Review

Voltaire's kokosnoten van vrijheid

Waarom kan de hele wereld niet vrij en democratisch zijn? Deze vraag lijkt even dwaas als de wens overal kokospalmen te laten groeien. De Franse filosoof Voltaire was zo'n 'dwaas'. Hij dacht dat de liberale 'kokosnoten' van Engeland tot in Bosnië en Servië geplukt konden worden. Anderen haten deze 'rotte vruchten' juist. Anglofielen en anglofoben - over Europa, deel3 (slot).

Yoram Stein

Waarom kan de wereld niet een beetje meer zoals Engeland zijn? Geen vraag die je uit de mond van een Fransman verwacht. Toch stelde Voltaire haar in zijn 'Filosofische Woordenboek' van 1756. Waarom konden de wetten voor de Britse vrijheden niet elders gelden.

Als verlichtingsdenker geloofde Voltaire dat het mogelijk was democratische waarden te exporteren. Maar hij verwachtte ook protest. Was het planten van democratie buiten Engeland niet even onmogelijk als het laten groeien van kokospalmen in Rome?

Voltaire's antwoord op deze sceptici, schrijft Ian Buruma in zijn uitstekende boek 'Voltaire's Coconuts or Anglomania in Europe', was dat het ook even heeft geduurd voordat de kokosnoten in Engeland rijp waren. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat zij het niet overal goed doen: ,,Laten we die kokosnoten nu maar zo snel mogelijk planten.'

Voor Voltaire stond de Angelsaksische wereld voor vrijheid. Zelf had hij in Frankrijk ruzie gekregen met iemand uit de adelstand, die hem in elkaar had laten slaan. Zijn aristocratische kennissen hadden daar nogal laconiek op gereageerd: ,,Wat is er natuurlijker dan een dichter die een pak slaag krijgt?' Voltaire was ontsteld. In wat voor land leefde hij? Hoe veel beter was het dan in Engeland, waar iedereen gelijk was voor de wet? Natuurlijk, Frankrijk had meer klasse, vond Voltaire, maar Engeland was beter vanwege het politieke systeem. Hij was anglofiel, omdat hij hield van de rechten die iedere Engelsman genoot. Terecht had de door hem bewonderde Britse filosoof John Locke geschreven over het 'door God gegeven recht op vrijheid'.

Voor sommigen zou de verspreiding van Voltaire's liberale kokosnootpalmen een bevrijding en een verrijking zijn. Anderen zagen deze bomen als een gevaarlijke plant van vreemde bodem, een vorm van imperialisme, die met man en macht bestreden diende te worden.

Buruma is niet zo bang voor dergelijke gevoelens op het continent. Hij is positief over de Europese eenwording. De boom van de vrijheid lijkt daar met succes te zijn geplant. De denkbeelden van conservatieve Engelsen die geloven dat het Britse eiland altijd een baken van vrijheid is en het Europese continent altijd een broeinest voor tirannie, bestrijdt Buruma. Hij gelooft dat de Europese Unie, anders dan de historische pogingen in het verleden van Napoleon en Hitler, niet zal ontaarden in een dictatuur en een bloedbad. De EU, schrijft Buruma, is niet het product van haat, maar bedoeld om te beletten dat Frankrijk en Duitsland weer oorlog tegen elkaar voeren.

Buruma zwijgt over het feit dat de andere doelstelling van de EU -een gezamenlijk tegenwicht te bieden aan de communistische dreiging uit het Oosten- onbelangrijk is geworden. Er is geen vijand meer. Of eentje wellicht: Amerika. Oude anglofobe ideeën hebben zich makkelijker in een modieus anti-Amerikaans jasje kunnen hijsen dan Buruma in 1999 verwacht had. In West-Europa komt dit anti-amerikanisme vooral van de linkerzijde, in Oost-Europa van de kant van extreem-rechts. Neo-nazi's vinden Saddam een sterke leider. Net zoals de actievoerders van links keren zij zich tegen het 'Amerikaanse imperialisme'. Amerikanen zijn agressief en dom, vinden de demonstrerende West-Europeanen. Zij zouden het geduld en de wijsheid missen waar de Europeanen zich -bij gebrek aan een sterke militaire macht of een Atlantische oceaan- achter kunnen verschuilen. De kloof tussen de twee continenten wordt zo wijder en dieper, want Amerikaanse bladen schelden op de 'wezels' binnen de EU die het lef niet hebben om iets te doen tegen het kwaad van een Milosevic of een Saddam, en alleen maar kritiek kunnen leveren vanaf de zijlijn.

De Hongaarse schrijver György Konrád hekelde onlangs dit anti-europeanisme in Amerika en dit anti-amerikanisme in Europa. Hij vindt het een ordinaire scheldpartij waar niemand wat mee opschiet. Net als Voltaire weigert hij te geloven dat er geen kokosnootpalmen kunnen groeien in Irak, of dat Arabieren het prettig zouden vinden om door dictatoriale regimes gemarteld en vermoord te worden. De VS en de Europese landen zouden als democratisch blok wat meer eensgezindheid aan de dag moeten leggen, vindt hij. Want het kan nooit kwaad om een dictatuur een 'zetje' te geven. Toch baart de hevigheid van het Europese anti-amerikanisme Konrád nog de meeste zorgen. De vijandigheid jegens Amerika is ,,een nieuwe vorm van antisemitisme', schrijft hij zelfs. Hoe zou hij erbij komen?

Het antwoord staat in Buruma's boek: 'anglofoben' -van Karl Marx tot de Duitse Kaiser, van uiterst links tot uiterst rechts- hebben Engeland een land genoemd waarin vrijmetselaars en joden het voor het zeggen hadden en waarin al het 'hogere' door hun 'smerige' geldzucht omlaag werd gehaald. Anglofobe beelden die nu geprojecteerd worden op Amerika. Het anti-amerikanisme is dan ook niet het gevolg van Amerika's oorlog tegen het terrorisme, maar gaat eraan vooraf.

In Nederland kon je het, ver vóór de aanslagen van 11 september, al uit de opmerkelijkste hoeken beluisteren. Zo schreef de als atheïstisch bekendstaande intellectueel Rudy Kousbroek eind 2000 in het liberale NRC Handelsblad: ,,Khomeini had gelijk: Amerika is de grote satan, alles wat slecht is komt uit Amerika.'

Een geintje, zei Kousbroek later. Het was 'ironie' geweest om Khomeini een ziener en een profeet te noemen. Anderen hadden zijn woedende stuk over de verderfelijke invloed van Amerika te serieus genomen. Hij was kwaad geweest over het materialisme, de stompzinnigheid en de oppervlakkigheid die daarvandaan kwamen. Daarom had hij geschreven dat Amerika 'een land van zakenmannen was' en dat 'het doel van de politiek eruit bestaat ons te beschermen tegen de zakenmannen'. ,,Even vroeg ik me af of Kousbroek wellicht woordvoerder van de Taliban uit Afghanistan was geworden', schreef Arnon Grunberg in een reactie. Evenals veel anderen had hij niets van 'ironie' in het stuk kunnen proeven. 'Leve de zakenman', luidde de kop boven een andere reactie op Kousbroeks artikel. Niet toevallig was deze afkomstig van de al eerder aangehaalde Brits-Nederlandse auteur Ian Buruma. Hij beaamde dat een vrije markt veel rotzooi oplevert, zoals Jerry Springer of Big Brother, maar hield vol dat deze ook een grotere vrijheid biedt. ,,Zakenmannen, zonder dat zelf altijd te beseffen, helpen om die vrijheid te bewaren. Ik zie ook Amerika niet als vijand, maar juist als de beschermer van onze beschaving, en niet alleen in de zin dat Amerikanen ons telkens weer moeten redden van onze eigen neiging om onze beschaving om zeep te helpen.'

Klachten over vulgaire massacultuur en ordinaire geldzucht klonken Buruma bekend in de oren. Ook een anglofiel als Voltaire was opgevallen dat de Engelse populaire cultuur en de daar heersende vrije pers voor nogal wat smakeloosheid hadden gezorgd. Hij had die beschouwd als ,,de slechte vruchten aan de heel goede boom die vrijheid heet'. Maar anderen zagen de rotte vruchten juist als bewijs dat die hele boom met wortel en tak diende te worden uitgetrokken.

Deze haat dook in de negentiende eeuw regelmatig op, vaak vergezeld van een stevige dosis antisemitisme. Niet Amerika, maar Engeland heette toen de bron van het kwaad te zijn. ,,Frankrijk had civilization, Engeland had de beurs. En de beurs, dat gouden kalf van Londen, werd in de ogen van veel anglofoben (onder wie later ook Karl Marx) beheerst door Joden - net zoals tegenwoordig, zo hoort men weleens, Hollywood, The New York Times, en het Amerikaanse zakenleven in het algemeen', schrijft Buruma.

Wat hij in zijn boek over Voltaire's kokosnoten nog duidelijker maakt dan in deze reactie op Kousbroek, is dat Europa al sinds de achttiende eeuw worstelt met de vraag of de uit Engeland overgewaaide vrijheid nu een vloek of een zegen is. Zo had Rousseau, de dwarse tegenstander van Voltaire en vooruitgang, geen goed woord over voor die 'zogenaamde Engelse vrijheid'. Napoleon beschouwde Engeland als zijn 'aartsvijand'. En de door Rousseau geïnspireerde revolutionair Karl Marx, haatte dit door de 'bourgeoisie' geregeerde land met zijn 'joodse' verafgoding van het geld.

Eigenlijk bestaan er dan ook twee Europa's, realiseert Buruma zich als hij een Duits boek over Nederland onder ogen krijgt, geschreven door SS Obersturmführer Ernst Leutheusser. Hij komt op deze gedachte, omdat er volgens de SS-officier ook twee Nederlanden bestaan: een authentiek, oostelijk gebied, waarin men zich verbonden voelt met Europa, en een gedegenereerd, bourgeois, westelijk deel, dat verlangend uitkijkt naar Engeland. ,,Ik was vreemd genoeg ontroerd door dit boek', schrijft Buruma. ,,Want hier, in de woorden van de vijand, vond ik een beschrijving van het Europa dat ik beschouw als mijn thuis. Het strekt zich uit van de Baltische staten, via noordelijk Duitsland en Denemarken, en loopt langs de gehele Atlantische kust naar beneden naar Lissabon. Men kan het misschien een anglofiel Europa noemen. Het bestaat uit grote steden, die bevolkt worden door bourgeois kapitalisten, die graag vrijelijk met anderen willen handelen, ongeacht ras of geloofsovertuiging.' Zou defensieminister Rumsfeld niet op dit 'thuis' van Buruma gedoeld hebben toen hij sprak over het 'nieuwe Europa'?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden