Review

Vladimir Ashkenazy ondanks blessure in topvorm

De publieke belangstelling voor pianorecitals in de Grote Zaal van de Rotterdamse Doelen is al vele jaren ronduit slecht. Vandaar dat de ooit in de Grote Zaal gestarte Meesterserie allang naar de (kleine) Jurriaanse Zaal verhuisd is. Ook in de vorig seizoen begonnen nieuwe serie ''s Werelds grootste pianisten' was de bezetting van de Grote Zaal tot nu toen matig, ondanks het engageren van pianistische supersterren als Ivo Pogorelich en Jevgenji Kissin.

Christo Lelie

Des te opmerkelijker was het dat deze zaal zondagavond vrijwel uitverkocht was toen Vladimir Ashkenazy er sinds vele jaren weer eens een pianorecital gaf. Het is een feit dat Ashkenazy tot de wereldtop behoort en bovendien de laatste jaren als pianist in Nederland niet zo vaak meer te horen is. Dat verklaart de grote belangstelling voor dit recital. Maar het is ook een feit dat Ashkenazy de laatste jaren aan de piano nogal eens tegenviel door zijn nogal routineuze manier van spelen. Kennelijk weerhield dat het publiek niet massaal naar Rotterdam te komen om de inmiddels geheel grijze Russische grootmeester te beluisteren.

Ook zondag bleek dat Ashkenazy nog altijd zeer gemakkelijk piano speelt en dat hij in zijn repertoire niet bepaald het avontuur zoekt. De deze avond geprogrammeerde stukken van Schumann, Ravel en Rachmaninov speelde hij al ontelbare malen. In die zin was ook dit recital routineus te noemen. Maar zo klonk het allerminst: Ashkenazy wist van de eerste tot de laatste noot te boeien en was zowel in technisch als artistiek opzicht in topvorm. Dat was opmerkelijk in het licht van het feit dat de pianist daags tevoren in Wenen zijn rechterhand had verwond. Van die blessure was absoluut niets te merken, behalve wellicht in de goede zin: het leek wel of de pianist extra zijn best deed mooi te spelen, uit angst dat die fysieke belemmering hoorbaar zou zijn.

Hoe het ook zij, in de twee werken van Robert Schumann, de 'Arabeske' opus 18 en de 'Kreisleriana' opus 16, sprong direct de vonk over. Opvallend was zijn fraaie, natuurlijk klinkende toon met de zeer goed geprofileerde bassen. Op dit Schumann-spel was absoluut niets aan te merken, behalve wellicht dat alles zó gaaf en weloverwogen klonk, dat er weinig ruimte overbleef voor improvisatie en avontuur.

Dit bezwaar viel in 'Gaspard de la nuit' van Maurice Ravel weg. Hierin kwam hij pas helemaal los. In het eerste deel van dit drieluik, 'Le Gibet', was overigens Ashkenazy's manier van spelen meer Russisch dan Frans te noemen: de melodische lijnen zette hij soms met een pathos aan dat eerder bij Rachmaninov dan bij Ravel past. Zeer indrukwekkend was de vrije en overweldigende vertolking van het derde deel van dit werk, 'Scarbo'. Daarin was de 62-jarige pianist nog even fel, soepel en virtuoos als aan het begin van zijn carrière.

Ook een zestal Preludes van Sergei Rachmaninov speelde Ashkenazy met jeugdig elan. Na deze klank-orgie bracht hij op passende wijze zijn toehoorders in een rustige stemming met een beeldschoon gespeelde toegift: Ravels 'Pavane pour une infante défunte'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden