Review

Vlootschouw van Nederlandse architectuur

Vrijwel ieder buitenlands tijdschrift over architectuur heeft de afgelopen jaren een special aan de Nederlandse architectuur gewijd. Rem Koolhaas, MVRDV, Ben van Berkel, Nox Architecten, Willem Jan Neutelings, Wiel Arets, ze zijn de vaandeldragers van een spannende generatie Hollandse bouwmeesters, zoals nu ook blijkt uit een pas verschenen boek dat een overzicht geeft over de hedendaagse architectuur in Nederland. Er is echter ook de keerzijde: Vinex-architectuur, een steeds meer verschralend exposé van confectie-architectuur.

Hans Ibelings volgde de ontwikkelingen in Nederland Architectuurland de afgelopen jaren intensief als redactielid van het Architectuurjaarboek. In 'Het kunstmatig Landschap' blikt hij terug op de afgelopen vijf jaar en documenteert hij tegelijkertijd de projecten die nu op de tekentafel liggen. Het boek is een mooie gelegenheid de maat van de hedendaagse Nederlandse architectuur te nemen.

Langs de A12, even voor Utrecht, groeit en groeit Leidsche Rijn. Een opwekkend uitzicht biedt de Vinex-wijk de forenzende automobilist echter niet. De streep van gehoekte laagbouw die langzaam vorm krijgt, bevestigt de steeds droefgeestiger gedachten over de Vinex-operatie. Deze is verworden tot een lome herhaaloefening van gestileerde baksteengeveltjes met een 'verbijzonderd' geometrisch compositie-element. Dat maakt het tot confectie-architectuur, terwijl Nederland internationaal zo volop in de belangstelling staat met de vooruitstrevende bouwkunst van Rem Koolhaas en zijn navolgers. In de buitenwijken regeert echter de moraal van de projectontwikkelaar, die alle budgetten zo knijpt, dat nog slechts eenheidsbouw met onderling marginale verschillen mogelijk is.

Ooit dachten idealisten als Gerrit Rietveld, J.J.P.Oud en gelijkgestemde modernisten een architectonische beeldtaal uit, die goed wonen ook voor de gewone mens bereikbaar moest maken. Hun strakke rechthoekige, betonnen dozen waren snel en relatief goedkoop in grotere hoeveelheden te bouwen. De vormentaal was deels pragmatisch, maar deels ook een bewuste esthetische keuze. Het wit benadrukte de doelmatigheid van de ontwerpen. Ornamenten waren taboe.

De erfenis van Rietveld en andere modernisten als Le Corbusier, Adolf Loos en Mies van der Rohe klinkt tot op de dag van vandaag door in de architectuur. Zeker in het pragmatische Holland blijft het de heersende doctrine, ook al wordt er inmiddels weer volop in baksteen gebouwd. De bakstenen gevels worden echter als decorstukken voor de betonnen prefab-wanden geplakt en zijn daarmee steenbehang van de schijngezelligheid. Warmer worden de wijken er in ieder geval niet door. Daarvoor zijn de straatwanden te zielloos.

Natuurlijk, de architecten zijn er zelf bij, tekenen zelf de façades, maar ze hebben te maken met een buitengewoon schraal progamma van eisen: het grootste deel van de woningen bestaat uit eensgezinswoningen met drie à vier kamers, samengeperst op een klein oppervlak. Gestapeld wonen is niet populair, dus worden zoveel mogelijk woningen gebouwd met een eigen voordeur op straat. En daarvoor zijn de kavels eigenlijk te krap. Daarnaast is er de sterk gestandaardiseerde bouwmethode. De maten van de woningen zijn afgestemd op de 'giettunnels', waarmee de bouwbedrijven de betonnen skeletten in hoog tempo kunnen neerzetten.

Ten gunste van ditzelfde snelle bouwtempo is ieder afwijkend accent een vloek. Alles dat het lopende-band-werk onderbreekt, brengt extra kosten met zich mee. Projectontwikkelaars zien dat niet graag. Zelfs zoiets kleins als het diep voegen van het metselwerk kan al als te duur meerwerk worden afgekeurd door de opdrachtgevers. Daardoor worden de spannende ontwerpen voor woningen in nieuwbouwwijken die regelmatig wel degelijk ter tafel komen, gaandeweg het ontwerpproces volledig uitgekleed. Zo blijft de bulk van de bouwproductie in Nederland steken in een vorm van eenduidigheid die steeds meer irritatie opwekt.

Maar daar gaat het boek van Hans Ibelings niet over. Hij schrijft er wel over in de inleidende essays, maar in de vlootschouw van projecten spelen de standaard Vinex-producten geen rol. Alleen de paar exceptionele, positieve voorbeelden worden vermeld. De schiereilanden Borneo en Sporenburg in Amsterdam bijvoorbeeld, een schoolvoorbeeld van Hollandse redeneerkunst in de hedendaagse architectuur. Bureau West 8 kreeg een set regels (een grote hoeveelheid grondgebonden woningen op een klein oppervlak), bracht die terug tot een aantal essentiële kenmerken die in het te ontwerpen gebied gerealiseerd moesten worden (een basale verhouding tussen privé- en openbare ruimte) en maakte op basis daarvan een raamwerk voor de nieuwe wijk (iedere woning een patio en parkeren in de woning of binnen de muren van het wooncomplex). De analyse van de set regels was feitelijk meteen het stedenbouwkundig ontwerp. Het is typerend voor de avantgarde van de Nederlandse architectuur.

De aanstichter hiervan is Rem Koolhaas, nationaal en internationaal een rolmodel, niet zozeer als mens, maar vanwege zijn kijk op de interpretatie en vertaling van een programma van eisen. Hij benadert een gebouw als een scenario, een opeenvolging van ruimtes, waarbij de infrastructuur (gangen, binnenpleinen, patio's, hellingbanen, passages) een cruciale rol spelen. Die infrastructuur is het skelet van het gebouw. De ruimtes liggen hier als incidenten langs. Koolhaas speelt daarnaast een geraffineerd spel tussen formele en informele elementen in zijn architectuur. Eén constructie-onderdeel kan heel pregnant aanwezig zijn (en daarmee de identiteit van een gebouw bepalen), terwijl een even cruciale wand is weggemoffeld achter onbeduidende materialen als golfplaat of hekwerk.

De methode Koolhaas is terug te vinden in het werk van bureaus als Neutelings-Riedijk, MVRDV en NL Architects. Het is de drang om een gebouw tot een evenement te maken. Dit vernuft om creatieve, onorthodoxe en daardoor gewaagde oplossingen te verzinnen, heeft Nederlandse architecten in het buitenland geliefd gemaakt. Vooral omdat ze ook bewezen hebben dat ze die ideeën in echte gebouwen kunnen omzetten, daarbij geholpen door een liberaal opdrachtgeversklimaat voor bijzondere gebouwen (het spiegelbeeld van de projectontwikkelaars-mentaliteit binnen Vinex).

Nederlandse architecten hebben daarnaast een goed oog voor hedendaagse trends. Ze weten perfect vorm te geven (in de basis stevig leunend op een modernistische beeldtaal), zodat de gebouwen er op foto's gelikt uitzien. Wat je op die foto's niet ziet, is de soms zeer matige detaillering. Het totaalbeeld spettert van de tijdschriftenpagina's af, maar in de werkelijkheid moet je bij de meeste gebouwen niet al te dichtbij komen.

Het gevaar van de Nederlandse architectuur is dat het etaleren van de slimme oplossing belangrijker wordt dan het doel: een bewoonbaar of leefbaar gebouw maken. De oplossing is dan een architectonische gadget, een conceptueel hebbedingetje. De Engelse architectuurcriticus Peter Buchanan kijkt vol interesse naar de Nederlandse architectuur, maar ziet de bijzondere productie als de laatste stuiptrekking van het modernisme. Hij vergelijkt de Hollandse architectuurglorie met een fraaie zonsondergang: nog één keer een prachtig beeld, maar daarna is de zon ook verdwenen.

Ibelings boek 'Het kunstmatig landschap' zou je als de verslaglegging van deze zonsondergang kunnen zien. Bladerend door het boek, valt echter vooral de vitaliteit van de Hollandse bouwkunst op. Het modernisme (inderdaad lijken Nederlanders de trouwste aanhangers ter wereld van deze stroming) is niet dood en begraven. De beeldtaal heeft nog levensvatbaarheid. Al zijn er inhoudelijk wel aanpassingen. De samenleving hoeft niet meer zo nodig gemaakt te worden, die kant van het modernisme is doodgelopen in de jaren zeventig. De aandacht gaat nu vooral uit naar logica. En die wordt vervolgens expressief gemaakt in de modernistische vormentaal.

Neem het appartement van Dick van Gameren op de kop van het Borneo-eiland. Samen met Bjarne Mastenbroek ontwierp hij een woonblok op de punt van het eiland. Natuurlijk moest ook nu weer 'getunneld' worden. Door de gekozen oplossing bleef echter een halve tunnel over: betonnen vloeren die als boekenplanken uit de muur staken. Geen nood. De vloeren werden omgevormd tot de balkons van de kopappartementen die over de volle breedte van het blok werden gelegd. Als dramatisch element zijn glazen doosjes tussen de vloerdelen gezet -zie illustratie- die deels uitkragen buiten de balkons. Een door de bouwmethode gecreëerd probleem is zo op magistrale wijze omgetoverd tot een architectonische meerwaarde voor het project.

Precies dit soort inventiviteit is nodig om de verschralende architectuur in de nieuwbouwwijken weer nieuw leven in te blazen. Heeft Jo Coenen als nieuwe Rijksbouwmeester voldoende visie om de sleur van Vinex te doorbreken? Misschien wel, maar er is bovenal een duidelijke visie van de rijksoverheid op de hedendaagse bouwopdracht nodig. Voorlopig is de Vijfde Nota van minister Pronk (ruimtelijke ordening) echter uitgesteld, al verschijnt vandaag wel de Architectuurnota. Het is te hopen dat daarin richting wordt gegeven aan grootschalige stedenbouwkundige en architectonische projecten. Pronk heeft al aangegeven dat zijn nota gestoeld zal zijn op consensus: iedereen tevreden houden en dus geen duidelijke of gewaagde keuzes. En juist op zo'n heikel moment blijkt dat Pronk in de race is voor een topfunctie elders. Binnenkort dus misschien een nieuwe Minister van Ruimtelijke Ordening.

De PvdA-er Adri Duivesteijn zal stiekem zeker interesse hebben voor die functie. Hij heeft ook de potentie om het debat op een fundamentele manier aan te sturen. Als wethouder in Den Haag heeft hij aangetoond een stimulerende rol te kunnen spelen, met veel oog voor architectonische kwaliteit. De vraag is echter of een eventuele nieuwe minister nog een koerswijziging door kan voeren. Terwijl nu juist begeestering nodig is in de woningbouw, zodat ook daar de creativiteit en programmatische inventiviteit van de voorhoede van de Nederlandse architectuur tot wasdom kan komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden