null Beeld

ColumnDoortje Smithuijsen

Vind ik dat dan niet zielig, driejarigen die door hun moeder op YouTube worden gezet?

Onlangs moest ik weer eens een mening geven. Ik was te gast in een interviewprogramma, en de presentator kon er niet bij dat ik niet wilde zeggen dat ik de kinderen uit mijn documentaire Mijn dochter de vlogger, net als hij, heel erg zielig vond. “Hoe die door hun ouders worden gepusht.”

Ik antwoordde dat ik altijd probeer iedereen die ik film of beschrijf te begrijpen. Ja, een situatie kan schrijnend zijn, maar ik vind het interessanter om te onderzoeken hoe zo’n situatie ontstaat, dan om direct te zeggen wat ik ervan vind. Onbevooroordeeld nagaan wat een ouder beweegt zijn kind op YouTube te zetten, vind ik boeiender dan direct verkondigen dat zoiets absoluut niet kan. De interviewer vond dat raar. “Je hebt toch wel emoties?”

Als je vloggers en influencers bestudeert, kom je vroeg of laat altijd dit soort retorische vragen tegen. Iedereen lijkt een opvatting over deze mensen al klaar te hebben. Als ik die niet meteen bevestig, volgt doorgaans frustratie. Ik zie toch ook dat het treurig is dat iemand zijn hele leven laat afhangen van een app? Ik vind het toch ook zielig dat moeders hun driejarige dochters op YouTube zetten? Waarom wil ik me hier niet gewoon hard over uitspreken? Ben ik dan geen mens?

Wat mij aan deze verontwaardigde reacties fascineert, is de veronderstelling dat het vormen van een mening de belangrijkste uitkomst is van een journalistiek project; dat je als maker pas bestaansrecht hebt als je iets van je onderwerp vindt. Een paar maanden geleden interviewde ik een hoogleraar gespecialiseerd in complottheorieën en digitale discussies. Wat hem de laatste jaren was opgevallen, zei hij, was hoe sociale media als Twitter onze communicatiedynamiek hadden beïnvloed. Doordat extreme berichten online goed scoren, is het uiten van heftige, ongefundeerde meningen in rap tempo genormaliseerd.

Heftige, persoonlijke uitingen, die zijn interessant

Ook in het echte leven vinden we het daardoor steeds normaler elkaar in bijzonder directe termen te vertellen wat we vinden, van elkaar én van de wereld om ons heen. Dat leidt uiteraard tot steeds meer wederzijdse haat en polarisatie. QAnon-aanhangers, corona-ontkenners, complotdenkers, allemaal mensen die ook ‘gewoon een eigen mening hebben’.

De focus op meningen komt vooral voort uit processen die ons worden opgedrongen door de alomtegenwoordige sociale media die meer en meer ons wereldbeeld bepalen. Onbewust gaan we door een digitale bril naar onze eigen communicatie kijken. Er ontstaat een verhoogde interesse in heftige, persoonlijke uitingen: wie zijn mening deelt, doet er toe – zo voelt het. Zo laten we het algoritme van een app als Twitter bepalen wat ‘waardevol’ is.

Misschien komt mijn ongemak om direct over te gaan tot mijn eigen mening door het feit dat ik zelf nooit heb getwitterd. Maar je onthouden van persoonlijke meningen wil volgens mij zeker niet zeggen dat je geen mens bent of geen emoties hebt. Eerder ben je minder computer. Een onderzoekende, niet-bevooroordeelde blik wordt online nauwelijks beloond, maar is ondertussen des te meer waard, zeker als je de huidige tijd van individualisering en verharding wilt bekijken.

Maar dat is verder mijn mening.

Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist en schrijft om de week over de dilemma’s in de online-samenleving. Meer stukken van haar hand vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden