Review

Voetballen voor de verkeerde Mannschaft

Bram Appel, midvoor, speler in het Nederlands elftalspeler met het KNVB-international-nummer 298: twaalf interlands, tien doelpunten, een spits van de oude stempel, geen franje maar doordouwen, hard koppen, keihard schieten. Toen ik hem acht jaar geleden in Geleen bezocht, merkte Appel met een glinstering in de ogen op: “Weet je van wie ik nu echt kan genieten? Van Ronald Koeman. Die jongen schiet bijna net zo hard als ik.” Kees Volkers: Het verzwegen Oranje - Nederlandse internationals in oorlogstijd. Thomas Rap, Amsterdam; geïll., 167 blz. - ¿ 27,50.

De oud-international bleek van cijfertjes te houden. In zijn eerste jaar te Berlijn werd hij gevraagd voor de voetbaltrots van die stad, Hertha Berlin. 'Vijf doelpunten bij mijn debuut!' In Nederland had hij als jonge amateur bij de Haagse clubs Archipel en ADO de goals ook al aaneengeregen, in Berlijn was het niet anders. 'Dat eerste seizoen maakte ik er 52 voor Hertha.'

De doelpuntenmachine die Bram was en na de oorlog nog heel lang zou blijven, haperde in Berlijn alleen bij het vallen van de bommen. Kees Volkers heeft in zijn opmerkelijke boek 'Het verzwegen Oranje - Nederlandse internationals in oorlogstijd' een ander cijfer aan Bram Appel toegevoegd: hij overleefde in Berlijn 297 bombardementen.

In het veertiende deel van de 'Nederlandse Sportbibliotheek' heeft Volkers het beeld geschetst van de beste Nederlandse voetballers onder de duizenden Nederlandse jongemannen die in Duitsland te werk werden gesteld. Enkele voetballers hadden een net iets minder beroerd leven dan de naamlozen die angstig het volgende bombardement afwachtten en in barakken dagelijks de strijd tegen de luizen moesten aangaan. De angst voor de bombardementen was voor iedereen even groot, maar de beste voetballers hadden zo hun voordelen: beter voedsel, meer bonnen.

Bram Appel mocht zelfs een gerieflijke woning betrekken. Zijn buurman was op zeker moment Heinrich Himmler. “Die man heb ik nog eens geholpen bij het blussen toen een deel van zijn woning na een bombardement in brand stond. Pas toen ik terug was in Nederland begreep ik wie die Himmler was.”

Onder de Nederlandse dwangarbeiders bevonden zich drie voetballers die in eigen land de status van international bereikten: Henk Blomvliet (Ajax), Gerrie Stroker (Blauw Wit, na de oorlog Ajax) en Bram Appel (ADO, Sittard, Fortuna '54, Stade de Reims en Lausanne Sports). Stroker was in 1942 vrijwillig naar Duitsland gegaan. Hij was gek op sport en vond dat de Duitsers de sport heel goed aanpakten. Bij Potsdam '03 was hij een gewaardeerde middenvelder. De latere heilgymnast en voetbalcoach Stroker werd na de oorlog zijn gang naar Duitsland snel vergeven. Ajax lijfde hem meteen in en in 1947 werd hij gekozen in het echte Nederlands elftal.

Stroker, Blomvliet en Appel waren in oorlogstijd Hollands 'international' in het grotendeels uit dwangarbeiders gevormde 'Verzwegen Oranje'. De titel van het boek wijst op het heimelijk karakter van het elftal, dat in en om Berlijn tussen april 1943 en december 1944 vijftien 'interlands' speelde tegen Vlaanderen, Wallonië, Servië, Frankrijk en Tsjechoslowakije.

Toen zij in 1945 thuiskwamen, werden veel dwangarbeiders met scheve ogen aangekeken. 'Had je niet kunnen onderduiken?' In die sfeer was geen plaats voor enige trots op een recent verleden als oorlogs-international. Toch waren die jongens op zeker moment binnen de Nederlandse enclave net zo populair als echte internationals. Voor vele duizenden vormden de 'interlands' het spaarzame vermaak in een tijd die overliep van ellende.

Uit de interviews die Kees Volkers met de nog in leven zijnde spelers heeft gemaakt, komt naar voren dat die wedstrijden op zeker moment werden gebruikt om zich af te reageren op de Duitsers. Dat was met name het geval op 31 oktober 1943 in Potsdam, bij Nederland-Frankrijk. De Nederlandse supporters gingen met duizenden van Berlijn naar Potsdam. Ze tooiden zich met oranje linten en rood-witte-blauwe versierselen. Volgens Bram Appel is bij die wedstrijd massaal het Wilhelmus gezongen. Er ontstonden rellen, waarna maandenlang een verbod gold voor dit soort wedstrijden.

Toen de oorlog voorbij was, werd Appel door de KNSB geschorst. De bond vond het schandalig dat hij zich voor een Duitse club had ingespannen. Appel reageerde woedend. Die woede was wel begrijpelijk. Appel had het toenmalige KNVB-kopstuk Karel Lotsy, die zich sterk maakte voor de schorsing, in 1943 naast NSB'ers en nazi's op de Berlijnse tribunes zien zitten.

Het boek van Volkers toont de voetballers vooral als slachtoffers van hun tijd. Bram Appel had goede vrienden bij Hertha. Mochten die jongens zijn vrienden niet zijn, omdat het Duitsers waren? Bram bezag het leven zoals zich dat van dag tot dag aandiende. Menne Hahn van Hertha was zijn vriend; in de Utrechtse NSB'er J. Dieterich, die de interlands van het 'Verzwegen Oranje' namens de organisatie 'Vreugde en Arbeid' regelde, zag hij een engerd.

Toen Dieterich de Nederlandse spelers eens duidelijk maakte dat zij vóór de aftrap in het Mommsenstadion van Berlijn de Hitler-groet moesten brengen, was het Bram Appel die ruzie begon te maken.

Geschrokken wierp Dieterich tegen dat de Hitler-groet in feite hetzelfde was als de Olympische groet. 'Olympische groet of niet, we verdommen het', hield Bram voet bij stuk. Hij wilde zich niet door een NSB'er de les laten lezen. Anderzijds koos hij als speler van Hertha voor een compromis. Waar zijn teamgenoten de rechterarm hieven, beperkte Bram zich tot een slap voorwaarts gehouden handje op heuphoogte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden