Katherine May: ‘Soms hebben we gewoon troost nodig'. Beeld
Katherine May: ‘Soms hebben we gewoon troost nodig'.

InterviewKatherine May

Volgens Katherine May is de massale gerichtheid op vooruitgang niet goed voor de mens

In Winteren bestudeert Katherine May de kaalste periodes in de natuur en in ons eigen leven. ‘Ik train mijn zoon om midden in de winter de uitlopers aan de bomen te ontdekken.’

Vrouwkje Tuinman

Halloween was vroeger de ‘viering van het ongewisse’, schrijft Katherine May in Winteren. Voor haar negenjarige zoon is de moderne variant met pompoenen en doodshoofden het hoogtepunt van het jaar. Voor May zelf vormt het de drempel naar het seizoen dat ‘de dood het meest nabijkomt – waarin het zo koud wordt dat we het gevoel hebben dat hij ons, ondanks onze moderne gemakken, zo zou kunnen wegrukken’.

Wie wil meedraaien in de vaart der volkeren drukt dat besef beter weg. Echter, nadat eerst Mays echtgenoot ernstig ziek werd, vervolgens zijzelf, terwijl hun kind doodongelukkig bleek op school, besloot zij dat niet langer te doen. In Winteren bestudeert ze de kaalste periodes in de natuur en in ons eigen leven. Gesprekken, herinneringen, bespiegelingen leiden de lezer van de herfst tot eind maart.

En nu is het weer bijna Halloween.

“Mijn zoon is sinds augustus aan het plannen en knutselen. Voor hem is Halloween veel belangrijker dan kerst. Dan kan ik wel vasthouden aan mijn weerzin, maar dat zou gemeen zijn. Dus komen er zombies, dodemansvingers (hotdogs met gebakken ui in de vorm van wormen), appelhappen en andere spelletjes. Ik geef me over.

“Ik ervaar dit alles als theater, als decoratief, maar uiteindelijk hangt het aan dezelfde lijn van tradities die Keltische heidenen al praktiseerden. Het invallen van het najaar is een moment dat de sluier tussen deze wereld en het ‘andere’ even doorzichtiger wordt.”

In Winteren markeren opkomst en verval in de natuur metaforische beginnen en einden.

“Zo werkt mijn hoofd: ik heb feitelijkheden nodig om dat te kunnen begrijpen wat ik niet kan waarnemen. Ik groeide niet op in een mystieke omgeving. Nog altijd denk ik vanuit het praktische en ben ik niet goed in het accepteren van geloofssystemen.

“De Kelten geloofden uiteraard wel, met hun vreugdevuren en offers aan de goden. Zij wisten naar mijn idee meer van het bestaan dan wij. Ze kenden ook de gruwelijke kanten, begrepen de totaliteit: er is geen leven zonder dood. Hun nieuwjaarsfeest was een heel bewust beleven, in donkere dagen zonder blad aan de bomen, van het feit dat we niet weten waar we naartoe gaan. Die onzekerheid niet te blokkeren, maar door te maken. Mijn gevoel, dat wordt bevestigd door de respons op Winteren, is dat het daar nu ook weer tijd voor is.”

In haar boek poogt May zich allerhande winterrituelen eigen te maken. Ze baadt in IJslandse bronnen, zoekt het noorderlicht, ondergaat een zonnewendeviering in Stonehenge en leert ijszwemmen. Niet alles lukt. In het steeds halfduistere Noorse Tromsø is ze te uitgeput om iets te ondernemen. Bovendien wil geen touroperator haar in de buurt van (vechtlustige) husky’s laten. Geen enkel winters ideaalbeeld pakt uit als op het veilige computerscherm, thuis. Wel was het, als May zich daar eenmaal overheen zette, vaak beter.

“Mijn research leerde me veel over het misverstand dat we als mens controle willen hebben. Ook ikzelf. Dat koud zwemmen bijvoorbeeld is bij uitstek iets waarbij je naar je lichaam moet luisteren om niet onderkoeld te raken en te verdrinken. Toch praten mensen – in Engeland trouwens vooral vrouwen – het liefst over het competitieve: hoe koud, hoe lang, hoe ver. Willen ze prestaties meten. Koud zwemmen vraagt om aandacht en zachtheid. Niet om kracht of de klok. Het is daarmee een soort lakmoesproef voor hoe het met je geest gesteld is. Ook ik wil soms opscheppen hoe súperlang ik in súperkoud water lag. Onzin: uiteindelijk houd ik het gewoon vol door mijn flinke vetlaag.”

Heeft Winteren door de pandemie een andere betekenis gekregen dan je er inlegde?

“Absoluut. Covid neemt onze gewone regelmaat af en vraagt dat we manieren vinden om toch een ritme en betekenis te creëren. Winteren beschrijft hoe we isolatie en duisternis kunnen benaderen en ervaren, zonder onszelf te vertellen hoe we ons moeten voelen.

“Het lijkt bovendien een tamelijk acrobatisch boek te zijn. Aan wat hopelijk het einde van de pandemie is krijgt het een nieuwe lading: een boek over getransformeerd uit die fase komen.

“Dat is iets anders dan ‘nieuw en verbeterd’– een verlangen dat ook nogal heerst. De druk om visionair, briljant en perfect te zijn als individu en als mensheid is uitputtend. En wreed. Het is na de afgelopen twee jaar al heel wat als je nog overeind staat. We zouden vriendelijker en begripvoller moeten omgaan met wat mensen doormaken, in plaats van het als onrecht beschouwen, als ‘falen’, als iets dat er niet mag zijn. De massale gerichtheid op ‘vooruitgang’ is niet goed voor ons, denk ik. Maar als zelfs een pandemie niet zorgt dat we er anders naar gaan kijken, dan weet ik niet wat wel.”

Katherine May: 'Er zijn maar heel weinig sterfbedden die betekenisvol zijn. Meestal gaat het niet zoals op tv.' Beeld
Katherine May: 'Er zijn maar heel weinig sterfbedden die betekenisvol zijn. Meestal gaat het niet zoals op tv.'

Katherine May (1977) is schrijver, journalist en volgens haar Twitter-biografie een ‘brak mens’. In 2019 verscheen The electricity of every living thing. Hierin doet ze verslag van een kustwandeling van meer dan duizend kilometer, die ze maakt in de periode dat ze wordt gediag­nostiseerd met autisme. ‘Ik moest iets radicaals doen om radicaal te veranderen.’

Na een loopbaan als universitair docent is May sinds enkele jaren fulltime schrijver. Haar boek Wintering uit 2020, nu vertaald, is een wereldwijde bestseller. May woont met haar gezin vlak bij zee in het Engelse graafschap Kent, een plek die figureert in de roman die ze als Katie May schreef: The Whitstable swimming club.

Kinderboeken spelen een grote rol in Winteren. “In kinderliteratuur is verdriet als gegeven veel meer aanwezig dan in boeken voor volwassenen, waar het onmiddellijk iets wordt dat we op moeten lossen”, zegt May. Als voorbeeld geeft ze haar favoriet: De kinderen van Groenowa van Lucy M. Boston. “Een vergeten, maar beeldschoon boek over het stempel dat we in de wereld achterlaten nadat we zijn gestorven. Het verhaal zit vol verlangen, melancholie, en de schoonheid daarvan. Toen ik het als volwassene opnieuw las, herkende ik er de hoop in die velen van ons hebben: dat de doden ons niet vergeten. Alweer decennia geleden stierf mijn grootmoeder. Nog steeds zijn er dagen dat ik plots ogen vol tranen heb. Zo graag zou ik willen dat ze mijn huidige leven zou kennen, mijn man en zoon ontmoeten, getuige zijn van de veranderingen die ik doorgemaakt heb. Zelf niet meer gadegeslagen worden door mensen van wie je van houdt is minstens zo pijnlijk als hen niet meer kunnen zien.

“De eerste paar weken nadat iemand overlijdt mag je verdriet hebben, maar al snel verlangen we van mensen dat ze er stil over worden en ons geen ongemakkelijk gevoel geven met hun rouw. Zeker als tiener vond ik het ontgoochelend hoe absoluut de dood is. Nu realiseer ik me dat het mijn taak is om overleden geliefden ‘aanwezig’ te houden. Voor mij als niet-religieus persoon is dat een praktische taak: over ze praten, kaarsen branden of andere rituelen uitvoeren. Hoe ver weg ook, zo onderhoud je toch een relatie.”

Je beschrijft het verlangen naar ‘dat ene laatste moment van contact dat alles oplost’. Wat ik me afvroeg: zouden we zo’n gebeurtenis, als die ons gegeven werd, herkennen? Of toch altijd verlangen naar nóg een moment?

“Er zijn maar heel weinig sterfbedden die betekenisvol zijn. Meestal gaat het niet zoals op tv. Bovendien ‘wachten’ opvallend veel mensen met sterven tot hun geliefden de kamer uit zijn. Deskundigen zien daar een soort patroon in. Mijn oma deed het ook. Pas jaren later besefte ik dat het precies paste bij wie zij was. Er een hele toestand van maken, met geforceerde wijze woorden – niks voor haar.

“We nemen de dood erg persoonlijk. We staan onszelf toe te geloven dat het abnormaal is. Hardop zeggen dat er eigenlijk niets algemeners bestaat is bijna controversieel. Dus besteden we allerlei rituelen rondom de dood uit aan iemand anders, kiezen we voor een gemedicaliseerd overlijden, waarbij we het liefst bewusteloos zijn. Het zijn logische instincten, die een grote afstand hebben aangebracht tussen ons en het sterven.

“In het algemeen lijken we veel moeite te hebben gekregen met wat toch normale overgangsmomenten in het leven zijn. Grote groepen jongeren worden getroffen door angsten, ouderen zijn ongelukkig, velen hebben een midlifecrisis, anderen storten in een soort afgrond als ze kinderen krijgen. Voor de hand ligt dat we ruimte moeten geven aan de moeilijkheden en complexe emoties die nu eenmaal bij het leven horen, ze aanvaarden. Wat zijn we een rare soort eigenlijk.

“In Amerika gingen veel interviewers ervan uit dat mijn boek gaat over tips om de barre winter te doorstaan. Dat was heel ongemakkelijk. Het was best een klus om te zeggen dat ik de oplossing niet heb: niet voor het winterseizoen om ons heen, en niet voor dat in onszelf. Dat willen mensen niet horen. Waarom zou je willen praten over dingen die niet goed gaan? Waarom zou je die ventileren? Schaam je je niet?”

Ik wil je graag een vraag stellen die mij als schrijfster vaak gesteld wordt: helpt het schrijven je?

“Haha! Vertel me alsjeblieft je antwoord.”

Meestal zeg ik dat het de zaken niet erger maakt, en ook niet beter, maar wel duidelijker.

“Dat is het privilege van ons vak. Je mag je verliezen in een obsessie, in een probleem dat je op wilt lossen, in het najagen van ideeën die je in het gewone leven opzij duwt. Zelf heb ik het gevoel dat ik geen professional nodig heb omdat ik zelf met mijn werk al een therapeut ben. Tegelijkertijd is dat vaak pijnlijk, geeft het onrust om je bloot te geven. Ik dacht bij Winteren heel lang dat ik geen introspectie zou toelaten. Dat het een interviewboek zou worden. Maar het persoonlijke deel bleef maar op de deur kloppen, letterlijk en figuurlijk, en uiteindelijk is het boek er beter van geworden.”

Hoe sta je tegenover het zelfhulpgenre?

“Ik denk dat we boeken nodig hebben die niet claimen de antwoorden te geven. Als auteur moet je met de lezer meelopen, hem niet willen leiden in een zoveelstappenplan. Durven te laten zien hoe weinig we eigenlijk weten. Het laatste jaar werd me dat weer ingewreven. De pandemie vormde een laag stof tussen mij en de wereld. Niets interesseerde me nog. Als persoon die is opgegroeid zonder enige spiritualiteit ervaarde ik alleen nog leegheid. In mijn volgende boek onderzoek ik hoe een door de wol geverfde materialist als ik zich open kan stellen voor iets wat niet aantoonbaar is, minder verstandelijk. Zo train ik mijn zoon om midden in de winter de uitlopers aan de bomen te ontdekken. En zelf ben ik me aan het bijscholen omtrent paddenstoelen, soms van maar een millimeter groot. Als je niet weet dat ze er zijn, zie je ze niet, en is het alleen maar koud. Als je ze wel ziet, doet dat iets met je schaalgevoel. Het overweldigt. Soms hebben we gewoon troost nodig.”

null Beeld

Katherine May
Winteren. De kracht van rust en afzondering in moeilijke tijden
(Wintering. The Power of Rest and Retreat in Difficult Times)
Vert. Ariane Schluter. Nieuw Amsterdam; 288 blz. € 21,99

Lees ook:

Je kunt mediteren tot je een ons weegt, lijkt de moraal van Emmanuel Carrère, de ellende haalt je toch wel in

In ‘Yoga’ vertelt de Franse bestsellerauteur Emmanuel Carrère over zijn passie voor mediteren. Het relaas wordt overschaduwd door zijn diepste depressie ooit. En van zijn ex-vrouw moest hij ook nog eens heel veel schrappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden