Review

Voor de Indo was dienstbaarheid zijn bestemming

'Oost-Indische inkt - 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren' bevat teksten van meer dan vijftig 'Indische' schrijvers. Samensteller is Alfred Birney, auteur van vijf romans, veelal spelend in het Indische Den Haag van na de oorlog. Met Marion Bloem en Jill Stolk is hij een van de Tweede Generatie Indische schrijvers, in Nederland geboren, maar door opvoeding en huidskleur bestempeld tot 'anders-zijn'.

Toen Alfred Birney mij vorig jaar vroeg of ik voor zijn bloemlezing nog teksten kende, die niet eerder waren geselecteerd en die de moeite van het opnemen waard waren, was mijn antwoord: “Waar begin je aan? Er zijn Indische bloemlezingen genoeg en het beste uit die literatuur heeft Rob Nieuwenhuys al bijeengebracht!”

“Jawel”, was zijn antwoord, “maar ik wil heel wat anders. In mijn bloemlezing staat de Indo, de gemengdbloedige, centraal. Niet zozeer de blanke die verslag doet van de tropische wonderwereld om hem heen, maar juist de visie van, en op, die gekleurde man of vrouw, die door bloedbanden er deel van uitmaakt, maar door de Europese opvoeding er ook afstand van kan nemen.”

Zo'n voornemen is meteen al een geëngageerde stellingname, want de Indo werd in het koloniale Nederlands-Indië vaak als tweederderangsburger beschouwd, en de rassentegenstellingen zijn hét toonaangevend thema in de literatuur geworden tot ver in de Tweede Generatie toe.

Het resultaat van zijn werk ligt nu in de winkel, en het moet gezegd worden dat Contact er een prachtig boek van heeft gemaakt. De gekozen fragmenten zijn in de regel lang genoeg om een indruk van het Leitmotiv te geven, iets wat niet altijd het geval is bij bloemlezingen.

In vijf afdelingen met treffend duidelijke titels: 'De roep', 'Het bezit', 'Het verlies', 'De herinnering' en 'Het vervolg' maakt Birney een rondgang door vier eeuwen Indië. Binnen dat kader wordt een literair-historisch beeld geschapen van die lichtbruine mens, die voortdurend bekneld zat tussen de werelden van blank en bruin. Op pagina 68 zegt Multatuli het al: “De Europese maatschappij in Nederlands-Indië is vrij scherp in twee delen gesplitst: de eigenlijke Europeanen, en dezulken die min of meer inlands bloed in de aderen hebben.”

En zo is het eeuwen gebleven, tot de 'Indische duinen' van Adriaaan van Dis toe, en het verhaal van Marion Bloem waarin wordt verteld waarom 'de deuren van de Hollanders altijd dichtgingen'. Ook minder bekende auteurs, zoals Ernst Jansz, Frans Lopulalan en Bouke Jagt zijn met prachtige tekstfragmenten vertegenwoordigd. Alleen zo nu en dan leidt de voorkeur van Birney om vooral de geschiedenis van de 'liplap, de zonna, en de Indo' te belichten tot aanvechtbare keuzes.

Bijvoorbeeld het verhaal 'Indo' van Jo Manders staat stijf van de clichés (“het fijn-besneden gezichtje waarin de iets te zware jukbeenderen het Javaanse bloed verrieden”), maar zoiets is blijkbaar onvermijdelijk als je kiest voor zo'n breed palet van 'Indo-geschiedenissen'.

Een andere consequentie van zijn aanpak is het vrijwel afwezig zijn van beschrijvingen van het weidse Indische landschap en de natuur, die altijd zo ruim zijn vertegenwoordigd in de bloemlezingen van Nieuwenhuys. Jammer, want land, klimaat en leefsituatie werken toch ook sterk vormend op de mens, maar Birney zegt in het voorwoord dat “schrijvers die uit romantische motieven over het huidige Indonesië schrijven buiten het bestek van deze bloemlezing vallen”.

De Zuid-Amerikaanse schrijver Eduardo Galeano heeft over het kolonialisme het volgende geschreven: Het zichtbare kolonialisme verminkt je onverbloemd: het verbiedt je te zeggen, het verbiedt je te doen, het verbiedt je te zijn. Het onzichtbare kolonialisme daarentegen overtuigt je ervan dat de dienstbaarheid je bestemming is en de machteloosheid je aard: het overtuigt je ervan dat je niet mag zeggen, niet mag doen, niet mag zijn.

Welnu, verhalen bijeen te garen over het zichtbare en duidelijke kolonialisme is in de Indische bellettrie niet zo moeilijk, maar om verhalen te vinden waarin wordt aangetoond dat ook voor de Indo gold dat “dienstbaarheid zijn bestemming en machteloosheid zijn aard” zou zijn is veel moeilijker.

Alfred Birney is daarin geslaagd, en met lof zou ik daaraan willen toevoegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden