ook waarmaken op zo’n groot evenement.

Het allerlaatste olympische gesprekje met Ireen Wüst had helemaal die connectie. Vol herkenning en met gemengde gevoelens keek Wüst hem lachend aan. Beiden wisten dat haar allerlaatste race op een Olympische Spelen natuurlijk leuker had kunnen eindigen dan met de zesde plaats. Ze was met deze duizend meter nauwelijks sneller dan bij haar gouden race op de vijftienhonderd meter.

Ireen Wüst na de 1000 meter in haar interview met de NOS. Beeld
Ireen Wüst na de 1000 meter in haar interview met de NOS.

‘Ik wilde gewoon te graag’

Haar tegenstander Wojcik had een snelle start en zij viel een beetje voorover; de eerste vijftig meter waren missers, zei ze. “Ik wilde gewoon te graag, ik wilde mee. Dan wordt het een soort ouwe Wüst die achter de feiten aan rent, en heel graag met haar hoofd wil. Maar je moet het wel schaatsend oplossen. Dit was meer vechten dan schaatsen.”

In dat korte, veelbetekenende gesprekje onthulde ze in feite dat iemand met zestien jaar olympische ervaring en dertien medailles mentaal nog net zo kwetsbaar is als altijd. Net zo sterk ook, natuurlijk, om juist alle gure wind in de kraag weg te denken en goud te winnen op haar vijfde Spelen. “Het begint in te dalen wat ik eigenlijk gedaan heb”, zei ze met een beginnend vrijmoedige blik. “Dat is best wel uniek.”

De avond ervoor, woensdagavond, had Dione de Graaff in Studio Peking (NOS) de wijze Confucius geciteerd: “Onze grootste overwinning is niet dat we nooit falen, maar dat we telkens als we struikelen, weer opstaan.”

Dat kan Ireen Wüst. “We hebben van je genoten”, sloot Maalderink zijn gesprekje met haar af, en in haar ogen zagen we zijn waardering weerspiegeld.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden