Review

Vlaamse polyfonie: een veeleisende vriend van vorsten en feesten

De Vlaamse Polyfonie. Uitgave Davidsfonds Leuven. Prijs in Nederland ¿ 92,50. Cd's op het label Eufodia, nrs 1160 t/m 1170 ca ¿ 40, ook los verkrijgbaar. Boek en cd's als pakket ¿ 450.

FRANZ STRAATMAN

Maar is dit het begin van een mis? Het boekje bij de cd 'Philippe Rogier en Spanje' bevestigt dat de 'Missa Philippus' gecomponeerd werd door de jong gestorven, bijzonder talentrijke leider van de 'Vlaamse kapel' ter ere van de vorst. En hoor: daar zet in een vloeiende aansluiting het Kyrie in, driestemmig, Heer, ontferm u over ons. Nog verrassender: een vierde stem, tenoren, sluit zich in het klankenweefsel aan, in lange noten: 'Philippus Secundus Rex Hispaniae'. Zo gaat het de hele mis door. De naam van de vrome Philips, uitgespuugd in de Nederlanden werd door Nederlanders zoetgevooisd eer gedaan in Spanje.

Het was niet uitzonderlijk, dit eerbetoon van een componist aan een vorst. Josquin des Prez, ook een Nederlander, had eerder voor een van zijn broodheren, Hercules, hertog van Ferrara, een mis op diens naam gecomponeerd. En Orlando di Lasso, eveneens Nederlander bezong zììn vorst, hertog Willem van Beieren, in een kunstig motet 'Al gran Guglielmo nostro'.

Rogier werkte zijn hele, korte leven (1561 - 1596) in Spanje, Des Prez (1440 - 1521) trok het grootste deel van zijn levensjaren langs Italiaanse hoven en Lassus (1532 - 1594) bleef, na wat omzwervingen, tot zijn dood bijna veertig jaar lang verknocht aan München. Drie uit honderden Nederlandse zangers, koorleiders, blazers, strijkers, maar tevens componisten, die uitzwermden over het latijns-katholieke Europa. Vorsten en kerken beconcurreerden elkaar om hun feesten te laten opluisteren met de toonmeesters uit de lage landen.

Sommigen werden puissant rijk van hun talent, zoals Lassus die aan het Beierse hof als een muzikale vorst temidden van een excellent koor en een luxueus bezet orkest heerste. Maar het rijkst werd de muziek zelve. Kilometers handschriften zijn er overgeleverd, ondanks vernietigende oorlogen, ongelukken als paleis- en bibliotheekbranden en doodordinaire opruimacties.

Die zoetvloeiende, strakbelijnde, meerstemmige muziek van ambachtelijk hoge kwaliteit ontplooide zich tussen ruwweg 1400, het vermoedelijke geboortejaar van Guillaume Dufay, en 1600, waarrond de sterfjaren van diverse invloedrijke renaissance-componisten liggen: Lassus (1594), De Monte (1603), De Wert (1596), Rogier (1596), kunstenaars overigens die allang hun geboortegrond hadden verlaten.

In vijf generaties plus een uitbloei (waarin Sweelinck is ondergebracht) verdeelt de Belgische musicoloog Ignace Bossuyt die enorme stoet namen die hij vangt onder de aanduiding 'Vlaamse polyfonisten'. Bij de presentatie aan de Nederlandse muziekpers van zijn kloeke boek (174 pagina's zwaar kunstdrukpapier) 'De Vlaamse polyfonie', uitgegeven door het cultureel vooraanstaande Davidsfonds in Leuven, sprak de Belgische ambassadeur er zijn verbazing over uit dat zoveel van die zogenoemde Vlaamse componisten puur Franse namen droegen: Dufay, Binchois, Busnois, De la Rue, Des Prez, Crequillon, De la Hèle.

We moeten dat begrip 'Vlaams' niet koppelen aan de politieke en geografische structuur van het huidige België, zo betoogt Bossuyt in zijn inleidende verkenning. Om zijn woorden te verduidelijken voegde hij twee landkaartjes bij die het begrip 'de Nederlanden' alias 'les Pays bas' verhelderen. Het zwaartepunt van de politieke macht, het geestelijk gezag en de economische kracht lag tussen 1400 en 1600 in een gebied dat groter, maar staatkundig ook verdeelder was dan het huidige België. Het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant golden als de machtigsten in een veelheid van vorstendommen, en steden met een sterk bestuur. Taalverschillen markeerden sociale lagen in de maatschappij: de adel fransgericht, kerk en wetenschap gebonden aan latijn en de opkomende burger drukte zich in het dialect van zijn stad of streek uit.

De term 'Vlaamse polyfonie' waar Bossuyt voor kiest, moet dan ook neutraal, los van hedendaags nationalisme worden gezien. Vlaanderen staat als deel voor het geheel zoals Holland synoniem geworden is voor Nederland. Bovendien zijn er goede historische papieren voor doordat de Italianen de musici uit het noorden als fiamminghi betitelden en de Spanjaarden de groep noordelijke musici die Karel de Vijfde naar zijn hof in Madrid meenam, capilla flamenca noemden. De term biedt ook een goede pendant voor het begrip 'Vlaamse primitieven'. Dan lichten de beelden in ons geheugen op van schilderijen van Memling, Van Eyck, Bouts, David, en betekent 'De Aanbidding van het Lam Gods' net zo'n oriëntatie-punt als 'De Nachtwacht'.

Maar wat hóren we eigenlijk bij die tijd als we het hebben over 'het Bourgondische Rijk', de middeleeuwen, de Vlaamse primitieven, de renaissance? Het klinkend erfgoed is pas de laatste twintig jaar echt gaan doordringen bij de cultuurliefhebber dank zij de opkomst van veel oude-muziekensembles, de verspreiding van opnames op plaat en cd en de instelling van festivals, zowel in Nederland als in België. Wat in brede kring nog ontbrak, was inzicht in de stijl en de ontwikkelingen. Bossuyt: “Ik geef grif toe dat de Vlaamse polyfonie geen muziek is die even vanzelfsprekend en probleemloos overkomt als de klassieke muziek uit later eeuwen. De meerswtemmige muziek van de vijftiende en zestiende eeuw verloopt volgens een eigen, vaak complexe 'grammatica' die een andere instelling van het luisterend oor vergt.”

Hij stipt aan dat polyfonie de luisteraar volkomen opeist omdat het in de eerste plaats vocale muziek is, muziek op een tekst. Die wil voorgrond zijn; zij kan niet dienen als decor, als vrijblijvende achtergrond bij een gezellig praatje. Bossuyt omschrijft polyfonie dan ook als “een veeleisende vriend: hij vergt aandacht, en eenmaal binnengelaten en bemind, wil hij op het voorplan staan omdat hij zich bewust is van zijn kwaliteiten.”

Om die vriend beter te leren kennen, zette het Davidsfonds een project op, waarvan de omvang eigenlijk pas bleek toen de twee voornaamste projectleiders aan het graven gingen: de musicoloog Bossuyt voor het lees- en kijkboek, en de musicus Erik van Nevel voor de tien cd's die een luisterboek vormen. Wanneer binnenkort de laatste drie cd's verschijnen, is er zo'n tien jaar tijd aan onderzoek, selectie en uitwerking in het project gestoken.

Om een idee te geven: iedere cd, gewijd aan één of meer componisten uit eenzelfde periode, bevat ongeveer twintig nummers. Om één cd te vullen, bekeek Erik van Nevel (een neef van de spraakmakende Paul die zijn oom is) zo'n driehonderd composities. Voor tien cd's gingen dus zo'n 3000 stuks muziek onder zijn ogen door. “Ik moest zelf onder de indruk komen van wat ik las, om te kunnen beslissen: dit wel, dit niet. Een ander selectiecriterium: hoe bekend is een componist en zijn werk al door andere uitgaven en hoe interessant blijkt een vergeten figuur. Wie kent bijvoorbeeld Giaches de Wert? Deze tijdgenoot van Lassus is volkomen in vergetelheid geraakt. Maar van hem hebben we wel vijftien boeken met madrigalen.”

Van Nevel plaatste hem temidden van collega's als Willaert, de Rore en Macque op de cd 'Adriaan Willaert en Italië'. Bossuyt beschreef hem als 'de laatste figuur van de eerste rang uit de Zuidelijke Nederlanden die in Italië een leidende muzikale rol heeft gespeeld.' Als maestro di cappella bij de hertog van Mantua van 1565 tot 1592 (hij overleed in 1596 in Mantua) had hij niemand minder dan de jonge violist/componist Claudio Monteverdi als lid van het ensemble. Bossuyt: “De invloed van de madrigalen van De Wert op Monteverdi wordt algemeen erkend, vooral van die composities waarin de Vlaming de dramatische expressie ten top voert.”

Hier staan we in feite aan het einde van de werking van de Vlaamse polyfonie. Het was Guillaume Dufay, volgend jaar uitverkoren als troetelcomponist op het Festival Oude Muziek, die het begin daarvan vormde. Een reislustig, kosmopolitisch mens (een kenmerk van vrijwel al zijn nakomende kunstbroeders) die naast een weelde aan religieuze muziek ook oorstrelende Franse chansons over de liefde uit zijn pen liet vloeien. Zijn belang voor de muziekgeschiedenis van de lage landen schuilt in het feit dat hij de welluidende Engelse componeerstijl entte op de streng constructivistische stijl van de Franse muziek.

De ontwikkeling van Dufay's stijl viel samen met de doorbraak uit politieke ondergeschiktheid van de hertogen van Bourgondië aan de Franse kroon. Het huwelijk van Engelse consonantie met Frans constructivisme legde de basis voor een nieuwe dynastie in muziek: de fiamminghi. Het huwelijk in 1363 van Philips de Stoute van Bourgondië met Margaretha van Male, erfdochter van Vlaanderen, legde de grondslag van een nieuwe dynastie in politiek opzicht: de Nederlandse Bourgondiërs. Door het beroemde huwelijk in 1477 van Maria met Maximiliaan van Oostenrijk loste die op in de fameuze Habsburgse dynastie die zich vertakte door Europa, zoals de muziek uit de lage landen dat al eerder had gedaan. Daarom kon Philips in het Escorial worden toegezongen door Nederlanders van origine. Zijn oud-tante Margaretha als landvoogdes in de Nederlanden liet zich uit een prachtig geïllustreerd, uniek liedboek voorzingen door haar eigen capella van Vlamingen. 'Ave sanctissima Maria' priegelde de virtuoze miniatuurschilder in een tekstbalkje dat uit haar mond komt (zie links boven). Het zijn weer Vlaamse zangers, deels verbonden aan de Brusselse Michiels-kathedraal die geleid door Erik van Nevel en omspeeld door een internationaal gezelschap van blazers en vedelaars, ons op voorbeeldige wijze voorzingen, van vroom tot volks. Tien uur muziek. Het leesboek er bij munt uit in helderheid van uitleg en schoonheid van illustraties, vorsten waardig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden