Review

Vloed tegen kruis en keel

Leo Wekeman heet de held van Yves Petry's nieuwste roman. Zijn naam begint krachtig, maar eindigt slap. En zo voelt hij zich ook. In deze Vlaamse roman over seksualiteit, over het vrouwelijke en het mannelijke, wordt weinig aan de fantasie overgelaten.

T. van Deel

De nieuwe roman van de Vlaamse schrijver Yves Petry opent met een gloedvolle, maar vaak ook wat lachwekkende beschrijving van de eerste keer. ,,Het beeld van haar vormen stortte zich met luid geraas in mijn bloed en zweepte het op. De vloed beukte me tegen kruis en keel.' Iets verderop wordt 'de gloeiende weekheid van de levensmond' bereikt en sporen de borsten 'over de volle lijn van hun elastische welving' aan 'om toe te tasten'. Na wat mondwerk over en weer 'op naar de finale, het mes wilde in zijn schede', 'tot ik mijn huivering de lucht in hoestte'.

Aan het woord is Leo Wekeman, vijfendertig, journalist bij het dagblad De Stem en sinds kort door zijn vrouw verlaten. Dat hij zijn relaas begint met de herinnering aan de eerste keer, heeft ermee te maken dat seks voor hem in de loop der jaren steeds problematischer is geworden. Zijn achternaam, zo geheel in strijd met zijn krachtige voornaam, lijkt te willen suggereren dat zijn mannelijke identiteit aan twijfel onderhevig is.

Dat laatste wordt versterkt door de aanwezigheid op de krant van een beeldschone journalist, Xavier Kingston, die zich inderdaad als een koning, of als een god op aarde, gedraagt. Ook Wekeman raakt zo gefascineerd door deze figuur dat het aan verliefdheid grenst. Intussen heeft hij geprobeerd zijn leven uit het slop te halen door zich op de Amerikaanse politiek te concentreren, in voorbereiding op een gesprek met de Amerikaanse president, die binnenkort België bezoekt. Maar tot zijn niet geringe verontwaardiging krijgt Kingston de opdracht voor dit interview.

Om kort te gaan, want alles in deze roman is uitgesponnen tot en met, Wekeman weet zijn concurrent uit te schakelen op het cruciale moment en moet dan invallen, maar gezeten tegenover de president komt heel zijn onvrede over zichzelf en zijn leven eensklaps naar boven in een stortvloed van geschreeuw en gescheld. Dat zijn z'n laatste woorden, maar vreemd genoeg zijn het z'n laatste woorden helemaal niet, want de roman eindigt nog met tientallen bladzijden gesprekken, met zijn dokter, met een onbekende man bezig in de bosjes en ten slotte met zijn teruggekeerde vrouw. Het lijkt goed te komen tussen die twee - ,,Ach, de liefde. Dat is zo'n woord, Leo. Een echt rotwoord' - en de roman gaat als een nachtkaars uit.

De opzet van het boek is wel interessant: de vijf hoofdstukken zijn verdeeld over vier personages. Wekeman begint en eindigt, zijn vrouw krijgt het woord in hoofdstuk twee, zijn hoofdredacteur in drie en King-ston in vier. Je hebt de indruk dat met deze vier figuren ook vier standpunten gemoeid zijn met betrekking tot de seksualiteit en tot de verhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Eindeloos laat Petry zijn personages filosoferen over hun seksuele identiteit en niet altijd in de helderste vorm.

Zoals Wekeman bijvoorbeeld over vrouwen en homoseksuelen denkt: ,,Toch leverde hij al zijn liefdesverlangens uit aan de atmosferische grilligheid van de vrouwelijke planeet, haar tellurische koppigheid en hormonale weerbarstigheid, de schier onvatbare endocriene subtiliteiten van haar lichamelijk genie, het oerbrein achter al wat leeft en adem heeft. Je moet het maar doen! Werkelijk, heteroseksuelen, je moest ze niet onderschatten, het waren op hun manier eigenlijk wel helden, en niet zo'n klein beetje ook. Twee homo's bij elkaar, dat was in feite net zo jongensachtig eenvoudig als iemand die het met zichzelf doet. Eén pot vlees. Maar een man en een vrouw, dat was vlees tegen vlees. Die twee werden niet zomaar één.'

Tsja, en dan te bedenken dat Wekeman zich in bezit genomen voelt door Kingston, een grotere man dan hijzelf. ,,Om weer mezelf te kunnen worden moest ik de man bezitten door wie ik bezeten was. Waar hij was, moest ik worden. Nooit eerder had de liefde zo duidelijk en dwingend tot mij gesproken.'

'De laatste woorden van Leo Wekeman' is een constructie, opgezet rond de thema's van hetero- en homoseksualiteit, waar dan nog weer doorheen spelen het mannelijke en het vrouwelijke. Veel wijzer ben ik er niet van geworden, daarvoor zijn de bespiegelingen hierover te geforceerd en ook weinig overtuigend geformuleerd. De manier waarop Petry schrijft heeft iets overtrokkens en kan moeilijk serieus genomen worden. Hij is als schrijver zo'n beetje aan het jongleren, meer niet.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden