Beeld Trouw

Poëzie Janita Monna

Volop vader, volop dichter

De kerstklanken waren nog nauwelijks verstomd (‘Er is een kindeke geboren op aard’) toen ik de nieuwe bundel van dichter Pieter Boskma opensloeg. Ook hier zag een zoon het licht.

Een kleine tien jaar na het verschijnen van ‘Doodsbloei’, het requiem in verzen voor zijn gestorven vrouw, ligt er nu ‘Van de zoon en de zee’. De doden – zijn vrouw, overleden vrienden – zijn niet vergeten, maar rusten in het verleden, de blik is op de toekomst. De weduwnaar is vader geworden en geeft zijn pasgeboren zoon een stem.

Hij laat hem zingen, geeft woorden aan eerste indrukken en sensaties, drapeert lyrische volzinnen rond de band die de zoon voelt voor de vader: “Ik moet wel van mijn vader houden. Het bezorgde / en beschermende, ontroerde en ontfermende / glanzen in zijn ogen ’s nachts boven mijn wieg, / wanneer ik wakker schiet uit het beeldvuur / van de slaap, stelde mij zo vaak gerust”.

Boskma is volop vader en volop dichter. De liefde voor het wonder van het leven laat zich nauwelijks door taal bedwingen: “Ik gooi hem hoog in duizend prisma’s en vang hem / met de zoetste geuren op, en ik zie hoe zijn blik / in de mijne overstroomt.” De zee is de bron waar alles uit voortkomt, het leven en de poëzie. Aan zee ontstond ‘Doodsbloei’, en ‘Zelf’ (2014). En de zee ruist ook nu, verklaart zichzelf, in lange monologen vol naar kindertaal neigende nieuwvormingen als ‘tweepoot’ (mens) of ‘drijfdoos’ (boot): ‘de stem van de zee is de stem van het kind.’

Een leeg huis

In ‘Van de zoon en de zee’ ‘schuimspat’ ge­luk van de pagina’s, soms wat al te hooggestemd. Met als misschien wel belangrijkste les van de vader aan zijn zoon: word dichter, of anders: vind je eigen taal voor de wereld, leer ‘zelf zeggen hoe je wilt dat een ding zich aan je toont’.

In het ongeveer gelijktijdig verschenen ‘Wake’van de Vlaamse Kurt De Boodt wordt ook op de eerste pagina’s een kind geboren. Maar De Boodt weet meteen dat dat kind eens weer uit zal vliegen: “Je maakt een kind om het af te geven.” De vader in ‘Wake’ heeft een leeg huis. De dochter is de wereld in getrokken waartegen haar vader een schild wilde zijn.

In sonnetten die voeren langs persoonlijke, Vlaamse, cultuur- en wereldgeschiedenis toont De Boodt dat die wereld hard kan zijn, in het klein, op school: “De speelplaats is tijd om uit te sluiten”, en in het groot: “Toen kwam er een man met een bang geweer / en schoot in de nek alle mensen neer.”

De sonnetvorm waarmee De Boodt een krans om zijn dochter vouwde, breekt zich in de loop van de bundel vrij. Vaders moeten loslaten, kinderen een eigen weg gaan. “Het is maar normaal dat ze goede raad / meerderjarig slaat in de speelse wind.”

Wonderlamp

Ik had je graag nog wat meegegeven,
iets gloeiend traags, iets om op te teren,
een wonderlamp. Leer mij het afleren.
Neem niets van mij aan. Leven is zeven.

Leer het mij af. Leven is toelaten
sloten slijk in de zift, schelpjes kapot,
zeezucht in een emmer, winddrift en snot.
Leer het mij. Kijk, we glippen door gaten.

Ik dompel je in lagen diamant,
tover je prinsen en paleizen voor,
doof geesten uit diep in het strand.

Kies uit je strijd, stop de jacht op ivoor.
Open vergezicht, schuif me aan de kant.
Stuur me berichtjes, de lijn raakt verstoord.
Kurt de Boodt

Kurt de Boodt
Wake
Wereldbibliotheek; 64 blz. € 20,99

Pieter Boskma
Van de zoon en de zee
De Bezige Bij; 84 blz. € 21,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden