Huub van der Lubbe.

InterviewHuub van der Lubbe

Volhouden dat het allemaal goedkomt, kost Huub van der Lubbe steeds meer moeite. ‘Gelukkig zijn er jonge mensen’

Huub van der Lubbe.Beeld Patrick Post

In zijn nieuwe boek Vlooienmarktdandy legt Huub van der Lubbe het vluchtige leven vast. Achterom kijken was onvermijdelijk: ‘Ik zit niet meer in de lente van mijn leven, laten we het houden op de nazomer.’

Zet Huub van der Lubbe op een podium, en de zanger gaat los. Dansend tussen de muzikanten van De Dijk, gebarend en gekke bekken trekkend raakt hij het publiek tot achterin de zaal. Wie hem hoort zingen dat een man niet weet wat ‘ie mist, of dat hij ‘t niet alleen kan (‘Ik kán ‘t niet ik kaaan ‘t niet!’) onthoudt het gevoel misschien wel beter dan de woorden.

Hoe kan een boek met zijn liedteksten ooit diezelfde impact hebben?

“Je bedoelt: hoe krijg ik voor elkaar dat wat ik normaal gesproken met m’n hele hebben en houwen en handen en voeten op het toneel uitschreeuw, op papier ook overkomt?” Van der Lubbe denkt na over de vraag, neemt een slok van zijn cappuccino, en antwoordt: “Dan zijn letters misschien wel ontoereikend.”

In een Amsterdams café vertelt Van der Lubbe over zijn nieuwe boek met liedteksten en gedichten: Vlooienmarktdandy. De muzikant had al een handvol bundels op zijn naam, beginnend bij Melkboer met de blues uit 1995. “Daarin keek ik nog ver vooruit. In Vlooienmarktdandy wordt toch wel de stand opgemaakt en achterom gekeken. Dat is onvermijdelijk, ik zit niet meer in de lente van m'n leven – laten we het houden op de nazomer.”

‘de teksten in het boek moeten wel overeind blijven’

‘We hebben geloofd dat het lente ging worden’, schrijft hij in de tekst Geloofde lente. ‘En we wilden het, we wilden zo graag / We hebben geloofd dat het lente ging worden / Maar het schiet nog niet echt op vandaag’.

“Het kost me meer moeite dan vroeger om vol te houden dat het allemaal goed komt”, zegt de zanger. “Gelukkig zijn er ook nu jonge mensen die er wel in geloven. Dat houdt de wereld op de been.”

Vlooienmarktdandy telt pak ’m beet 140 teksten, zorgvuldig gerubriceerd. Sommige komen van albums of musicals, andere zijn nooit eerder verschenen. De verantwoording achterin vertelt het verhaal achter iedere tekst.

“Tekst is een derde van een lied, naast de melodie en het arrangement, en als je op een nummer staat te dansen komt dat niet alleen door de woorden. Maar de teksten in het boek moeten wel overeind blijven.”

Huub van der Lubbe. Beeld Patrick Post
Huub van der Lubbe.Beeld Patrick Post

Van der Lubbe kon ook putten uit de dagboeken die hij al meer dan veertig jaar bijhoudt: waar hij optrad, met wie, hoeveel publiek er was, alles noteerde hij.

“Ik heb me vooral beziggehouden met dingen die je niet kunt vastpakken. Muziek en woorden zijn niet als een stoel of tafel waar je naar kunt wijzen, of een auto die je weer aan de praat hebt gekregen. Het voelt zonde van de tijd om die dingen zomaar voorbij te laten gaan. Dat is een belangrijke reden om ze op te schrijven. Een tekst in een boek is al wat tastbaarder. Het boek is ook een soort archief.”

Ook in een ander opzicht is het geschreven woord volgens Van der Lubbe minder vluchtig. “Op papier kun je een gedicht dat je in eerste instantie niet snapt nog eens overlezen. En gedichten waar je vroeger geen chocola van kon maken, zijn 20 jaar later heel mooi. Je neemt je levenservaring mee om poëzie te snappen.

‘Oh ja, dat snap ik’

“Een lied moet daarentegen in één keer duidelijk zijn, terwijl je het hoort. Ik gebruik in liedteksten daarom helemaal geen ingewikkelde woorden. Het is fijn als de zinnen samen een diepere betekenis krijgen waardoor je het lied nog een keer wil horen, maar per zin moet je denken: Oh ja, dat snap ik.”

Liefhebbers van de Canadese singer-songwriter Leonard Cohen, zien bij het lezen van Vlooienmarktdandy meteen dat De lommerd in de Nes een vertaling is van Cohens That don’t make it junk. Maar afgezien van dat nummer is Cohen geen grote inspiratiebron voor Van der Lubbe, “omdat ik hem vaak te cryptisch vind. Nou is mijn Engels ook niet heel denderend, maar Shakespeare snap ik, en Cohen vaak niet.”

Wie hem wél inspireren? “Jacques Brel vind ik prachtig. En Bob Dylan. Eén nummer van Dylan dat ik echt heel erg goed vind, heet Most of the time. Het gaat over een vrouw waar hij het grootste deel van de tijd niet eens aan denkt. ‘Ze is totaal niet in m’n hoofd’, zegt hij. ‘Ik ben met heel andere dingen bezig... most of the time.’ Juist wat hij niet zegt, is zo veelzeggend.”

Ook muzikaal speelt de kunst van het weglaten een belangrijke rol. “De officiële versie van Most of the time, op het album Oh Mercy, doet me nagenoeg niks. Voor mij komt de essentie het beste over op de kale bootleg-versie, met zang en gitaar en geen verder vrijwel geen arrangement.”

‘Terug naar de oervorm’

Van der Lubbe speelt zelf ook wel eens zonder band, met alleen een gitaar in zijn handen. ‘Terug naar de oervorm’, noemt hij dat. “Mensen in een kring rond de zanger die een verhaal vertelt, zonder alle techniek en poeha die bij rockmuziek hoort. Wanneer ik nummers van De Dijk solo speel, zeggen mensen na afloop wel eens dat ze voor het eerst begrijpen waar de tekst over gaat.”

Dat effect is zo mogelijk nog sterker op papier, als geen beat de boodschap verbloemt. Over de oorlog schrijft Van der Lubbe: ‘Moeders, dochters, vrouwen / Wachten de thuiskomst af / Van vaders, zoons, geliefden / Dood in een naamloos graf’.

De teksten van het laatste hoofdstuk, Decoronade, zijn überhaupt niet voor muziek gemaakt. In negentien beknopte gedichten beschrijft Van der Lubbe de vervreemdende eerste weken van de coronapandemie, en ook hoe het leven in een lockdown verbazingwekkend snel wende.

In het gedicht Virus, van 17 maart 2020:

‘Een oorlogsfilm. Maar zonder lange jassen
Het grote kwaad is heden zoiets kleins
Verzet is zinloos. Ja, je handen wassen
En verder leven, dichten, stoïcijns’

‘Voor mezelf spreken’

“Ik wist dat er nog veel meer speelde; mensen die ziek waren, of economisch getroffen. Maar als je je voortdurend afvraagt of je iets wel mag schrijven omdat andere mensen het moeilijker hebben, kom je tot niks. Ik besloot eerst maar even voor mezelf te spreken. Ik had ook nog geen idee dat het in het boek zou komen.”

Daar zit voor Van der Lubbe ook nog een verschil tussen liedjes en gedichten. “Bij liedjes heb ik het gevoel dat ik namens een groep spreek, dat het een grotere geldigheid moet hebben dan alleen voor mezelf. Als mensen een lied horen, hoop ik dat ze denken: ik ben niet de enige. Muziek kan verbroederend werken. Daarbij helpt het ook dat we met een band zijn. Als een tekst de andere jongens niks zegt, dan komt de muziek er meestal niet van. Dan was het blijkbaar te particulier.”

Persoonlijk mag een liedje wél zijn, heeft Van der Lubbe ervaren. “Ik weet nog dat ik Niemand in de stad een keer voorlas aan de jongens. Over vrienden die dood waren of vertrokken. Ik dacht dat het veel te persoonlijk was voor een liedtekst en zag het ook niet als gedicht. Ik las het gewoon voor omdat ik me op dat moment zo voelde en vond dat de jongens dat moesten weten. Het is toch een nummer geworden, een van onze bekendste. Iedereen heeft z'n eigen ‘Robbie’ of ‘Paultje’.”

Vlooienmarktdandy verschijnt op 21 september bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar.

Huub van der Lubbe

Huub van der Lubbe (1953) groeide op in een katholiek gezien met drie broers en twee zussen. Hij wilde acteur worden, maar toen hij werd afgewezen bij de Toneelschool, ging hij Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

In 1981 vormde hij, samen met onder andere zijn broer Hans, twee bands: de Engelstalige rock 'n rollband Big Shot and his Rocking Guns en de Nederlandstalige groep De Dijk. Van Big Shot verscheen één LP in 1985, De Dijk heeft tot nog toe zo’n 20 albums uitgebracht. Sinds 1990 treedt Van der Lubbe ook solo op. Zijn soloalbum Simpel verlangen verscheen in 2013.

Daarnaast speelde hij in films als De aanslag en Niemand in de stad, zong hij de Nederlandstalige soundtrack van Toy Story en maakt hij deel uit van het dichtende trio Concordia. In 2004 bracht hij een cd en bundel met Concordiagedichten uit. Vlooienmarktdandy is zijn nieuwste boek.

Lees ook:

Het leven krijgt zin door wat je ermee doet

2010: Huub van der Lubbe schreef met Guichelheil zijn derde dichtbundel. Het leven heeft volgens hem geen zin, maar hij gelooft er wel erg in: „Ik doe mijn best”.

Wie zingt, bidt dubbel

2003: Bij uitgeverij Nijgh en Van Ditmar verscheen van der Lubbe's bundel Geregeld Leven, het vervolg op Melkboer met de blues, waarin liedteksten voor De Dijk en anderen, maar ook de gedichten zijn opgenomen die Van der Lubbe schreef voor zijn dichtclub Concordia.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden