Interview

Volgens schrijver Yves Petry kan een idealist kan tegelijk best een rat zijn

Noodhulp aan mensen in uitzichtloze gebieden hoor je eigenlijk niet in twijfel te trekken. De Vlaamse schrijver Yves Petry doet het toch. In zijn nieuwste roman fileert hij het idealisme als drijfveer. “Wordt de wereld er echt beter van? Of helpt het vooral om inhoud te geven aan je eigen leven?”

 Ooit gehoord van de Afrikaanse stad Port-au-Bout, gelegen in een ver land waar de etnische strijd geregeld oplaait? Waar de islamitische Hiromwe en de christelijke N’gali elkaar naar het leven staan? Waar het vluchtelingenkamp Bilonga van ‘Dokters Zonder Kleur’ afstevent op een onafwendbaar drama?

Vermoedelijk niet, want de stad, de volkeren en het kamp zijn totaal verzonnen. Ze vormen het decor van de vandaag verschenen roman ‘De Geesten’ van de Vlaamse schrijver Yves Petry. In dit hoogst originele en prachtig gestileerde relaas vol galgenhumor onderzoekt de schrijver wat westerse artsen zo aantrekt in vluchtelingenkampen, toch nogal uitzichtloze locaties. Doen ze hun werk uit idealisme, of zijn het vooral avonturiers? En maakt dat iets uit voor de hulp die ze verlenen?

De schrijver koos in zijn zevende roman bewust voor een fictieve setting, verklaart hij thuis in zijn Leuvense woning. “Als je een bestaand land opvoert met een kamp van ‘Artsen Zonder Grenzen’, loop je mogelijk het risico op een klacht wegens smaad. Bovendien wilde ik vrij zijn en me niet aan allerlei specifieke details moeten houden. Die details dóen er niet toe, want de conflicten in al die brandhaarden lijken vreselijk op elkaar.”

Empathie

Petry reisde opzettelijk níet naar Afrika om indrukken op te doen, hoewel zijn uitgever hem dat had aangeraden. Hij kon net zo goed vanuit zijn verbeelding schrijven, meende hij. En dat blijkt. De bange, donkere nachten onder de bedwelmende sterrenhemel, de strijd tegen de zon en de vliegen, de gruwelijke verminkingen van de slachtoffers: je zou zweren dat Petry lang door conflictgebieden heeft rondgetrokken. Maar daar paste hij dus voor, ook omdat hij vreesde dat hij vervuld zou raken van empathie jegens de hulpverleners en de bevolking. En dan had hij nooit zo’n pittig boek kunnen schrijven.

In zijn roman schetst Petry een weinig flatteus beeld van de hulpverleners, tussen wie nogal wat wrevel en nijd heerst. Mensen die een verheven ideaal najagen, kunnen tegelijk best ‘een slang of een rat’ zijn, verduidelijkt de schrijver met een grijns. Zijn personages, ook die uit voorgaande boeken, zijn eerder ruw en hoekig dan beminnelijk.

Hoofdpersoon is Mark Oostermans, een kleurloze en passieve arts die naar Afrika trekt na een breuk met zijn vriendin. In kamp Bilonga ontmoet hij allerlei uitgesprokener collega’s, meestal ook gevlucht na een verbroken relatie. Daarmee heeft Petry de werkelijkheid raak getroffen, bleek toen hij zijn boek af had en navraag deed bij Artsen Zonder Grenzen. “Ze bevestigden dat veel hulpverleners ook maar door toevallige omstandigheden in zo’n kamp terechtkomen. Er lopen allerlei types rond, van idealisten en avonturiers tot lieden die er totaal niet op hun plaats zijn.”

Beeld Stephan Vanfleteren

Noodhulp

Een terugkerend punt van discussie in het boek vormt het idealisme, waar de personages zich op verschillende manieren toe verhouden. “Waar dient dat idealisme eigenlijk voor?”, vraagt de schrijver zich af. “Wordt de wereld er echt beter van? Of helpt het vooral om inhoud te geven aan je eigen leven?” Petry haalt een recent artikel uit Trouw aan, waarin de Zuid-Soedanese wetenschapper Jok Madut Jok betoogt dat noodhulp in de meeste gevallen averechts werkt: kampen trekken veel te veel mensen aan, met dodelijke epidemieën tot gevolg. Wanneer de hulp stopt, blijft de bevolking berooider achter dan voorheen.

Voor de duidelijkheid: Petry wijst hulp uit idealisme geenszins af. Maar hij vindt dat je het niet gewichtiger moet maken dan het is. “Je wordt tegenwoordig bijna gedwongen om idealistische hulp te beschouwen als het allerhoogste wat je in deze maatschappij kunt bieden. Die morele druk verwerp ik. Mensen mogen best invulling aan hun leven geven met idealisme, maar je kunt net zo goed een roman schrijven. Dat laatste is ondergewaardeerd en misschien wel effectiever om de wereld te verbeteren. Wie een roman schrijft of leest, zit tenminste rustig in een hoekje en doet geen vlieg kwaad.”

Zijn nieuwste boek is eigenlijk voortgekomen uit Petry’s ergernis over het gepolariseerde debat rond vluchtelingen. De linkse politiek claimt volgens de schrijver al jaren het alleenrecht op empathie, door het migratievraagstuk puur vanuit het hart te benaderen. Ga je daar niet in mee, dan ben je een slechterik. Maar ook rechtse mensen vinden het erg als er dode kinderen aanspoelen, verzekert Petry. “Mijn wrevel betreft de snelle opdeling in goed en kwaad, terwijl die voor mij altijd aangevoeld hebben, ook in mezelf, als onontwarbaar verstrengeld. Om iets van die oorspronkelijke verstrengeling te bewaren, in een poging om eerlijk te blijven, heb ik dit boek geschreven. Ik hoop dat lezers die eerlijkheid herkennen en ook bij zichzelf leren waarderen, niet als een zwakte maar als een kracht.”

Lucide

Technisch gebruikt Petry de roman vooral als een middel om ideeën met elkaar te confronteren. Als een soort essay, maar dan spannend en vaak ook grappig verteld, met figuren van vlees en bloed. “Mensen zitten vol ideeën, maar in het echte leven blijven die vaak onuitgesproken”, zegt hij. “Het mooie van literatuur is dat je die ideeën kunt expliciteren. Mijn personages zijn bovengemiddeld lucide. Ik heb diep over ze nagedacht. Daardoor denken ze ook diep over zichzelf na. Ze dragen ideeën uit die ik op elkaar laat botsen. Je kunt inderdaad van een filosofische roman spreken, al is dat commercieel vast niet handig – of juist wel.”

De personages contrasteren scherp met elkaar. Zo is er de vluchtelingenarts Margot, die ervan overtuigd is dat ze iets voor de mensen in het kamp betekent. Tegenover haar staat Jeroen Ullings, het eigenzinnige hoofd van het medische team. Deze drankzuchtige oud-jezuïet spant zich net zo hard in als Margot, maar heeft niet de illusie dat hij de bevolking vooruit helpt. Hij doet het voor zichzelf, vanuit een soort mystieke behoefte, en om te ontsnappen aan de westerse beschaving vol kitscherig moralisme en materialisme. Letterlijk zegt hij: “Ik zit in kamp Bilonga omdat ik me niets pretentielozers kan voorstellen, niets meer ontdaan van schone schijn, niets zo manifest hopeloos als dit eeuwig oplappen van mensen die nergens heen gaan en van zichzelf ook weten dat ze dat niet doen. Het is werk dat me verlost van mijn zelfzucht, maar dat betekent in de verste verte niet dat de wereld er beter van wordt.”

Binnenstebuiten

Van alle personages voelt Petry zich het meest verwant met deze Ullings, de absolute tegendenker die afrekent met schijnheiligheid. Ullings’ tirades tegen de moderne samenleving, waarin het onwankelbare geloof in de wetenschap elk besef van iets ongrijpbaars als ‘de ziel’ heeft verdrongen, liggen dichtbij de opvattingen van de schrijver zelf. Maar zijn eigen persoon houdt Petry buiten beeld, want privé is privé. Hij ziet geen heil in de trend onder schrijvers – vooral vrouwelijke, is zijn indruk – om hun verbroken relatie of de problemen met hun ouders te etaleren. “Van je persoonlijke leven een verkoopverhaal maken, jezelf binnenstebuiten keren op het marktplein, het ligt me niet. Het druist in tegen mijn stijlgevoel en ik zou er uiteindelijk het idee aan overhouden dat mijn intieme bestaan een leugen was geworden.”

Nee, hij verzint liever. “Als schrijver zie ik mezelf als het podium waarop mijn personages optreden. Ze ontwikkelen hun eigen logica, al sluipt er in dat spel met poppetjes natuurlijk ook veel van mezelf. Vergelijk het met een kind dat met poppen speelt en zo ook zichzelf uitdrukt.”

Schrijven is voor Petry een levensvervulling. Al schrijvend kan hij zijn talent voor taal ontplooien, zijn gedachten ordenen en mooie, bondige, precieze formuleringen kiezen. “Het lukt niet altijd. Er zijn van die dagen waarop ik me afvraag waar ik mee bezig ben. Maar soms komt er ineens een mooie passage, een geweldig aforisme of een treffende beschrijving. Dat kan me toch even gelukkig maken.”

Petry verwacht weinig negatieve reacties van hulpverleners, al heeft hij wel de ervaring dat hij vaak verkeerd wordt begrepen. Mocht hij de wind van voren krijgen, dan zij dat zo. “Ik ben oud en wijs genoeg, ik kan daar tegen.”

‘De Geesten’, Yves Petry, uitgeverij Das Mag, 23,99 euro, 307 blz.

Wie is Yves Petry 

De Vlaamse schrijver Yves Petry (51) studeerde wiskunde en filosofie. Hij debuteerde in 1999 met de roman ‘Het jaar van de man’. Daarna schreef hij nog zes andere romans, een toneelstuk, essays en een verhaal. Zijn bekendste boek is ‘De maagd Marino’ (2010), een verklarende vertelling over twee Duitse mannen van wie de een de ander in goed overleg doodt en opeet. Petry won er in 2011 de Libris-Literatuurprijs mee, evenals de literaire jongerenprijs De Inktaap. In zijn zesde roman, ‘Liefde bij wijze van spreken’ (2015) komen enkele personages voor die in zijn nieuwste boek ‘de Geesten’ terugkeren. De figuren blijken zo vruchtbaar dat er volgens Petry een heuse cyclus uit zou kunnen ontstaan.

Lees ook:

‘Het was dit boek of geen boek’

De Winnaar van de Libris literatuurprijs Yves Petry beschrijft in ‘De maagd Marino’ een waargebeurde slachtpartij vanuit het postume oog van het slachtoffer, zonder moreel oordeel en in een stijl die uitgebeender is - meer ontwikkeld, zegt hij zelf - dan in zijn eerdere werk.

De mooiste zin van het jaar (2016) schreef Yves Petry

De leukste literaire prijs van het jaar - een stiekem een heel eervolle - is toch wel die van Tzum. De redactie van het online literaire platform kiest jaarlijks ‘De mooiste zin geschreven in een boek’. Die is volgens de jury in 2016 gecomponeerd door de Vlaamse schrijver Yves Petry.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden